Zoeken in deze blog

Translate

Posts tonen met het label archiefselectie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label archiefselectie. Alle posts tonen

donderdag 13 juni 2013

Kiezen? Natuurlijke selectie!

Archiveren betekent - in principe - keuzes maken. Maar wat als die keuzes al voor ons gemaakt zijn? Zijn we dan beter of slechter af?

Willard Suitcases

In New York loopt al enige tijd een fascinerend project: de documentatie van ruim 400 achtergebleven koffers van psychiatrisch patiënten. De reiskoffers of valiezen bevatten hun persoonlijke bezittingen bij binnenkomst van de inrichting. Het betreft spullen waarvan zij of hun familieleden dachten die het meest nodig te hebben. Of gewoon willekeurige memento's (vaak foto's) ter herinnering om iemand of iets lief te hebben.
De meesten verlieten de inrichting, het Willard Asylum te Finger Lakes, niet meer; in totaal 5.776 personen werden in naamloze, maar genummerde graven begraven aan de overkant.

Graf van patiënt nummer 4
In New York zijn overigens maar liefst in totaal 50.000 (!) van dit soort anonieme graven. De meesten van hen liggen op het beroemde Hart Island, de algemene begraafplaats voor de ongewenste elementen uit de stedelijke samenleving.

John Crispin

De koffers lagen vergeten op zolder tot 1995 toen de inrichting werd gesloten en het gebouw werd ontruimd. Tegenwoordig is er een revalidatiecentrum voor drugsverslaafden in gevestigd.


De koffers werden overgebracht naar het New York State Museum en geïnventariseerd. Fotograaf John Crispin is sinds enige tijd begonnen met de documentaire vastlegging van de inhoud ervan d.m.v. crowdfunding. Inmiddels heeft hij 80 koffers verwerkt. De koffers (of valiezen) dateren van de periode 1910-1960.
Crispin heeft een fascinatie voor verlaten objecten. In de jaren tachtig documenteerde hij verlaten inrichtingen in de staat van New York. Later heeft hij ook meegewerkt aan de preservatie van objecten wegens 9/11.
Zijn fascinatie voor verlatenheid doet onder meer denken aan het werk van fotograaf Christopher Payne, wiens tentoonstelling 'Architectuur van een ideaal' over verlaten inrichtingen in Amerika onlangs ook te zien was in het Dolhuys in Haarlem.

Inhoud

De koffers bevatten overwegend persoonlijke spullen. Volgens regelgeving van de staat New York mag Crispin de koffers niet relateren aan de dossiers van de patiënten; vandaar de gebruikte naamsafkortingen. De persoonsgeschiedenis blijft zodoende achterwege. Duidelijk is dat hierdoor een incompleet beeld ontstaat omdat we deels moeten gissen naar de betekenis van een deel van de inhoud, zoals bijvoorbeeld in het geval van drugsnaalden, maar tegelijk werkt dit ook tot de verbeelding.
Crispin volgt telkens een vast stramien bij de vastlegging: van de archivalische berging tot enscenering van de inhoud.

Ingepakte valies.

Geopende valies met ingepakte inhoud.

Gestolen levens

Ter gelegenheid van de samenstelling van een eerste tentoonstelling in Albany in 2003, getiteld 'The Lives they left behind', werd een poging ondernomen de koffers te retourneren door contact te zoeken met nabestaanden. Dat bleek echter een lastige opgave: de persoonsgeschiedenis van veel van deze mensen is waarschijnlijk bij de nazaten onbekend (of wordt onder de noemer zwarte schaap in de familie liever verzwegen). Aan de hand van de tentoonstelling meldde zich overigens één familie.
De koffers tonen bovenal deels geleefde en deels vernietigde levens van mensen gedeeltelijk aan de rand van een samenleving die hen niet altijd goed begreep, of andersom. De psychiatrie van de 19e en 20e eeuw staat inmiddels in een kwaad daglicht: veel van deze mensen (toen vaak als zogeheten 'social misfits' aangeduid, enigszins vergelijkbaar met bij ons de asocialen) zouden vandaag de dag waarschijnlijk niet eens zijn opgenomen.

Systeemkaart van patiënt Ethel uit het Willard Asylum.

Het recht om te vergeten

Hebben deze mensen erom gevraagd dat de inhoud van de koffers op een dergelijke wijze publiek wordt gemaakt? Het antwoord hierop is nee; de eigenaars hebben als zodanig geen papiertje ondertekend met hun toestemming daarvoor. Hadden de koffers dus niet gewoon vernietigd moeten worden, net zoals in het geval van bijvoorbeeld niet-opgehaalde verloren voorwerpen?
Tegelijk valt niet te ontkennen dat juist de inhoud van deze koffers hun eigenaren tot leven brengen als nooit tevoren. Dit is een van de meest ontroerende collecties die ik ooit heb gezien, vergelijkbaar met de 'love tokens' bij wezen te Londen (ook in Nederland vond in 1997 overigens een dergelijke tentoonstelling plaats over joods textiel).

Selectie

Personen die bewust met hun eigen archivering (en nalatenschap) bezig zijn laten vaak wezenlijk mindere interessante archieven na omdat er eigenlijk al een voorselectie heeft plaatsgevonden d.m.v. zelfcensuur: briefwisselingen worden vernietigd, gevoelige passages uit dagboeken geschrapt, ex-partners uit foto's weggeknipt etc. Of juist alles wordt bewaard - tot aan zwemdiploma's en oude,vernietigde paspoorten aan toe.
Een willekeurige momentopname als dit, inclusief objecten, blijkt dan toch treffender deels omdat het meer tot de verbeelding spreekt. De koffers zijn als het ware een tijdscapsule geworden waar onze betekenis of waardering - bij gebrek aan informatie - zo mogelijk nog belangrijker is dan de objecten zelf.

Inhoud

Ik weet nu in ieder geval wat mij te doen staat: een simpel koffertje (met inhoud, maar liefst zo weinig mogelijk papier), ergens goed weggepakt op zolder, volstaat dus wezenlijk. Gelukkig heb ik jaren geleden al eens zo'n ouderwets exemplaar langs de kant van de weg in Zwitserland gevonden. En wie wat bewaard, die heeft wat. Nu alleen nog de voorwerpen selecteren ...

Eigen exemplaar (vooralsnog leeg).

Gerelateerde blogs:
Love tokens: an extraordinary exhibition at The Foundling Museum
Kasteel Amerongen of zijn bewoners: dood of springlevend?
Gestolen levens
Archiveren: selectie zonder eind?
Het groeiend belang van persoonsarchieven

dinsdag 13 november 2012

Archiveren: selectie zonder eind?

De nieuwe selectiemethodiek, het Generieke Waarderingsmodel Rijk, zal geen doorgang vinden zo is mij inmiddels van diverse kanten meegedeeld. Aan een langlopend c.q. langslepend proces inzake archiefselectie (of waardering) in Nederland komt daarmee vooralsnog geen einde.

Summary
The issue of archival selection in the Netherlands has dominated policymaking at the National Archives over the past couple of decades. Confronted with an enormous backlog of more than 100 kilometres of departmental records, new instruments of selection had to be developed. This resulted in continuously shifting policies making it hard to maintain a universal standard. Despite twenty years of trial and tribulation however, a new working method aimed at all levels of government now seems further away than ever with the latest yet to be announced policy shift.

Aanwijzingen

Voor de goede verstaander waren er de afgelopen tijd reeds diverse, belangrijke aanwijzingen. In de eerste plaats was er het vertrek van Charles Jeurgens naar de Universiteit van Amsterdam aan het begin van 2012. Jeurgens was de hoofdauteur van het rapport Gewaardeerd Verleden (2008) en de centrale figuur in de nadere uitwerking van de daarin voorgestelde methodiek de voorbij jaren.
In de tweede plaats neemt de overheid (het rijk) recent weer afstand van werving van particuliere archieven. In de Kamerbrief van 22 december 2010 over selectieaanpak archieven hield de staatssecretaris op dit punt trouwens al een slag om de arm; er was nader onderzoek ter facilitering nodig: tenslotte werden altijd al particuliere archieven geworven, het ging nu alleen nog om de coördinatie.

Geen nadere informatie

De Kamerbrief van 17 december 2010 - inmiddels bijna twee jaar geleden - over waarderen en selecteren van archieven is tevens de laatste op dit punt geweest:

In de komende periode blijven wij u periodiek informeren over zowel de resultaten van de nieuwe selectieaanpak bij het wegwerken van de archiefachterstanden bij het rijk als ten aanzien van de stappen die worden gezet in de verdere ontwikkeling en toepassing van de selectieaanpak in de digitale informatiehuishouding.

Op Archief 2.0 dateert het laatste blogbericht onder de noemer 'Afrondend ...' ook alweer van 4 april 2012 waarin tevens andere 'communicatieactiviteiten' worden aangekondigd. Men heeft overigens enige tijd ook nog een digitale nieuwsbrief gehad. En tot slot volgens de website van het Nationaal Archief zelf:

De nieuwe waarderings- en selectie-instrumenten zijn niet alleen bruikbaar voor de ministeries. Ook provincies, gemeenten en waterchappen kunnen er gebruik van maken. Het komende jaar zal worden gebruikt om daarover met de verschillende overheidslagen in overleg te treden.

'Eind juni 2011 is het vernieuwde GWR (in concept) gereed.' 
Van officiële zijde is aldus bijna anderhalf tot twee jaar niets substantieels meer vernomen over het nieuwe selectiebeleid. Kortom: all is not well in archiefland. Enige Kamervragen waren kennelijk tussentijds niet aan dit onderwerp besteed.


Generieke Waarderingsmodel Rijk

Het is hier niet de plaats om het GWR - oorspronkelijk HMA+ geheten - of de opvolger NSA en de drietrapsraket van systeemanalyse, trendanalyse en risicoanalyse te proberen uit te leggen. Het hoofdprobleem benoemen is namelijk in dit geval tevens het te beantwoorden: een veels te ingewikkelde selectiemethodiek, met deductie als belangrijkste uitgangspunt. Oftewel: eerst een maatschappelijk-brede theorie bedenken en die dan vervolgens aan de praktijk van de ministeries toetsen. 
Daarnaast is het GWR/NSA een wel heel erg wetenschappelijk model - veel meer nog dan zijn voorganger - gestoeld op enkele tegenstrijdige uitgangspunten (bv. het compleet weggooien van sommige archieven; hoe dat te verantwoorden?). Kernprobleem blijft echter: hoe een dergelijk bedachtzaam selectieproces over te brengen op de werkvloer, waar het door heel andersoortige medewerkers dient te worden uitgevoerd?
De verwetenschappelijking of theoretisering van het archiefwezen sinds de jaren negentig heeft daarmee alvast vrij opzichtig gefaald - ook al zijn de diverse rapporten en tussenrapportages ongetwijfeld interessant leesvoer voor (aankomend) studenten archiefwetenschap.

Particuliere archieven

Een van de speerpunten binnen het nieuwe beleid was verder 'een integrale, samenhangende waardering van archieven van zowel overheids- als particuliere actoren.' Dit mede naar aanleiding van een advies van de Raad van Cultuur uit 2006; er moest worden gekomen tot een 'Hoogwaardige archiefcollectie'. Werving van particuliere archieven werd als een belangrijke aanvulling gezien op de bestaande acquisitie.
In hoeverre er op dit punt veel is bereikt de afgelopen jaren durf ik niet te zeggen. Er zijn ongetwijfeld nuttige archieven binnengehaald, maar niet dat van het kaliber staatsman- of vrouw. De recente oproep(en) van diverse instituten tot het inleveren van homevideo's (of eerder fotoalbums) heeft in dat opzicht meer bereikt voor ons toekomstige beeld van Nederland dan enig particulier archief in ouderwetse papieren vorm.
Het werk van de Commissie Deetman naar misstanden in de katholieke kerk heeft tussentijds desondanks nog eens onderstreept dat er zich buiten de overheidssfeer nuttige archieven kunnen bevinden inzake belangrijke maatschappelijke kwesties.

Bijeenkomst

De verontrusting over de preciese plaats van particuliere archieven in het nieuwe archiefbestel heeft inmiddels ook het Platform Particuliere Archieven bereikt; later deze week is hierover een nadere bijeenkomst belegd onder de titel Voor Vernietiging Vatbaar?.
Voor alle duidelijkheid: de positie van particuliere archieven valt buiten de nieuwe selectiemethodiek van het GWR/NSA, die in principe alleen voor de overheid geldt, en wordt in die zin dus niet direct bedreigd. Maar tegenover het anders selecteren van overheidsarchieven, werd zij wel een belangrijke aanvullende rol toegedicht om een eventueel informatieverlies te vergoeden. In die zin zijn de particuliere archieven dus weer terug bij af.



Selectie

Een wijze man heeft mij eens geleerd dat archiveren in essentie uit drie onderdelen bestaat: ordenen, selecteren en beschrijven. Selectie vormt aldus een wezenlijk onderdeel van het vak maar nergens heeft de overheid het zo laten ontsporen in de afgelopen decennia. Het archiefwezen is daar an sich nog niet direct hoofdschuldige aan, als wel de spectaculair gegroeide papierberg van de overheid zelf in de loop van de 20e eeuw.



Daarbij komt dat archivarissen beroepsmatig vroeger nog wel eens wat durfden weg te gooien maar die houding is ondertussen omgeslagen in het tegenovergestelde: zoveel mogelijk willen bewaren. Dit welhaast universele bewaarprincipe (volgens geschiedtheoreticus Pierre Nora) binnen onze huidige samenleving is zelfs een politiek item geworden onder de noemer cultureel erfgoed: liever bewaren tot in de eeuwigheid dus dan tussentijds iets weggooien.

PIVOT

Om de grote achterstanden bij het overbrengen van overheidsarchieven weg te werken moesten daarom vanaf eind 20e eeuw diverse noodgrepen worden bedacht. Eerst was er PIVOT waarbij de handelingen van het openbaar bestuur centraal werden gesteld. Zodoende was een - toekomstige - reconstructie op hoofdlijnen van het beleid mogelijk. Jammer alleen was dat er nauwelijks aandacht was voor de uitvoering van dat beleid binnen de selectie, een eerste merkwaardige spagaat tussen theorie (beleid maken) enerzijds en praktijk (beleid uitvoeren) anderzijds. PIVOT leidde tevens tot hele bijzondere, zo goed als onbegrijpelijke inventarissen (en niet alleen voor de leek) want in essentie institutionele handleidingen m.b.t de betreffende dienst.

PWAA

Onder druk van de politiek en vooral de snel groeiende achterstand in de verwerking van archieven werd PIVOT al snel weer verlaten. Sommige archivarissen vinden dat PIVOT (1992-2001) daarom eigenlijk geen goede kans heeft gekregen zich te bewijzen en in wezen nog zo gek niet was.
In de praktijk werd PIVOT vervangen door PWAA (2006-2008), dat aan de hand van meer vertrouwde selectielijsten te werk ging. Die bleken overigens ook niet goed te werken want zij waren 'té gedetailleerd' (in de woorden van de Bijlage eindrapportage), reden waarom men overstapte op generieke selectielijsten. Ook het selecteren zelf verliep niet geheel probleemloos, volgens de rapportages van de Erfgoedinspectie:

Wel is geconstateerd dat de bewerkers vrij regelmatig geconfronteerd worden met lastige selectievraagstukken. In die gevallen blijkt dat met name bij de projectorganisatie in Rotterdam niet altijd de tijd genomen wordt om deze vraagstukken zorgvuldig op te lossen.  (rapportage 2, blz 6) 

Van de 79 kilometer te bewerken archief werd uiteindelijk 17% voor permanente bewaring overgedragen. Van vele archieven kwamen desondanks maar plukjes van enkele procenten binnen, wat nochtans de indruk wekt dat er soms wel heel erg rigoureus is geselecteerd.
Desalniettemin was er een duidelijke roep om te komen tot een nieuwe selectiemethodiek, met minder noodzaak voor selectie achteraf; tenslotte de reden voor alle vertraging. Dit resulteerde in het eerder vermelde rapport Gewaardeerd Verleden.

Nationaal Archief

De staatssecretaris zal, hopelijk binnenkort (?), ongetwijfeld met bericht komen in een waarschijnlijk uitgebreide Kamerbrief (tenslotte ruim over tijd, ongeacht welke definitie van periodiek) dat er in de afgelopen periode veel is bereikt inzake het wegwerken van de achterstanden, vaststelling van de selectielijsten, invoering van een digitaal werkproces bij het Rijk etc. Maar tevens zal ergens in diezelfde brief, ongetwijfeld in verhullend taalgebruik, moeten worden vastgesteld dat de kern van de nieuwe selectiemethodiek (GWR/NSA of Nieuw analyse-en selectie-instrumentarium) om praktische redenen bij nader inzien niet uitvoerbaar wordt geacht of dient te worden aangepast etc.
Onder leiding van de huidig directeur Martin Berendse moet het Nationaal Archief daarmee voor de tweede keer binnen korte tijd, na de recente bevriezing van de fusie met de Koninklijke Bibliotheek, terugkomen op eerdere besluitvorming. Communicatie naar de buitenwacht toe is daarbij over het algemeen niet hun sterkste kant. De Koninklijke Bibliotheek heeft inmiddels bijvoorbeeld een klein bericht op de website staan inzake diezelfde fusie; op geen van de twee (!) websites voor het Nationaal Archief staat iets dergelijks vermeld.

Toekomst

En, tot slot, ook niet onbelangrijk: hoe moet het nu verder met de selectie? En volgens welke methode? Of moeten we ons om de papieren selectie eigenlijk maar geen zorgen meer maken en alle middelen aan digitale selectie besteden?
Bij herhaling is nu in ieder geval gebleken dat selecteren van bovenaf niet werkt omdat de theorie niet goed aansluit op de praktijk van selectie: ontwikkeling van een handzaam instrumentarium met toepassingsmogelijkheden voor hoofdzakelijk niet-archivarissen. De selectiemethodiek m.b.t. overheidsarchieven dreigt daarmee binnen het Nederlands archiefbestel onderhand 'een discussie zonder eind' te worden.

maandag 6 augustus 2012

Geschiedenis verjongt alsmaar (1): heden

De Britse regering heeft onlangs definitief besloten de overbrengingstermijn van archieven terug te brengen tot 20 jaar i.p.v. nu nog 30 jaar. De geschiedenis van het land komt daarmee zogezegd tien jaar dichterbij.

Transitie


Vanaf volgend jaar zal, gedurende een periode van tien jaar, telkens twee jaar worden overgebracht naar de diverse instanties om aldus een gefaseerde overgang mogelijk te maken. Vanaf 2023 zal men op jaarbasis achtereenvolgens de archieven van twintig jaar eerder overbrengen. De regeling wordt vooral gezien als een belangrijke stap richting democratische transparantie.

Transparantie


De Britse coalitie heeft sinds 2010 sterk ingezet op transparantie van de overheid; dit vormt, samen met open data (o.a. gegevens over de prestaties van scholen of ziekenhuizen of bv. misdaadcijfers etc.) een sleutelwoord van het regeringsbeleid.
Dit was mede een reactie op het grote schandaal in de voorgaande jaren (bekijk een timeline) rondom de vele aftrekposten van parlementariërs als bijvoorbeeld een duur vogelverblijf, waardoor het vertrouwen in de politiek en de democratie zeer was geschaad.

Het dure eendenverblijf van Sir Peter Viggers à 1.645 pond.

Review 2009


In 2009 werd een herziening (Review of the 30 Year Rule) van de bestaande Britse regelgeving (daterend van 1968) gepleegd, met als belangrijkste aanbeveling een verkorting in overbrenging naar 15 jaar. Voor digitale archieven zou een vorm van duurzame opslag moeten gelden binnen een periode van maximaal tien jaar.
Met name de introductie van het internet als informatiebron en de inwerkingtreding van de Freedom of Information Act (2005) maakte het bestaande gat met de officiële documentaire weergave van de geschiedenis van het land tot 30 jaar inmiddels onhoudbaar groot.

Memoires


Behalve grote maatschappelijke veranderingen, was er nog een andere reden voor herziening: de vele politieke memoires die door ex-ministers e.d. worden uitgebracht met hun louter 'self-serving interest'. Hier zou vervolgens de onafhankelijkheid van overheidsdocumenten tegenover dienen te staan maar wet-en regelgeving verhindert dit (openbaring) dus. Ondanks een verbod op publicatie, blijkt er in de praktijk geen effectieve manier om de regelgeving op dit punt af te dwingen.
In Nederland voelen voormalig ministers, politici of ambtenaren veel minder de noodzaak op deze wijze hun gelijk te halen. Niet alleen dat: ook hun persoonlijke archivering laat over het algemeen sterk te wensen over. Openbaar bestuurders beschouwen zich in Nederland niet langer als maatschappelijk leidinggevend, gelet ook op hun korte carrières.

Selectie


Een ander opvallend gegeven is dat van het ministerie van Buitenlandse Zaken ongeveer 50 % van het materiaal wordt bewaard, tegen slechts 5 % van de overige ministeries (dit laatste ligt in lijn met Nederlandse ministeries). Ondanks een eeuw van 'managed decline', ziet G-B zichzelf duidelijk nog altijd als internationale grootmacht.

Openbaarheid


Het kabinet kondigde hierop in 2010, bij wijze van compromis, een overbrengingstermijn van 20 jaar aan. Hoewel er bezwaar bestond tegen het (vervroegd) vrijgeven van bepaalde regeringsstukken, vond men het principe van openbaarheid toch belangrijker. Freedom of Information ('openbaar, tenzij') geldt sinds het jaar 2005 als een belangrijk principe voor de overheid. Stukken m.b.t. belangrijke leden van het koninklijk huis vallen noch onder de regelgeving, noch zijn zij opvraagbaar via een FoI.
Of de overheid er ook daadwerkelijk beter door is gaan functioneren is overigens nog maar zeer de vraag, zo blijkt in G-B volgens een rapport van het ministerie van Justitie.

Openbaarheidsdag


Openbaarheidsdag was in G-B een al langer bestaande traditie. Hierbij worden aan het einde van het jaar 'the choicest items' inzake voormalige geheime regeringsstukken van 30 jaar geleden aan de media ter beschikking gesteld. Hierdoor valt er op 1 januari steevast in het nieuws iets interessants te vertellen over het eigen, recente verleden.
Het Nationaal Archief volgt vanaf 2010 dit voorbeeld met een eigen openbaarheidsdag of eigenlijk beter openbaarheidsdinsdag, want het evenement wordt daar gekoppeld aan de eerste dinsdag van het nieuwe jaar dat het archief geopend is.
In G-B is men inmiddels al weer een stap verder en worden vele 'releases' tussentijds c.q. maandelijks gedaan, afhankelijk van wanneer archieven worden overgebracht en of gereed zijn. Men wacht dus niet langer een vol jaar, behalve dan voor de zogeheten 'cabinet papers'.

Nederland


In Nederland geldt deze verkorte overbrengingstermijn van 20 jaar al langer: sinds de Archiefwet van 1995. Maar door enorme achterstanden in de verwerking c.q. overbrenging van de (overheids)archieven - honderden kilometers - zijn feitelijk gezien nog maar weinig archieven van na 1975 ook daadwerkelijk raadpleegbaar op de studiezalen. Vrijwel geen enkel ministeriearchief is bijvoorbeeld bij tot en met 1991 (de Ministerraad bv. tot 1989), en voor zover dit wel het geval is geldt dat dan vaak kleinere commissie-of deelarchieven.
Deze ongefaseerde overgang heeft in de praktijk tot nog toe dus vrij beperkt resultaat gehad. Het Lopai hield in 2004 een enquete over de verkorte overbrengingstermijn, waarbij de provincies en gemeenten er op dit punt gunstiger uitsprongen dan de centrale overheid (deels wegens een gebrek aan instrumentarium).

Actieve openbaarmaking?



Door de huidig Algemeen Rijksarchivaris zijn er sindsdien suggesties gedaan voor een nog kortere overbrengingstermijn, gelijklopend met de politieke overbrengingstermijn (per kabinet dus). Dit zijn vooralsnog woorden voor de politieke bühne gebleken, zo lijkt het, bedoeld om het gezag van archieven meer aanzien te geven.
Het gat tussen geschiedenis en openbaarheid van bestuur werd door hem eerder aangestipt in een bijdrage voor een KVAN-symposium in juni 2008 en later uitgewerkt in zijn lezing 'Het archief als open source'. De nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer wil(de) bij gelegenheid nog verder gaan, met een grondwettelijk recht op toegang tot overheidsdocumenten (interview NRC Handelsblad 18-12-2010).

Gerelateerde blogs over dit thema:

1 januari: openbaarheidsdag
Onthullingen 2: Peter Mandelson