Zoeken in deze blog

Translate

Posts tonen met het label Koninklijk Huis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Koninklijk Huis. Alle posts tonen

donderdag 2 mei 2013

De abdicatie (1): de koninklijke standaard

Vrijwel unaniem spreekt men van een perfecte organisatie maar staatsrechtelijk gezien valt er toch het nodige aan te merken op de ceremonie rondom de abdicatie. Ik richt mij in dit en volgende blog (morgen) slechts op twee deelaspecten, die ooit nauw verwant waren met de beoefening van de geschiedwetenschap: heraldiek en diplomatiek.

Koninklijke standaard


Een van de meest opvallende momenten in de uitzending (en registratie door de NOS) betrof het naar beneden halen van de vlag of standaard van koningin Beatrix op het Paleis op de Dam en het hijsen van de vlag of koninklijke standaard van Willem-Alexander. Het verschil tussen beide vlaggen is weliswaar nauwelijks waarneembaar maar op het cruciale punt bleven de commentatoren in gebreke. Bovendien klopt er 'iets' niet aan deze vlag.

De nieuwe koninklijke standaard.

Militaire Willemsorde


Het minieme verschil tussen het wapen van de koningin en de koning werd op televisie, enigszins lacherig, wel in beeld gebracht d.m.v. een kaartje maar niet inhoudelijk geduid. De commentaren gaven overigens toe hier geen deskundigheid in te hebben: hoe dan ook een kwestie van slechte voorbereiding dus.
De - onaangekondigde  - verandering betreft de vormgeving van de versierselen van het grootkruis van de Militaire Willemsorde die om het wapen heen hangen. In plaats van plaatsing op een rozet, zoals het hoort (zie onderstaande afbeelding), is dit een strikje geworden.

Het lint van het Grootkruis van de Militaire Willemsorde.

Betrokkenen


Vreemd is allereerst dat deze heraldische vernieuwing nergens is afgekondigd. De koninklijke standaard staat vast sinds 1908 en is sindsdien ongewijzigd gebleven. Uiteraard gaat men bij een dergelijke beslissing niet over één nacht ijs. Betrokkenen in deze kwestie zijn: de Kanselarij der Nederlandse Orden, het Koninklijk Huisarchief, de dossiers zoals bewaard op het Nationaal Archief in het Kabinet der Koningin en de Hoge Raad van Adel als adviesorgaan.

Koninklijk Huis


De verwarring begint overigens al bij het Koninklijk Huis zelf. In een persbericht van 18 februari moest zij een eerder persbericht van 29 januari op dit punt herroepen, namelijk dat er iets zou veranderen: een helm i.p.v. een kroon in het koninklijk wapen. Op de 18e stelt men expliciet dat er 'geen verandering in de vormgeving zal plaatsvinden'. Ook op haar website meldt de Kanselarij expliciet: 'het lint heeft een rozet'.
Maar pas wie het persbericht echt heel goed leest kan afleiden dat het wapen niet maar de standaard wel gaat veranderen, zonder dat men overigens aangeeft hoe. Alleen van het wapen zegt men namelijk expliciet dat dit hetzelfde blijft; de standaard daarentegen is in 1908 vastgesteld en 'bleef daarna ongewijzigd gevoerd'. Men laat dus zogezegd ruimte voor enige verandering.
Een kniesoor die er op let, zou je zeggen, maar toch: regels en wetten zijn er om nageleefd te worden, zeker inzake de monarchie waar ceremonieel zo'n belangrijke rol bij speelt, en dat is hier dus niet gebeurd. We kunnen dan ook zonder twijfel spreken van een heraldische c.q. staatkundige noviteit zonder dat er regelgeving aan vooraf is gegaan. En daarmee is tevens een nieuw precedent geschapen, juist datgene waar de monarchie vaker om wordt bekritiseerd: de ongeschreven regels van het paleis.

Staatsieportretten


Het nieuwe - modieuse? - strikje valt eveneens duidelijk te zien op het staatsieportret van de koning, iets boven zijn linkerhand.



De strik valt helaas enigszins weg (rechtsonder) op de staatsiefoto van Beatrix uit 1980, waardoor geen optimale vergelijking valt te maken.

Bron: ANP Historisch Archief (fotograaf Max Koot).


Binnenkort het vervolg: 
- de abdicatie (2): de akte of oorkonde

zaterdag 1 januari 2011

1 januari: openbaarheidsdag

Het is al vele, vele jaren een traditie in Engeland: de openbaarmaking van documenten van dertig jaar geleden op 1 januari, de termijn waarop ze officieel openbaar mogen worden gemaakt. Op Nieuwjaarsdag komt er steevast in de journaals ook een item in over voor, wat tevens weer goed is voor de publieke zichtbaarheid van archieven.
Meestal gaat het om een of ander politiek memorabel feit of moment uit de recente geschiedenis. Dit ritueel zorgt al vanzelf voor nieuws, want zo kan ook het journaille zich goed voorbereiden. Zo kun je er nu al vanuitgaan dat de openbaarmakingen in 2012 met nog meer dan gemiddelde interesse zullen worden gevolgd vanwege de Falklandsoorlog (1982). De Falklandsoorlog was de afgelopen tijd toch al extra in het nieuws wegens het uit de vaart halen van het vliegdekschip HMS Ark Royal door de strenge bezuinigingen, het einde van de bijbehorende Harrier straaljagers en de dood van BBC-correspondent Brian Hanrahan (destijds oorlogscorrespondent).

Vervroegd

Vanwege de bijzondere omstandigheid dit jaar van oudjaarsdag op een vrijdag gevolgd door twee vrije dagen (en dus geen kranten), plus een gesloten archief op maandag werden de gegevens door The National Archives deze keer al op 30 december 2010 ter beschikking gesteld. Dit jaar gaat het vooral over het eerste regeringsjaar van Margaret Thatcher. De documenten tonen hoe intensief zij zich bezighield met de materie aan de hand van allerlei commentaren in de marge van beleidsstukken of memoranda.

http://www.nationalarchives.gov.uk/news/528.htm

Nederland: traditie in wording

In 2010 deed het Nationaal Archief voor het eerst een poging eenzelfde traditie in het leven te roepen. Het beginnen of opstarten van tradities is altijd een moeizame zaak met ongewisse afloop; zal iets bijvoorbeeld wel aanslaan? Toen lag, in ieder geval namens de pers, sterk de nadruk op - hoe kan het haast ook anders in Nederland - de Oranjes. Bekijk een reportage:

http://nos.nl/artikel/127038-geheime-stukken-koninklijk-huis-openbaar.html

Het Koninklijk Huis beheerst inmiddels het beeld van de contemporaine geschiedenis van dit land en overschaduwt daarmee die van de politiek. Diverse van de persberichten ('Deel archief koningshuis openbaar') leidden dan ook tot enige hilariteit onder ingewijden, nog afgezien van de gebrekkige kennis (of voorlichting) over de Nederlandse staatsinrichting. Ten eerste omdat het Nationaal Archief het archief van het koningshuis niet beheert en ten tweede omdat juist omtrent de openbaarheid van het Koninklijk Huisarchief de afgelopen jaren het nodige te doen is geweest.

Verlaat?

Navraag op vrijdag 31 december 2010 bij de studiezaalmedewerkers leerde dat er wel 'iets' in de maak is en wellicht dat er dinsdag inzage mogelijk is: in elk geval in het overzicht. Achter de schermen is ongetwijfeld hard gewerkt aan samenstelling van dit overzicht (al kan dit grotendeels automatisch). Het maken van nieuws betekent tenslotte vooral ook anticiperen. Of heeft men zich soms een beetje laten verrassen door de agenda van de feestdagen?
Ook op de website staat er niets over aangekondigd waarmee deze vorm van openbaarheid alvast een beetje in tegenspraak is met zichzelf. Nu is het dus voorlopig wachten op dinsdag 4 januari 2011 voor nieuwswaardigheid vanuit het Nederlandse archiefwezen. Wat mij betreft heeft men het momentum daarmee alvast een beetje gemist: traditie is traditie oftewel 1 januari is 1 januari, op welke dag die ook valt of hoe dit precies past binnen de eigen agenda van de organisatie.

Nawoord: 4 januari 2011

Het Nationaal Archief maakte inderdaad vandaag het nieuws bekend, op weinig spectaculaire wijze overigens via een eenvoudig ANP-nieuwsbericht (geen podcast bijvoorbeeld, met toelichting op belangrijke zaken) en zonder schokkende of sensationele informatie. Of het moeten de documenten over de Koninklijke Nederlandse Zwembond zijn, die wellicht nog onthullingen bevat over ons verleden als sportnatie.
Daarvoor had men gisteravond echter beter kunnen kijken naar het programma Erica op reis, 'een zeer persoonlijk reisprogramma' van omroep Max over Erica Terpstra en haar jeugdig verleden in Indonesië, dat informatiever was dan menige aflevering van de genealogische reeks Verborgen Verleden. Dit programma trok ruim 1,2 miljoen kijkers en veroverde daarmee een (terechte) plaats in de top tien van best bekeken programma's.

http://www.nederland1.nl/programma/erica-op-reis

woensdag 22 december 2010

Een kerstboom voor Wilhelmina

Als Geallieerde mogendheid maakte Nederland na de Tweede Wereldoorlog aanspraak op herstelbetalingen van asmogendheid Italië. Of in eigen bewoordingen: ‘The Netherlands suffered considerable losses in the Mediterranean when participating in allied naval or maritime action in this theatre of war.'

Conferentie van Parijs


Een en ander werd nader uitgewerkt in de Economische Commissie voor Italië der Conferentie van Parijs in het najaar van 1946. Op 6 september kwam Nederland met een specifieke eis: zij had haar ogen laten vallen op de sloep Eritrea, de olietanker Urano en twee grote sleepboten Vigoroso en Taormina. Meer in het algemeen bedroegen de Nederlandse eisen wegens herstelbetalingen: 43,337,025 dollar, waarvan 7,700,000 ter compensatie voor de Koninklijke marine en 500.000 dollar ‘for losses suffered by nationals of the Netherlands arrested and interned in Italy’. Op 15 september 1947 werd een definitief verdrag gesloten.

Italiaanse verontwaardiging


Eind december 1947 circuleerden er in de Italiaanse pers een lijst van de Italiaanse oorlogsschepen die de Geallieerde Marine experts zouden hebben toegewezen. Het persbericht voegt aan het bovenstaande toe, dat Groot Brittannië aan Italië verzocht had 3 motortorpedoboten aan de Nederlandse regering te willen overdragen als erkenning van het Nederlandse aandeel in de Geallieerde strijd in de Middellandse Zee.
Dit laatse nu leidde tot hevige verontwaardiging in de krant Gazzetta del Lunedi op 22 december (nr. 51), onder de kop 'L'albero Natale della Regina Guglielmina', waarin zij werd opgeroepen dit kerstgeschenk niet te aanvaarden. Het consulaat te Genua meende er goed aan te doen het Consulaat-Generaal te Rome hiervan te verwittigen.



De Gazzetta was een onafhankelijke maandagochtendkrant, met een lezerskring onder rechtse en liberale elementen, volgens het Nederlands consulaat te Genua. Naar Rome werd eveneens een vertaling (helaas van mindere kwaliteit) opgestuurd. Die vertaling is desondanks zeer de moeite waard, onder meer vanwege de (traditionele) visie op Nederland en het Koninklijk Huis en mede als reflectie van de toenmalige economische situatie in Italië.



Vertaling


"Gracieuse Majesteit,

Met de vage formule "men verneemt", die altijd in het journalisme van de hele wereld wordt gebruikt wanneer men niet de moed heeft om op een direkte manier een onaangename zaak te verklaren, hebben de bladen van de aanstaande Kerstmis aan de Italianen bericht gegeven van een mooie gedachte die Londen vannacht heeft gehad: zij zal aan Italië drie eenheden van zijn lichte vloot vragen "om er een geschenk van te maken aan Nederland als compensatie voor de medewerking verleend aan de Engelse vloot.
U draagt, Majesteit, een der laatste kronen, die nog stevig rust op Uw eerbaar hoofd. De huidige geschiedenis spreekt weinig over U: slechts wanneer U afgetreden was zouden de kranten al Uwe bezigheden als Koningin zonder kroon vermeld hebben.
De Italianen houden van Uw land en respecteren het. Niet alleen om dat het aan de verzamelaars de laatste prentbriefkaarten met windmolen - van steen daar we van de levende reeds een groot aantal bezitten! - en meisjes met kante capjes biedt, maar omdat ze de kwaliteiten van Uw werkzaam, bescheiden en taai volk kennen, welk meter de meter de grond aan de Oceaan heeft ontworsteld, dat in de eeuwen stand heeft gehouden aan de verzamelde vloten van Frankrijk, Engeland en Spanje, dat met zijn koloniaal Keizerrijk alle oude damen van vier continenten met koffie en cacao voorziet, dat ten slotte de milde tulp cultiveert en vereert, in plaats van de waterscheerling en de brandnetel die zo verspreid zijn tussen het vriendelijke latijnse bloed ...
Hoeveel moeite ook de nationale strijdzuchtige personen hebben gedaan om incidenten te voorschein te roepen op de kruispunten der geschiedenis, is het niemand ooit gelukt iets te vinden dat de italianen van Uw land kan scheiden; er is genoeg plaats onder de zon voor de Hollandse kaas en voor de strijkkaas van Melzo. (stracchino).
Maar er komt bij de Italianen de bedeesde hoop op - en wie zouden willen aanmoedigen - dat U dit Kerstmis geschenk zal weigeren, al was het ook om een gevaarlijk principe te vermijden. Daar sedert de verre dag dat Eva, vrezende als oude vrijster te eindigen, een Adam de eerste huwelijks appel aanboodt, is het altijd gebruik van de mensheid geweest geen geschenken te geven met andersmans geld.
Wanneer de kleine geschenken, gracieuse Majesteit, de vriendschap onderhouden, moet men zich overtuigen van de herkomst.
Wanneer een van ons op de openbare weg een man op de grond gevallen zou zien, die aan de vinger de laatste ring van een verloren vermogen draagt, zou men er niet aan denken om hem te vragen de ring uit te trekken, om deze dan met een buiging en een lachje aan de mevrouw van de drogist die ons "met de kaarten begunstigd heeft" aan te bieden.
Wij weten dat we een overwonnen land zijn. Ze zeggen het ons iedere dag, net of we het niet goed genoeg weten; vele leden van de Constituante van alle partijen en het is al veel wanneer niemand heeft voorgesteld om in de nationale vlag het embleem van een schop in te brengen.
In ieder geval hebt U, gracieuse Majesteit, niet op een direkte wijze meegedaan om ons te schoppen, en geen schaduw van wrok blijft tussen Uw blonden, zwijgende en massiefe onderdanen die uit porselein pijpen roken zoveel als ze willen en deze kleine, magere en nerveuse Italianen die, als oorlogsstraf, de "buitenlanders" sigaretten, gefabriceerd te Rivarolo of Belgirate, voor millionnairs prijzen moeten betalen.
Laat U weten, Majesteit, aan deze grote humorist die Mijnheer Bevin is, hoeveel aangenamer het U zou zijn - in plaats aan het Italiaans volk enige bootjes bestemd voor zijn visserij af te nemen - eenvoudig van de Britse Kroon een foto te ontvangen, eventueel met opdracht van de Home Fleet ...
Een dergelijk gebaar zou U, gracieuse Majesteit, in Italië populair maken. En iedereen in deze tijden heeft vrienden nodig, zowel de Vorsten in hermelijnen kleed als de Presidenten van Republiek die Koningen in nachthemd zijn.
Wanneer U het geschenk zoudt aannemen, zou het geschapen precedent onrustbarend worden.
Slechts in een oude comedie van de Flers en Caillevet deelt lachend een spotachtige gast van een huis onder de andere gasten de sigarettenkokers, de sigaren en fondants verzameld van de tafel uit:"Mon Dieu pour ce que celà coute".
Het zou morgen iemand in het hoofd kunnen komen, hopen we van niet, om ons Francesco Nitti te vragen voor de beelden van was voor het Museum Grevin of Palmiro Togliatti voor de Staats discotheek van Soviet-rusland. Nu zijn we zo arm, Gracieuse Majesteit, zo arm dat we wensen dat weinig wat we samen geraapt hebben van de puinen van het ineen gestort huis te houden. Wij zijn bereid "cash" de schaden te betalen waarvan de overwinnaars ons de nota hebben voorgelegd, maar wij zouden willen dat ze niet over de kleren van de dode beschikken zonder de familie te waarschuwen.
Enige van onze schepen zullen aan Frankrijk over gaan, die, zoals bekend, altijd overwinnaar was; anderen zullen aan Joegoslavië worden gegeven, die zoals eveneens bekend, een machtige maritieme mogendheid is welke vroeger of later slechts op haar de eer zal nemen in dat verre en vergeten 1919 Oostenrijk overwonnen te hebben, Heel juist. De Mexicanen zeggen: wanneer een stier neergevallen is trekken hem zelfs de mieren bij de start.[sic; staart]
Maar U regeert, Majesteit, over een eerlijk en sterk Land. Wijst U het geschenk af dat Engeland, bedacht op eigen spaarzaamheid, aan U Kerstboom zou willen hangen. Doet U het als een teken van medebegrip en vriendschap tegenover ons gevallen volk, die zich opnieuw aan het werk heeft gezet met bloedende handen, om samen te werken aan de wederopbouw van een Europa waar de rechtvaardigheid, de vrijheid en de vrede niet slechts figuren zijn ban [sic; van] de "Panettone Motta" maar ideen die met en bloed gerealiseerd zijn.
Een groot figuur van Uw ras, Willem van Oranje genaamd de Zwijger liet geschreven dat het niet nodig is te hopen om te geloven noch te overwinnen om te volharden.
Laat ons geloven dat volharden in het werk ten minste voldoende is om ons vrij te stellen van de deelneming aan de "Cena delle Beffe" gedekt op onze kosten in het restaurant der Geschiedenis."

Nawoord

Het stuk was ondertekend door ene Kronos. In weerwil van de ophef in de krant te Genua, bleek de vlootaangelegenheid in de romeinse pers voor de ambassade gelukkig nauwelijks of geen aandacht te trekken. Er was kortom sprake van een storm in een glas water.
Maar het leverde in elk geval een bijzonder stukje proza op naast een fraai inkijkje in de Italiaans-Nederlandse betrekkingen anno 1947 en het beeld van Nederland in het buitenland!


Verklarende woordenlijst
Home Fleet = Royal Navy
Bevin = Ernest Bevin; Labour-politicus en tevens minister van Buitenlandse Zaken


Bron: Nationaal Archief, Gezantschap Rome [2.05.289]

dinsdag 23 november 2010

Juliana wilde vlaggen half stok voor verkeersdoden


Afgelopen weekend (zondag 21 november) vond voor de 15e keer de jaarlijkse nationale herdenking van verkeersslachtoffers plaats in Apeldoorn. Het idee achter deze herdenking is al minstens een halve eeuw oud en kent een opmerkelijke voorgeschiedenis. Ik had hier al langer geleden (in het kader van mijn onderzoek naar de Nederlandse vlag) stukken over gevonden, alleen was het verhaal daarmee nog niet helemaal rond. Met de recente openbaring van het archief van Veilig Verkeer Nederland, ondergebracht bij het Nationaal Archief, kwamen de laatste details vrij. Aan de hand van mijn bevindingen verscheen tevens een algemeen stuk in de pers. Daarom hier het volledige verhaal.

Eerste aanzet herdenking door Wilhelmina

Prinses Wilhelmina vroeg in het najaar van 1958 aan de voorzitter van het Nederlands Verbond voor Veilig Verkeer (de voorganger van VVN) om ‘het in acht nemen van een ogenblik stilte tot ernstige bezinning.’ Zij deed deze oproep mede vanwege het recente ongeluk in augustus van dat jaar met het K.L.M. toestel “Hugo de Groot”. Hierbij vielen maar liefst 99 doden, waarvoor o.a. één minuut stilte was gehouden (mogelijk een noviteit in de Nederlandse geschiedenis bij publieke herdenkingen). Dit was het grootste vliegtuigongeluk tot dan toe in de Nederlandse geschiedenis. De oorzaak ervan is altijd onopgehelderd gebleven. Lees meer hierover:

http://www.aviacrash.nl/paginas/hugo%20de%20groot.htm

‘Het aantal slachtoffers van het verkeer, dat dagelijks dodelijk getroffen, of voor het verdere leven verminkt wordt, is helaas veel groter’, zo schreef Wilhelmina tevens bij die gelegenheid.
Al in 1955 besteedde zij voor het eerst aandacht aan dit thema in een radiorede met als motto "Hebt eerbied voor het leven". Onveiligheid op de weg werd na een aanloop van enkele jaren dat jaar gebombardeerd tot volksvijand nummer één. Kamerleden vroegen er aandacht voor en spraken daarbij hun erkentelijkheid uit voor Wilhelmina en Juliana als wegbereiders. Het Verbond zelf sprak in zijn jaarverslag van 1956 voor het eerst van een nationale ramp die het Nederlandse volk bedreigt.
Opvoeding van de weggebruikers werd in eerste instantie als de weg vooruit gezien. Het probleem werd deels veroorzaakt door de moeilijkheid der niet-gemotoriseerde weggebruikers zich aan te passen. Die mening werd overigens niet door iedereen gedeeld. "De verkeersonveiligheid is in al haar barbaarsheid teruggekeerd", zo meldde de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Voetgangers in maart 1959. Op de wegen moest daarom meer accommodatie komen voor voetgangers en fietsers.


[Staatje met verdubbeling van het aantal verkeersslachtoffers tussen 1950-1959]


In het najaar van 1959 vroeg prinses Wilhelmina de organisatie opnieuw om op haar jaarlijkse vergadering ‘voor de overweging van een jaarlijks aan te wijzen dag van rouw en bezinning teneinde hen allen [verkeersslachtoffers] te gedenken.’ Haar oproep werd ditmaal tevens ondersteund door een speciale boodschap van koningin Juliana. In een telegram benadrukte zij dat er hier sprake was van een sluipende ramp waardoor weliswaar de ontzetting niet zo groot was als bij een collectief gebeuren, zoals de Watersnoodramp, maar de gevolgen toch zeer ernstig waren.
'Bij deze aldoor en voortgaande vernieling van leven en levensgeluk past ons, dunkt ook mij, niet alleen het nemen van alle mogelijke maatregelen ter beveiliging van het verkeer, maar ook het gemeenschappelijk herdenken met warmte en met eerbied van hen, die tengevolge van het verkeer heengingen of die daardoor een groot leed kregen te dragen.'

Plannen van Juliana

De koningin had inmiddels zo haar eigen ideëen ontwikkeld hieromtrent, ongetwijfeld in overleg met haar moeder. In het najaar van 1959 verzocht zij minister Korthals van Verkeer en Waterstaat 'of het wenselijk ware ter herdenking van de vele slachtoffers van het wegverkeer jaarlijks op een bepaalde dag een stilte in acht te nemen van enkele ogenblikken, gedurende welke alle verkeer zou worden stilgelegd.' Daarop volgde er een onderling gesprek.
Het ministerie van Verkeer en Waterstaat meldde begin december 1959 aan de algemene oproep namens het Koninklijk Huis, zoals voorgelezen op het jaardiner van de Algemene Vergadering van het Verbond te Nijmegen, tegemoet te willen komen. Minister Korthals verklaarde het veiliger maken van het verkeer als een van zijn voornaamste taken te beschouwen van zijn ambtsperiode. Met het Verbond zou worden overlegd ‘teneinde te zoeken naar een passende vorm, waarin het denkbeeld van een jaarlijkse bezinning op de onveiligheid van het verkeer en een herdenking van de slachtoffers daarvan gestalte kan worden gegeven.’ De weggebruiker moest worden geleerd hoe de weg te gebruiken; daartoe zal echter nog een lange en moeizame weg moeten worden afgelegd, zo verklaarde de minister.

Nadere uitwerking plannen

In het voorjaar van 1960 presenteerde minister Korthals de plannen aan het Kabinet. Gedacht werd onder meer aan een jaarlijkse herdenkingsdag in de eerste helft van oktober, samenvallend met de congresdag van het Verbond. Op die dag zou Hare Majesteit tevens een rede kunnen houden uitgezonden door radio en televisie. Kerkgenootschappen zouden op de voorafgaande zondag eveneens aparte aandacht kunnen schenken aan het thema. Een andere mogelijkheid was om de vlag halfstok te laten hangen van openbare gebouwen of bijzondere scholen op de herdenkingsdag of een gedeelte daarvan. Ook op scholen zou aan de herdenking speciale aandacht kunnen worden gegeven. Van de oorspronkelijke gedachte van Juliana om het verkeer stil te leggen, was men inmiddels geheel afgestapt: waarschijnlijk omdat dit praktisch niet uitvoerbaar was.
De kwestie werd in het voorjaar van 1960 op 6 mei als 10e punt (‘Herdenking slachtoffers van het verkeer’) behandeld in de Ministerraad. Er werd geen besluit genomen. Wel vond men het punt van het halfstok hangen van de vlag in ieder geval ongepast. Voorafgaand aan de vergadering, bleek dat men zowel bij de ministeries van Verkeer en Waterstaat als bij Binnenlandse Zaken tevens minder gelukkig was met het idee van het in acht nemen van een moment stilte. Dat zou te zeer afbreuk doen aan de betekenis van de stilte die inmiddels bij de Dodenherdenking in acht werd genomen. Zo zat het ritueel van de ene herdenking het ontwerp van een andere inmiddels min of meer in de weg - in ieder geval volgens de zienswijze van het kabinet.
Na onderling overleg werd medio juni 1960 het definitieve plan van de herdenkingsdag vastgesteld; de uitwerking werd verder gedelegeerd aan het Verbond. Volgens de wensen van het Koninklijk Huis ging de gedachte vooral uit naar een jaarlijkse dag van rouw en bezinning. Het ministerie van Binnenlandse Zaken sprak daarom ook van een ‘bezinningsdag verkeersslachtoffers’. In het najaar van 1960 ontvingen provincies en gemeenten een circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken over de noodzakelijke gegevens en het verzoek om medewerking te verlenen aan het Verbond bij de uitvoering van zijn plannen.

Bemoeienissen Koninklijk Huis

Wie zich wellicht verbaasd over de inzet van diverse leden van het Koninklijk Huis voor deze kwestie, moet allereerst bedenken dat het aantal verkeersdoden toen erg hoog lag: jaarlijks enige duizenden doden (tegen zo'n 700 nu). Na het ‘rampjaar’ van 1953, werd paradoxaal genoeg in 1960 een nieuw dieptepunt bereikt qua aantal doden. De campagne kwam dus geen moment te vroeg.
Dat jaar zag een absolute stijging van het dodencijfer met 182 slachtoffers, tegen de statistisch gemiddeld jaarlijkse stijging met 100 doden: in totaal 1900 doden en meer dan 48.000 ernstig- en lichtgewonden. Het was duidelijk een groeiend maatschappelijk issue; sommigen spraken zelfs van een nationale ramp en anderen in de Kamer, zoals de A.R.P. afgevaardigde dr. E.P. Verkerk, van een nationale schande. En met name Juliana had in maatschappelijk opzicht vrij uitgesproken meningen. Juist ook het appèl op een morele bezinning, hoe onpraktisch misschien ook, is typerend voor haar stijl van leiderschap.

Dat daarnaast juist de kwestie van verkeersveiligheid het Koninlijk Huis zo bijzonder bezighield is al evenmin verwonderlijk. Het Koninklijk Huis was namelijk al vroeg betrokken bij de organisatie voor een veilig(er) verkeer in Nederland; Z.K.H. de Prins der Nederlanden was sinds 1938 zelfs de beschermheer ervan. Niet geheel toevallig, want in het jaar ervoor was prins Bernard aan de dood ontsnapt bij een auto-ongeluk te Diemen toen een vrachtwagen van een talud afreed de weg op en tegen de auto van Bernard botste. De Ford waarin de prins reed raakte zwaar beschadigd.
Het zou overigens niet zijn laatste ongeluk zijn; de prins hield nu eenmaal van snelle auto's. Maar ook andere leden van het Koninklijk Huis beleefden later meer of minder ernstige auto-ongelukken. En tot voor kort gaf Pieter van Vollenhoven zijn 'prinselijk' bestaan mede invulling met het voorzitterschap van de Onderzoeksraad voor Veiligheid en de diverse voorgangers.

Uitvoering plannen

Op de jaarlijkse congresdag van het Verbond op 11 en 12 oktober 1960 te Groningen werden de plannen nader ontvouwd, met het accent duidelijk op de bezinning. Koningin Juliana hield een speciale radioboodschap op 12 oktober die ’s avonds om acht uur tevens voor de televisie werd herhaald; er kwam een gratis affiche ter verspreiding (25.000 zogeheten bezinningsaffiches, onder meer in alle Hervormde kerken, kazernes en politiebureau’s); een speciale editie (‘bezinningsnummer’) van het gezinsblad “Wegwijs” (200.000 exemplaren, met name bedoeld voor het bedrijfsleven en uit te reiken op 12 oktober), en een jongerenkrant getiteld “Veilig Uit”. Reeds op zondag 9 oktober besteedden de kerken ruimschoots aandacht aan de vigerende boodschap. Het Leids Dagblad plaatste aan de vooravond onder de kop "Een zaak van leven en dood" een redactioneel met o.a. een confronterende foto van een autowrak.
Volgens de verkeersredacteur was het helaas zo 'dat vele mensen in het verkeer van beschaafde, wellevende burgers in agressieve, haatdragende individuen veranderen, die vòòr alles op hun rechten staan.' Ook de media besteedden op televisie in diverse programma’s speciale aandacht aan het thema van een veilig(er) verkeer.



In haar rede ging Juliana dieper in op het aangedane leed en het zich laten verleiden tot onsportief gedrag op de weg {'zoals bv. een weliswaar heerlijk gevoel van snelheid te hebben'}, waar ten onrechte op snelheidsrecords werd gejaagd, en het gevaar van zelfoverschatting. Daar tegenover plaatste zij een visie van sportief gedrag, mede als uiting van een bepaald beschavingsniveau, waar met elkaar (en elkanders tekortkomingen) rekening werd gehouden. Naast rechten, waren er ook plichten. De rede werd als volgt afgesloten:

Ken jezelf,
ken je auto
kijk uit naar de ander
want ik ben mijn broeders hoeder

Jaren zestig

In daaropvolgende jaren zou telkens een van de ministers de ‘Nationale Bezinning op de Verkeersonveiligheid’ in oktober met een korte radiotoespraak inleidden. In 1961 was het bijvoorbeeld de beurt aan minister-president De Quay. Dat jaar verscheen tevens een bijzondere publicatie getiteld De fatale seconde.
Toevallig (?!) bleek ik dit boekwerkje enige tijd geleden al eens te hebben gekocht. Ik was vooral getroffen door de foto's als voorbeeld van crime scenes, in combinatie met de al dan niet verzonnen verhaallijnen achter de foto's die de harde boodschap van dood en verderf extra moesten thuisbrengen.



In 1963 was de slagzin "Gij zult niet doden", net als het tiende gebod. Een jaar later waarschuwde premier Marijnen voor een veldslag op de wegen. Uitvoering van het programma bleef aan het Verbond in opdracht van de regering. Vanwege de nog steeds toenemende verkeersonveiligheid door de almaar stijgende mobiliteit en groeiend autobezit, nam het thema ook zeker niet in belang af. De oplossing werd steeds meer in de wetenschappelijke hoek gezocht, o.a. oprichting van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid.
De maatschappelijke explosie van de problematiek lag duidelijk in de tweede helft van de jaren vijftig en de eerste helft van de jaren zestig. Volgens de KNAC was 'verkeersonveiligheid nog steeds een der grootste problemen' in 1960. Het probleem werd vaak in één zin vergeleken met de toenmalige heersende woningnood.
Het was vooral ook een grote steden probleem. De problematiek van de verkeersonveiligheid leverde tevens een nieuw woord op: brokkenmaker.
In 1967 werden bijna 3.000 mensen (2855) in het verkeer gedood. CHU-kamerlid Tilanus sprak van een epidemie die dagelijks 6 à 7 doden en meer dan 100 gewonden eist. Twee jaar later werd zelfs van een pandemie gesproken. In 1968 werd de eerste Nationale Verkeersweek gehouden bij wijze van speciale aandachtsactie.
Gedurende de jaren zestig werden leden van het Koninklijk Huis nog diverse malen gevraagd om een bijdrage te leveren aan de herdenking: prinses Beatrix voor een radioboodschap in 1966 en prins Claus voor de opening van de actieweek in 1968.

Het is vooralsnog onduidelijk hoe het precies met de bezinningsdag is afgelopen in de jaren zeventig. Opvallend genoeg is Pieter van Vollenhoven initiatiefnemer geweest tot oprichting van Fonds Slachtofferhulp in 1989, die mede de jaarlijkse Nationale herdenking op de derde zondag in november voor de verkeersslachtoffers financieren. In die zin is er dus wel degelijk sprake van enige continuïteit.

Geringe impact

Ik moet toegeven: bovenstaand nieuws had niet de impact die ik verwacht had. Dit heeft in de eerste plaats te maken met het min of meer 'op slot' zitten (registratie vereist) van de website van het Nederlands Dagblad.
Timing, ook altijd cruciaal bij nieuws (in dit geval in het weekend), zal mede een rol hebben gespeeld. Andere persdiensten bleken in elk geval weinig of geen interesse te hebben, behalve notabene enkele royaltyblogs!
Maar ik vermoed tevens nog iets heel anders. Historisch nieuws over Juliana is eigenlijk helemaal geen nieuws, tenzij Bernard er op een of andere manier bij is betrokken. Haar leven wordt inmiddels geheel in het licht van zijn bestaan geplaatst, een opmerkelijke historische ontwikkeling en tevens anomalie die revisie behoeft. De 'radicale prinses' (een mooie titel overigens voor een toekomstige biografie) verdient een beter lot.

Bronnen
Archief Ministerie van Binnenlandse Zaken, afdeling Binnenlands Bestuur.
Archief notulen van de Ministerraad.
Archief Verbond voor Veilig Verkeer.
Kranten Regionaal Archief Leiden.

maandag 22 maart 2010

Nationale identiteit 1: de Oranjes


De Story - in sommige kringen een gezaghebbend blad - berichtte vorige week dat de koningin erg ongelukkig is met de vele seks in het drama De troon. We zijn inmiddels drie afleveringen ver en eerlijk gezegd vind ik dat nogal meevallen: het blijft gemiddeld beperkt tot één, hooguit twee vrijpartij(en) per aflevering. De indruk die ondertussen vooral blijft beklijven, is die van een half mislukte maffia clan met iets te veel machtsaspiraties.
Zoals al in een eerder blog aangegeven is het bijna onvermijdelijk dat programma's die de geschiedenis als uitgangspunt nemen deels leunen op, lichtelijk overdreven, spanning en avontuur. De Oranjes zijn de afgelopen jaren opmerkelijk genoeg het voorwerp geweest van een hele reeks aan televisiedrama's: inmiddels ieder jaar wel eentje. Vanwaar deze plotselinge belangstelling?

De 21e eeuw toont in elk geval dat de schroom van weleer geheel is losgelaten. De huwelijken van diverse Oranjes (Mabel, Máxima, Laurentien); het overlijden van Claus, Juliana en Bernard; er was stof genoeg voor de pers om over te schrijven. Andere incidenten rondom het koningshuis, vooral in de sfeer van de financiële huishouding, en de gebrekkige regie vanuit het Torentje deden het aanzien beslist geen goed.
Van een tanende populariteit is desondanks geen sprake; programma's als Blauw Bloed bevestigen, integendeel, een louter positief royalty-beeld. Maar de Oranjes liggen meer dan voorheen onder vuur, mede omdat de afstand tot de maatschappij gedeeltelijk is gedicht. De aantrekkingskracht van het sprookje heeft plaats gemaakt voor de hedendaagse celebrity cultuur; de Oranjes zullen in dat opzicht mee moeten gaan met hun tijd.

Dat de radartjes op de communicatieafdeling van Huis ten Bosch in dat opzicht inderdaad niet stil staan, bleek vorige week. In de slag om de media (lees het genereren van positieve publiciteit) heeft de familie nu gereageerd - na eerdere toegiftes aan de pers, bijvoorbeeld speciale fotoreportages - door sinds 19 maart via youtube een eigen kanaal met actuele reportages en oude beelden te beginnen. Het meest bekeken filmpje tot nog toe, is het bezoek van Máxima aan de Keukenhof.

Bekijk het Koninklijk Huis kanaal: http://www.youtube.com/koninklijkhuis

Dit is uiteraard een toegift aan de beeldcultuur van de moderne massamedia. Alleen het Koninklijk Huisarchief blijft min of meer gesloten. De vraag is onderhand alleen hoe lang dat nog stand zal houden. In geautoriseerde biografieën gelooft toch vrijwel niemand meer, zeker niet nu 'ongeautoriseerd' juist een extra verkoopargument is geworden.
En zulke geheime zaken hoeven we er ook niet te verwachten. Het Koninklijk Huisarchief heeft een bijna mythische status, maar is dat wel terecht? In de diverse correspondentie is ongetwijfeld al danig gesnoeid door overijverige particulier secretarissen: grote verrassingen zullen welhaast zeker uitblijven. En voor de echte staatsgeheimen moeten we toch veeleer bij het Nationaal Archief zijn. Het Koninklijk Huis doet er waarschijnlijk dan ook goed aan haar deuren open te gooien voordat zij daartoe door externe omstandigheden alsnog wordt geforceerd.