Zoeken in deze blog

Translate

Posts tonen met het label herdenken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label herdenken. Alle posts tonen

dinsdag 18 oktober 2011

Monumentaal? Martin Luther King herdacht


Ik schrok eerlijk gezegd toen ik zondagavond via de autoradio hoorde dat het monument voor Martin Luther King, Jr maar liefst 120 miljoen dollar kost. Dit kan toch nooit de bedoeling zijn geweest van King's hoofdzakelijk spirituele erfenis?

Burgerrechten

Eerder die avond zag ik al beelden van het monument in het NOS journaal ter gelegenheid van de inwijding ervan en mijn eerste indruk was er een van wanstaltige protserigheid. Het beeld is bijna communistisch dictatoriaal van proporties. Wat is hier fout gegaan? Wordt hier niet veel eerder iets afgekocht i.p.v. op positieve wijze herdacht?



M.L. King was een eenvoudige, zwarte predikant met een niet geheel onbesproken levenswandel (die dankzij speurwerk van de FBI bij wijze van laster in omloop werd gebracht). In de jaren vijftig en zestig stond King symbool voor de groeiende burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten. Daarbij ging het vooral om geweldloos verzet. Door het tonen van morele superioriteit werden de autoriteiten in toenemende mate in het defensief gedrongen.

National Mall

Voor alle duidelijkheid: het gaat hier niet om zo maar een monument maar om een nationaal monument. De plek is veelzeggend: de National Mall te Washington. Die vormt een avenue van monumenten voor presidenten of gevallenen. De plaats zelf is dus hoogst significant.
De MLK Memorial staat op een zichtlijn tussen de Lincoln Memorial, met de strenge Abe op zijn troon, en de Jefferson Memorial in. Op de trappen van het nabije Lincoln Memorial hield King in 1963 zijn befaamde 'I have a dream' speech. Overeenstemming met de National Park Service over de exacte locatie werd overigens pas na de nodige moeite bereikt in 1999.

Prijzig

Helaas wordt nergens duidelijk gemaakt waaraan al dit geld precies wordt besteed. Het Congres gaf zelf de opdracht in 1996 aan de minister van Binnenlandse Zaken om toestemming te verlenen aan de Alpha Pi Alpha broederschap tot het oprichten van een memorial. Sinds zijn dood in 1968 bepleit deze broederschap een memorial in Washington, D.C. Men kreeg allereerst tot november 2003 de tijd om 100 miljoen dollar bijeen te brengen. In 1998 gaf het Congres opdracht aan de broederschap een stichting op te richten voor de verdere geldinzameling, het ontwerp en de uitvoering.

Fondsenwerving

Simpel gesteld komt het er op neer dat de overheid haar medewerking zou verlenen aan de oprichting van een monument indien een derde partij met voldoende fondsen voor de dag wist te komen. Onduidelijk is of de bijzondere locatie de organisatie nog geld heeft gekost of dat de grond is geschonken.
In de vorm van een bijdrage is er door het Congres wel een bijdrage van 10 miljoen dollar gevoteerd als 'matching fund'. Verder heeft vrijwel geheel corporate Amerika met kleinere of grotere donaties bijgedragen aan de bouw ervan, dit alles onder de noemer 'Build the Dream'.
De oorspronkelijke doelstelling van 100 miljoen dollar werd in augustus 2008 verhoogd tot 120 miljoen. Hiervan is momenteel ruim 114 miljoen opgebracht. De extra kosten waren o.a. nodig voor een boekhandel, nadere veiligheidsmaatregelen en stijgende materiaalkosten.

Nagedachtenis

Inmiddels is ook bekend dat de familie van King 800.000 dollar heeft ontvangen als een soort afkoopsom. De familie heeft een eigen stichting met onder meer copyrights voor het gebruik van diens beeltenis en uitspraken of woorden (Intellectual Properties Management, Inc.). Al vanaf het begin lagen zij in dat opzicht dwars.
Dat zij op deze wijze geld hebben gevraagd, en gekregen, ten behoeve van een nationaal monument is op zijn zachtst gezegd merkwaardig. Wel hebben zij toegezegd, dat dit geld toekomt aan hun eigen King Center. De familie wordt er al langer van beschuldigd vooral te willen verdienen aan de nagedachtenis.

Ontwerp

De MLK Memorial is een groter geheel bestaande uit een stuk grond van ca. 4 hectare in de noordwesthoek van het Tidal Basin. In dit gedeelte van het park is kersenbloesem geplant, een cadeau van Japan uit 1912 als symbool voor vrede en eenheid. Er zijn voor de gelegenheid nog eens 182 extra van deze bomen geplant.


De toegang wordt gevormd door een poort, de zogeheten Mountain of Despair, die sterk doet denken aan bijvoorbeeld poorten uit de oudheid in Assyrië. Na de entree, staat op een plein de zogeheten Stone of Hope - met op het uiteinde in bas-reliëf de beeltenis van King.


Van een standbeeld is strikt genomen geen sprake aangezien het geen vrijstaand beeld betreft. Behalve vanwege zijn monumentale proporties met een hoogte van 30 feet (9 meter) - 11 feet groter bijvoorbeeld dan Lincoln - is er ook geklaagd over de confronterende lichaamshouding of pose. In dat opzicht heeft het veel weg van beelden van farao's (bv. Ramses II) of een sfinx.
Aan de binnenkant van het terrein loopt een 'inscription wall' met veertien citaten uit King's werk gecentreerd rond de thema's Justice, Democracy, Hope, Love. Dit laatste thema stond niet in het oorspronkelijke ontwerp. Er is bewust niet voor gekozen iets uit 'I have a dream' te citeren. De citaten zijn gekozen door een commissie van wijze historici.


China

Een van de weinige positieve dingen die men over het beeld kan zeggen is dat het behoorlijk gelijkend is, al is ook daar niet iedereen het over eens. Sommigen vinden het namelijk wel iets weg hebben van Kim Il Sung.
Het beeld zelf is notabene gemaakt in China door de meesterbeeldhouwer Lei Yixin. Tot zijn eerdere produkten behoren o.a. beelden van Mao Tse Tsung. De meer dan 150 granieten blokken wegen tezamen 1.600 ton en zijn van Xiamen naar Baltimore verscheept. De bouw is in feite uitbesteed en er is nauwelijks een Amerikaan aan het produktieproces te pas gekomen.


Nationale feestdag

De memorial zou oorspronkelijk op 28 augustus worden ingewijd ter gelegenheid van de herdenking van de mars op Washington, maar orkaan Irene stak daar een stokje voor.
M.L. King wordt sinds 1986 al herdacht met een jaarlijkse nationale feestdag op 20 januari: zijn geboortedag. Ter gelegenheid daarvan werd vorig jaar nog een toespraak uit 1960 ontdekt.

http://www.npr.org/templates/story/story.php?storyId=122612938

Nawoord d.d. 25-10-2011

Ondanks herhaalde verzoeken, heb ik geen opheldering van de organisatie gekregen over de verdeling van de bouwkosten; een FoI lijkt me ook wat zwaar in dit geval. Wel kreeg ik een email van Harry Johnson (de president van de MLK Memorial) waarin hij mijn inzet als 'Founding sponsor' bijzonder waardeert (!), en tevens allerlei speciale 'deals' voor mij in petto heeft - uiteraard tegen betaling van de nodige dollars. Wie desondanks wil contribueren kan dat al vanaf 5 dollar:

http://www.mlkmemorial.org/


Gerelateerde blogs / If you liked this you might also like to read
De actualiteit van monumenten: 1914-2014

woensdag 9 maart 2011

Begraven, herdenken en weer vergeten

Vorige week verjaarde de oudste, nog levende veteraan uit de Eerste Wereldoorlog. Claude Stanley Choules, die in Australië woont, werd op 3 maart 110. Hoewel vermeldenswaardig genoeg (ook in diverse kranten), ontging de meeste media dat een week eerder de oudste Amerikaanse veteraan, Frank Woodruff Buckles, is overleden. En dat zou op zichzelf nog weer niet zo bijzonder zijn als er inmiddels niet een rel is ontstaan.

Rotunda

Zijn familie heeft namelijk gevraagd om een wake te houden in de zogeheten Rotunda van het Capitool. In principe is deze eer alleen bestemd voor federale ambtenaren of hoge militairen. Sinds de bouw ervan in 1852, zijn er slechts dertig personen op deze wijze herdacht en slechts bij hoge uitzondering worden anderen dan alleen ambtenaren tijdelijk toegelaten (zoals bv. Rosa Parks).


'Doughboys'

De familie vraagt in wezen om meer dan bijzondere aandacht omdat hij de laatste veteraan van WO I is geweest (van in totaal bijna 5 miljoen Amerikanen) en met zijn overlijden tegelijk de gehele oorlog kan worden herdacht.
De Amerikaanse soldaten heetten destijds als collectief ook wel 'doughboys'; pas later werd dat G.I. (Joe). Onduidelijk is waar doughboy precies naar verwijst, maar vermoedelijk heeft dit iets met hun uniform te maken gehad.
Buckles heeft overigens geen gevechtservaring gehad; hij was eerst motorrijder en later ambulancechauffeur en opereerde dus achter de frontlinies. Door de leiders van Huis en Senaat is nu gesuggereerd om Buckles in een speciale ceremonie op Arlington te begraven. Lees het bericht:

http://www.nytimes.com/2011/03/09/us/09buckles.html?_r=1&ref=us

Arlington Cemetery

Enige tijd terug (begin juni 2010) kwam in het nieuws dat op deze beroemde militaire begraafplaats in de Verenigde Staten, waar ook enkele presidenten liggen, tot zeer recent graven zijn misplaatst. In graven die leeg moesten zijn lagen stoffelijke overschotten, terwijl bezette graven ongeïdentificeerd waren. Behalve duidelijke gevallen van mismanagement, was er tevens sprake van 'an outdated recordkeeping system' (archiveringssysteem).


Hoewel miljoenen dollars zijn besteed aan de computerisering van de gegevens, moet nog altijd via papier de weg worden gevonden naar circa 330.000 graven. In maar liefst 211 gevallen is niet duidelijk wie precies waar ligt. Lees het bericht:

http://www.nytimes.com/2010/06/11/us/11arlington.html

Lees het rapport (met de bekende doorhalingen vanwege de privacy):

http://documents.nytimes.com/arlington-cemetery-inspection-documents

Fromelles

De omgang met de doden, speciaal uit oorlogen (soms tot zeer recent aan toe), ligt natuurlijk uiterst gevoelig. De oorlogsgraven namens Engeland en het Britse Rijk worden onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission (bekijk hun website)
Voor het eerst in vijftig jaar werd vorig jaar zomer een nieuwe begraafplaats geopend. Exact 94 jaar na de slag, werden bij Fromelles de laatste van 250 Australische soldaten herbegraven. Zij zijn in de loop van 2009 ontdekt in diverse massagraven.

[D-compagnie, 31e bataljon: de meeste van deze Australische soldaten vonden de dood bij Fromelles]

De bewuste Australische divisie beleefde aldaar op 19 juli 1916 de zwartste dag uit de Australische militaire geschiedenis met maar liefst 5.533 doden of gewonden in 24 uur, evenveel als het totale verlies aan manschappen gedurende de Boerenoorlog plus de inzet in Korea en Vietnam.

http://www.guardian.co.uk/world/2010/jul/19/fromelles-war-cemetery-opens-battle
http://www.guardian.co.uk/world/2009/aug/19/battle-of-fromelles-graves-found

Nederland

In Nederland werd in de zomer van 2010 te Heiloo een verzetsman herbegraven. Bertus de Raaf was 66 jaar lang vermist geweest.
De Raaf stierf eind 1944 slechts twintig jaar oud in het kamp Neuengamme. Zijn lichaam verdween in een massagraf, maar werd door zijn biograaf opgespoord. De begrafenis op 29 juli sloot een vierdaags herdenkingsprogramma af waarbij zijn laatste reis in omgekeerde volgorde werd afgelegd.



Hall

Begin dit jaar werd in het plaatsje Hall in Oostenrijk (in de buurt van Innsbruck) een massagraf ontdekt. De 220 lichamen werden gevonden naast een psychiatrisch ziekenhuis vanwege een verbouwing van het nog immer functionerende hospitaal.
Het sterke vermoeden bestaat dat het hier om slachtoffers gaat van het uitgebreide euthanasieprogramma van de nazi's gedurende de Tweede Wereldoorlog. Alleen al in Oostenrijk heeft dit tienduizenden levens gekost. Dit voorjaar, wanneer de grond ontdooid is, wordt verder onderzoek gedaan.

http://www.bbc.co.uk/news/world-europe-12101320?utm

World Trade Centre

In september 2011 is het inmiddels al weer tien jaar geleden dat de twee torens van het WTC in New York het doelwit waren van terroristische aanslagen, iets dat later dit jaar ongetwijfeld uitgebreid zal worden herdacht. In ieder geval zal dan ter gelegenheid een 'memorial' of gedenkplek worden onthuld.

http://www.national911memorial.org/site/PageServer?pagename=New_Home

Nog in juni 2010 werden in afvalhopen die nog niet eerder waren onderzocht 72 restanten van menselijke lichamen gevonden. Ander afval is na sortering onder meer gebruikt om gaten in wegen op te vullen. Vermoedens bestaan echter dat men daarbij niet nauwkeurig genoeg te werk is gegaan.

http://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/northamerica/usa/7848762/Remains-of-72-people-found-at-World-Trade-Center-site.html

Nabestaanden zijn al langer kritisch over de autoriteiten op dit punt. Van 1.123 lichamen zijn nog geen overblijfselen gevonden.

Nawoord: Frank Buckles

De Nederlandse pers was erg langzaam in het berichten over zijn dood; pas bij diens begrafenis op 15 maart verschenen er her en der berichten.

dinsdag 23 november 2010

Juliana wilde vlaggen half stok voor verkeersdoden


Afgelopen weekend (zondag 21 november) vond voor de 15e keer de jaarlijkse nationale herdenking van verkeersslachtoffers plaats in Apeldoorn. Het idee achter deze herdenking is al minstens een halve eeuw oud en kent een opmerkelijke voorgeschiedenis. Ik had hier al langer geleden (in het kader van mijn onderzoek naar de Nederlandse vlag) stukken over gevonden, alleen was het verhaal daarmee nog niet helemaal rond. Met de recente openbaring van het archief van Veilig Verkeer Nederland, ondergebracht bij het Nationaal Archief, kwamen de laatste details vrij. Aan de hand van mijn bevindingen verscheen tevens een algemeen stuk in de pers. Daarom hier het volledige verhaal.

Eerste aanzet herdenking door Wilhelmina

Prinses Wilhelmina vroeg in het najaar van 1958 aan de voorzitter van het Nederlands Verbond voor Veilig Verkeer (de voorganger van VVN) om ‘het in acht nemen van een ogenblik stilte tot ernstige bezinning.’ Zij deed deze oproep mede vanwege het recente ongeluk in augustus van dat jaar met het K.L.M. toestel “Hugo de Groot”. Hierbij vielen maar liefst 99 doden, waarvoor o.a. één minuut stilte was gehouden (mogelijk een noviteit in de Nederlandse geschiedenis bij publieke herdenkingen). Dit was het grootste vliegtuigongeluk tot dan toe in de Nederlandse geschiedenis. De oorzaak ervan is altijd onopgehelderd gebleven. Lees meer hierover:

http://www.aviacrash.nl/paginas/hugo%20de%20groot.htm

‘Het aantal slachtoffers van het verkeer, dat dagelijks dodelijk getroffen, of voor het verdere leven verminkt wordt, is helaas veel groter’, zo schreef Wilhelmina tevens bij die gelegenheid.
Al in 1955 besteedde zij voor het eerst aandacht aan dit thema in een radiorede met als motto "Hebt eerbied voor het leven". Onveiligheid op de weg werd na een aanloop van enkele jaren dat jaar gebombardeerd tot volksvijand nummer één. Kamerleden vroegen er aandacht voor en spraken daarbij hun erkentelijkheid uit voor Wilhelmina en Juliana als wegbereiders. Het Verbond zelf sprak in zijn jaarverslag van 1956 voor het eerst van een nationale ramp die het Nederlandse volk bedreigt.
Opvoeding van de weggebruikers werd in eerste instantie als de weg vooruit gezien. Het probleem werd deels veroorzaakt door de moeilijkheid der niet-gemotoriseerde weggebruikers zich aan te passen. Die mening werd overigens niet door iedereen gedeeld. "De verkeersonveiligheid is in al haar barbaarsheid teruggekeerd", zo meldde de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Voetgangers in maart 1959. Op de wegen moest daarom meer accommodatie komen voor voetgangers en fietsers.


[Staatje met verdubbeling van het aantal verkeersslachtoffers tussen 1950-1959]


In het najaar van 1959 vroeg prinses Wilhelmina de organisatie opnieuw om op haar jaarlijkse vergadering ‘voor de overweging van een jaarlijks aan te wijzen dag van rouw en bezinning teneinde hen allen [verkeersslachtoffers] te gedenken.’ Haar oproep werd ditmaal tevens ondersteund door een speciale boodschap van koningin Juliana. In een telegram benadrukte zij dat er hier sprake was van een sluipende ramp waardoor weliswaar de ontzetting niet zo groot was als bij een collectief gebeuren, zoals de Watersnoodramp, maar de gevolgen toch zeer ernstig waren.
'Bij deze aldoor en voortgaande vernieling van leven en levensgeluk past ons, dunkt ook mij, niet alleen het nemen van alle mogelijke maatregelen ter beveiliging van het verkeer, maar ook het gemeenschappelijk herdenken met warmte en met eerbied van hen, die tengevolge van het verkeer heengingen of die daardoor een groot leed kregen te dragen.'

Plannen van Juliana

De koningin had inmiddels zo haar eigen ideëen ontwikkeld hieromtrent, ongetwijfeld in overleg met haar moeder. In het najaar van 1959 verzocht zij minister Korthals van Verkeer en Waterstaat 'of het wenselijk ware ter herdenking van de vele slachtoffers van het wegverkeer jaarlijks op een bepaalde dag een stilte in acht te nemen van enkele ogenblikken, gedurende welke alle verkeer zou worden stilgelegd.' Daarop volgde er een onderling gesprek.
Het ministerie van Verkeer en Waterstaat meldde begin december 1959 aan de algemene oproep namens het Koninklijk Huis, zoals voorgelezen op het jaardiner van de Algemene Vergadering van het Verbond te Nijmegen, tegemoet te willen komen. Minister Korthals verklaarde het veiliger maken van het verkeer als een van zijn voornaamste taken te beschouwen van zijn ambtsperiode. Met het Verbond zou worden overlegd ‘teneinde te zoeken naar een passende vorm, waarin het denkbeeld van een jaarlijkse bezinning op de onveiligheid van het verkeer en een herdenking van de slachtoffers daarvan gestalte kan worden gegeven.’ De weggebruiker moest worden geleerd hoe de weg te gebruiken; daartoe zal echter nog een lange en moeizame weg moeten worden afgelegd, zo verklaarde de minister.

Nadere uitwerking plannen

In het voorjaar van 1960 presenteerde minister Korthals de plannen aan het Kabinet. Gedacht werd onder meer aan een jaarlijkse herdenkingsdag in de eerste helft van oktober, samenvallend met de congresdag van het Verbond. Op die dag zou Hare Majesteit tevens een rede kunnen houden uitgezonden door radio en televisie. Kerkgenootschappen zouden op de voorafgaande zondag eveneens aparte aandacht kunnen schenken aan het thema. Een andere mogelijkheid was om de vlag halfstok te laten hangen van openbare gebouwen of bijzondere scholen op de herdenkingsdag of een gedeelte daarvan. Ook op scholen zou aan de herdenking speciale aandacht kunnen worden gegeven. Van de oorspronkelijke gedachte van Juliana om het verkeer stil te leggen, was men inmiddels geheel afgestapt: waarschijnlijk omdat dit praktisch niet uitvoerbaar was.
De kwestie werd in het voorjaar van 1960 op 6 mei als 10e punt (‘Herdenking slachtoffers van het verkeer’) behandeld in de Ministerraad. Er werd geen besluit genomen. Wel vond men het punt van het halfstok hangen van de vlag in ieder geval ongepast. Voorafgaand aan de vergadering, bleek dat men zowel bij de ministeries van Verkeer en Waterstaat als bij Binnenlandse Zaken tevens minder gelukkig was met het idee van het in acht nemen van een moment stilte. Dat zou te zeer afbreuk doen aan de betekenis van de stilte die inmiddels bij de Dodenherdenking in acht werd genomen. Zo zat het ritueel van de ene herdenking het ontwerp van een andere inmiddels min of meer in de weg - in ieder geval volgens de zienswijze van het kabinet.
Na onderling overleg werd medio juni 1960 het definitieve plan van de herdenkingsdag vastgesteld; de uitwerking werd verder gedelegeerd aan het Verbond. Volgens de wensen van het Koninklijk Huis ging de gedachte vooral uit naar een jaarlijkse dag van rouw en bezinning. Het ministerie van Binnenlandse Zaken sprak daarom ook van een ‘bezinningsdag verkeersslachtoffers’. In het najaar van 1960 ontvingen provincies en gemeenten een circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken over de noodzakelijke gegevens en het verzoek om medewerking te verlenen aan het Verbond bij de uitvoering van zijn plannen.

Bemoeienissen Koninklijk Huis

Wie zich wellicht verbaasd over de inzet van diverse leden van het Koninklijk Huis voor deze kwestie, moet allereerst bedenken dat het aantal verkeersdoden toen erg hoog lag: jaarlijks enige duizenden doden (tegen zo'n 700 nu). Na het ‘rampjaar’ van 1953, werd paradoxaal genoeg in 1960 een nieuw dieptepunt bereikt qua aantal doden. De campagne kwam dus geen moment te vroeg.
Dat jaar zag een absolute stijging van het dodencijfer met 182 slachtoffers, tegen de statistisch gemiddeld jaarlijkse stijging met 100 doden: in totaal 1900 doden en meer dan 48.000 ernstig- en lichtgewonden. Het was duidelijk een groeiend maatschappelijk issue; sommigen spraken zelfs van een nationale ramp en anderen in de Kamer, zoals de A.R.P. afgevaardigde dr. E.P. Verkerk, van een nationale schande. En met name Juliana had in maatschappelijk opzicht vrij uitgesproken meningen. Juist ook het appèl op een morele bezinning, hoe onpraktisch misschien ook, is typerend voor haar stijl van leiderschap.

Dat daarnaast juist de kwestie van verkeersveiligheid het Koninlijk Huis zo bijzonder bezighield is al evenmin verwonderlijk. Het Koninklijk Huis was namelijk al vroeg betrokken bij de organisatie voor een veilig(er) verkeer in Nederland; Z.K.H. de Prins der Nederlanden was sinds 1938 zelfs de beschermheer ervan. Niet geheel toevallig, want in het jaar ervoor was prins Bernard aan de dood ontsnapt bij een auto-ongeluk te Diemen toen een vrachtwagen van een talud afreed de weg op en tegen de auto van Bernard botste. De Ford waarin de prins reed raakte zwaar beschadigd.
Het zou overigens niet zijn laatste ongeluk zijn; de prins hield nu eenmaal van snelle auto's. Maar ook andere leden van het Koninklijk Huis beleefden later meer of minder ernstige auto-ongelukken. En tot voor kort gaf Pieter van Vollenhoven zijn 'prinselijk' bestaan mede invulling met het voorzitterschap van de Onderzoeksraad voor Veiligheid en de diverse voorgangers.

Uitvoering plannen

Op de jaarlijkse congresdag van het Verbond op 11 en 12 oktober 1960 te Groningen werden de plannen nader ontvouwd, met het accent duidelijk op de bezinning. Koningin Juliana hield een speciale radioboodschap op 12 oktober die ’s avonds om acht uur tevens voor de televisie werd herhaald; er kwam een gratis affiche ter verspreiding (25.000 zogeheten bezinningsaffiches, onder meer in alle Hervormde kerken, kazernes en politiebureau’s); een speciale editie (‘bezinningsnummer’) van het gezinsblad “Wegwijs” (200.000 exemplaren, met name bedoeld voor het bedrijfsleven en uit te reiken op 12 oktober), en een jongerenkrant getiteld “Veilig Uit”. Reeds op zondag 9 oktober besteedden de kerken ruimschoots aandacht aan de vigerende boodschap. Het Leids Dagblad plaatste aan de vooravond onder de kop "Een zaak van leven en dood" een redactioneel met o.a. een confronterende foto van een autowrak.
Volgens de verkeersredacteur was het helaas zo 'dat vele mensen in het verkeer van beschaafde, wellevende burgers in agressieve, haatdragende individuen veranderen, die vòòr alles op hun rechten staan.' Ook de media besteedden op televisie in diverse programma’s speciale aandacht aan het thema van een veilig(er) verkeer.



In haar rede ging Juliana dieper in op het aangedane leed en het zich laten verleiden tot onsportief gedrag op de weg {'zoals bv. een weliswaar heerlijk gevoel van snelheid te hebben'}, waar ten onrechte op snelheidsrecords werd gejaagd, en het gevaar van zelfoverschatting. Daar tegenover plaatste zij een visie van sportief gedrag, mede als uiting van een bepaald beschavingsniveau, waar met elkaar (en elkanders tekortkomingen) rekening werd gehouden. Naast rechten, waren er ook plichten. De rede werd als volgt afgesloten:

Ken jezelf,
ken je auto
kijk uit naar de ander
want ik ben mijn broeders hoeder

Jaren zestig

In daaropvolgende jaren zou telkens een van de ministers de ‘Nationale Bezinning op de Verkeersonveiligheid’ in oktober met een korte radiotoespraak inleidden. In 1961 was het bijvoorbeeld de beurt aan minister-president De Quay. Dat jaar verscheen tevens een bijzondere publicatie getiteld De fatale seconde.
Toevallig (?!) bleek ik dit boekwerkje enige tijd geleden al eens te hebben gekocht. Ik was vooral getroffen door de foto's als voorbeeld van crime scenes, in combinatie met de al dan niet verzonnen verhaallijnen achter de foto's die de harde boodschap van dood en verderf extra moesten thuisbrengen.



In 1963 was de slagzin "Gij zult niet doden", net als het tiende gebod. Een jaar later waarschuwde premier Marijnen voor een veldslag op de wegen. Uitvoering van het programma bleef aan het Verbond in opdracht van de regering. Vanwege de nog steeds toenemende verkeersonveiligheid door de almaar stijgende mobiliteit en groeiend autobezit, nam het thema ook zeker niet in belang af. De oplossing werd steeds meer in de wetenschappelijke hoek gezocht, o.a. oprichting van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid.
De maatschappelijke explosie van de problematiek lag duidelijk in de tweede helft van de jaren vijftig en de eerste helft van de jaren zestig. Volgens de KNAC was 'verkeersonveiligheid nog steeds een der grootste problemen' in 1960. Het probleem werd vaak in één zin vergeleken met de toenmalige heersende woningnood.
Het was vooral ook een grote steden probleem. De problematiek van de verkeersonveiligheid leverde tevens een nieuw woord op: brokkenmaker.
In 1967 werden bijna 3.000 mensen (2855) in het verkeer gedood. CHU-kamerlid Tilanus sprak van een epidemie die dagelijks 6 à 7 doden en meer dan 100 gewonden eist. Twee jaar later werd zelfs van een pandemie gesproken. In 1968 werd de eerste Nationale Verkeersweek gehouden bij wijze van speciale aandachtsactie.
Gedurende de jaren zestig werden leden van het Koninklijk Huis nog diverse malen gevraagd om een bijdrage te leveren aan de herdenking: prinses Beatrix voor een radioboodschap in 1966 en prins Claus voor de opening van de actieweek in 1968.

Het is vooralsnog onduidelijk hoe het precies met de bezinningsdag is afgelopen in de jaren zeventig. Opvallend genoeg is Pieter van Vollenhoven initiatiefnemer geweest tot oprichting van Fonds Slachtofferhulp in 1989, die mede de jaarlijkse Nationale herdenking op de derde zondag in november voor de verkeersslachtoffers financieren. In die zin is er dus wel degelijk sprake van enige continuïteit.

Geringe impact

Ik moet toegeven: bovenstaand nieuws had niet de impact die ik verwacht had. Dit heeft in de eerste plaats te maken met het min of meer 'op slot' zitten (registratie vereist) van de website van het Nederlands Dagblad.
Timing, ook altijd cruciaal bij nieuws (in dit geval in het weekend), zal mede een rol hebben gespeeld. Andere persdiensten bleken in elk geval weinig of geen interesse te hebben, behalve notabene enkele royaltyblogs!
Maar ik vermoed tevens nog iets heel anders. Historisch nieuws over Juliana is eigenlijk helemaal geen nieuws, tenzij Bernard er op een of andere manier bij is betrokken. Haar leven wordt inmiddels geheel in het licht van zijn bestaan geplaatst, een opmerkelijke historische ontwikkeling en tevens anomalie die revisie behoeft. De 'radicale prinses' (een mooie titel overigens voor een toekomstige biografie) verdient een beter lot.

Bronnen
Archief Ministerie van Binnenlandse Zaken, afdeling Binnenlands Bestuur.
Archief notulen van de Ministerraad.
Archief Verbond voor Veilig Verkeer.
Kranten Regionaal Archief Leiden.

zaterdag 9 oktober 2010

Context, authenticiteit en herinnering (1): Zandvoort


Archivarissen hebben het graag over "context", hun favoriete stopwoordje. De context is eigenlijk alles m.b.t. het ontstaan, de totstandkoming, het beheer en de archivering van een document. Het is dus vooral informatie over het stuk zelf in plaats van de inhoud.
Maar hoe werkt context nu eigenlijk in de praktijk? Aangezien men het, vanwege de digitalisering, tegenwoordig ook wel over ip's heeft (information packages) en een ip eigenlijk van alles kan zijn daarom hier een illustratief voorbeeld.

Tijdens een zomers bezoek aan de badplaats - zo heette dat vroeger tenminste nog - Zandvoort met een vriend van mij (wiens naam ik, voor de volledigheid zou moeten vermelden, maar ik schuil mij hier achter een ander archivistisch uitgangspunt: de privacy), viel mijn oog al zittend op het Kerkplein en likkend aan een ijsje van Giraudi (dit allemaal voor de juiste context) 's avonds rond half zeven op het volgende uithangbord.


Wat mij eigenlijk meteen opviel was het jaartal van vestiging: sinds 1947. De term 'sinds' (altijd gekoppeld aan een jaartal) zoals gebruikt door firma's is een intrigerende. Het moet vooral oudheid en daarmee duurzaamheid suggereren: iets bestaat tenslotte niet voor niets al zolang. In wezen is het daarmee een eigen, officieus kwaliteitskeurmerk van ondernemers, lang voordat allerlei instanties zich met hun produkten zijn gaan bemoeien.
'Van ouds bekend', dat vroeger nog wel eens bij advertenties stond, is in wezen hetzelfde idee. Bij mijn weten kan na het honderdjarig bestaan van een firma op verzoek zelfs het predikaat 'Koninklijk' aan de naam worden toegevoegd. Al zijn Koninklijke Hofleveranciers overigens weer iets anders.

De eerste context die hier belangrijk is, is dus het jaartal zelf. In dit geval is de friteszaak kennelijk kort na de Tweede Wereldoorlog opgericht: voor een friteszaak waarschijnlijk oud, maar uit oogpunt van duurzaamheid nog betrekkelijk jong. Voor de juiste context: voedsel was toen nog grotendeels op de bon.
'Sinds' plak je echter meestal niet boven de deur vanaf de oprichting of waarschijnlijk toch maar hoogstzelden. Er is een tweede, later herdenkingsmoment (een jubileum of iets dergelijks) voor nodig waarop dit pas - eventueel - een rol gaat spelen. Tenslotte bedient maar een minderheid van bedrijven zich van dit, naar een zekere exclusiviteit neigende predikaat. De overgrote meerderheid van ondernemers haalt zo'n gedenkwaardig moment niet eens.

Wellicht duidelijker is de mededeling dat dit de '1e speciaalzaak van patates-frites' is. In Zandvoort dan toch waarschijnlijk moet hier volledigheidshalve aan worden toegevoegd, al staat dat gegeven nergens op dit bord vermeld. Stel dat het bord dus later van de gevel verdwijnt en in een museum belandt, dan zouden zo maar eens de verkeerde conclusies kunnen worden getrokken (bv. lichtreclamebord van de 1e speciaalzaak van patates-frites in Nederland).
De context hier wordt dus geleverd door het huidige adres: Kosterstraat 15 te Zandvoort. Ook in Breda zit namelijk een (friet)zaak met vergelijkbare naam (alleen zonder de s achter friture) op de hoek van de Haagweg en de Oranjeboomstraat.

Enigszins raadselachtig is de sjieke naam van dit etablissement (toen) of cafetaria (nu): 'Fritures d'Anvers'. Van deze term heb ik eerlijk gezegd nog nooit gehoord. Nu pretendeer ik geen friteskenner te zijn. Wat ik wel weet, is dat sinds een aantal jaren de vlaamse (dikke) frieten aan een opmars bezig zijn ten koste van de franse (smalle) frieten. Dit weet ik vooral dankzij de eetgewoonten van mijn oma (dit is wellicht overbodige context), maar valt ook breder in de horeca waar te nemen. De term 'Fritures d'Anvers' lijkt dan ook inhoudelijk niet te schuilen in enig keukengeheim (speciale frituuroliën of iets dergelijks). Ze levert verder ook geen hits op, behalve dan van deze fritesspeciaalzaak.

Volgens hetzelfde internet zijn de zaak en zijn eigenaren overigens niet zonder tragedie gebleven in de loop der jaren. In 1981 verongelukte een zoon van de eigenaar bij een bromfietsongeluk en in 1987 brandde de bovenverdieping af. Wellicht dat dit laatste een hint geeft voor de wat rare plaatsing van de lichtreclame boven de ingang? De eigenaar liet ter gelegenheid van het 40-jarig jubileum trouwens nog een bijzondere gevelsteen plaatsen door de kunstenaar Edo van Tetterode. Het stelt een uitgestrekte hand voor.
Hoewel deze context mij wel opviel tijdens inspectie van het pand en ik even heb overwogen hier een aparte foto van te maken, is het feit dat ik dit toch niet heb gedaan ook belangrijk voor de context. Kennelijk vond ik het op dat moment niet belangrijk genoeg, met als resultaat een mogelijk verlies aan informatie. Wie heel goed kijkt op de eerste foto, ziet overigens nog wel de gevelsteen op de nok maar vorm of functie vallen als zodanig niet te herkennen.

Aan de eigennaam blijkt in de loop der jaren desondanks wel degelijk een extra betekenislaag te zijn toegevoegd. Dit blijkt pas voor wie de moeite neemt door het steegje aan de zijkant naar achteren te lopen. Aan de achterkant hangt namelijk in de nok nog een ander lichtreclamebord:



Nu heb ik als klein jongetje enige jaren in deze badplaats gewoond, maar mijn herinneringen strekken zich niet uit tot het eten van friet aldaar: alleen een bezoek aan een plaatselijke viswinkel vanwege de imponerende poster van verschillende vissoorten. De paar vermeldingen op de website www.eetnu.nl geven desondanks de nodige hints waar de naam en het mogelijke keukengeheim nu precies in schuilt: 'gewoon lekkere friet in zo'n ouderwets zakje', 'een echt belgisch frietje' of 'de zelfgemaakte speciaalsaus'. Plus nog deze: 'en een mooie autentieke uitstraling'.
Wat betreft de naam lijkt het hier dus in belangrijke mate om authenticiteit te gaan, overigens een ander sleutelwoord in de archivistiek. De authentieke ervaring, die waarschijnlijk beoogd wordt, is dan vlaams friet uit een zakje. Met als extra toevoeging, voor de vorm, een withouten interieur met ouderwetse luiken aan de buitenkant. Fritures d'Anvers valt in dat geval misschien nog wel het best te beschouwen als een vroege voorloper van de pas veel later in Nederland populair geworden vlaamse friethuizen.

Met dit lichtreclamebord is, kortom, meer aan de hand dan het oog reikt. Het valt niet zonder meer op face value te nemen - het heeft verborgen betekenissen - en dat is nou precies de clou van context. Nu zijn, met name ludieke, uithangborden geen onbekend fenomeen in de Nederlandse geschiedenis. Er zijn al publicaties uit de 17e eeuw hierover waarin de opschriften werden verzameld. Maar het hele wezen en bestaan van dit specifieke bord ligt waarschijnlijk toch in iets heel anders besloten, namelijk de huidige bestemming van het pand ernaast:





Zoals uit de foto's blijkt zit naast de oorspronkelijke friteszaak tegenwoordig een FEBO gevestigd. Dit zal voor de eigenaar van de eerste zaak vermoedelijk de directe aanleiding zijn geweest zijn uithangbord - voor zover hij die daarvoor al had - drastisch te herzien. 'Sinds 1947', '1e speciaalzaak van patates-frites'; duidelijke toevoegingen in de strijd om concurrentie en ter onderscheid van die parvenu naast hem.
Hoewel Maison Febo overigens al bestaat vanaf 1941 - en dus in principe ouder is(!) - begon de uitbreiding van deze automatiek buiten de hoofdstad toch pas enige decennia later. De vestiging in Zandvoort aan het Kerkplein 5 werd trouwens geopend op 3 juni 1980. Dit levert vooralsnog twee mogelijke data op ter nadere datering van de lichtbak aan de voorkant bij Fritures d'Anvers: medio 1980 of anders 1987 ten tijde van het veertigjarig jubileum.

Context dus: voor archivarissen van wezensbelang, voor de rest van de wereld toch wat minder. Wellicht ter complete verwarring: met (historische) waarheid hoeft dit blog, behalve de door mij geleverde persoonlijke informatie, nog niets uit te staan. Ik heb geprobeerd zo archivistisch mogelijk te redeneren puur vanuit de bestaande situatie of context. Ten behoeve van dit blog is geen enkel archiefonderzoek gepleegd, die mogelijk een heel andere waarheid aan het licht zal brengen. Tot slot, voor de volledigheid: de foto's zijn genomen op zaterdagmiddag 9 oktober 2010 rond kwart over drie met een inmiddels verouderde digitale camera (een HP Photosmart M 407).

En, nu ik het toch over de horeca heb: tot mijn verbazing staat al sinds vorige week de Oud-Hollandse Gebakkraam met zijn oliebollen op het plein in de Grote Houtstraat te Haarlem (een plein zonder naam overigens, merkwaardig genoeg). Ik kan mij niet eerder herinneren die zo vroeg in het jaar daar gesignaleerd te hebben. Of speelt de mooie herfst c.q. nazomer hier parten met het geheugen en zijn wij nog niet toe aan oliebollen? Tenslotte is het al weer begin oktober. Maar dit terzijde.


Gerelateerde blogs
Context, authenticiteit en herinnering (2): de waarde van werelderfgoed


P.S. Weet jij een jongere 'sinds'-zaak bij jouw in de beurt (bv. sinds 1989)? Mail het mij en dan ga ik op onderzoek uit!

zaterdag 31 juli 2010

Vakantie


In een eerdere blog schreef ik al eens over de soms grote betekenis van het heengaan van de overlevenden als verlies voor onze kennis over de geschiedenis. Op mijn recente vakantie, na een uitdagende autorit over enkele passen in de Dolomieten, belandde ik bij de Passo del Pasubio. Dit is deels strijdterrein geweest in de Eerste Wereldoorlog: een van de drie andere fronten (samen met het Oostfront en het Balkanfront; Afrika laat ik hier even buiten beschouwing), na het bekende Westfront.
De stellingenoorlog hier in de bergen tegen het Oostenrijks-Hongaarse leger wordt soms ook wel de "Witte Oorlog" genoemd. De gespecialiseerde Italiaanse troepen hier heetten ook wel Alpini. Hun motto was: Di qui non si passa.


Ossuaria

Lang geleden had ik al eens het ossuarium van Douaumont bezocht waar de beenderen van 130.000 (!) onbekende Franse en Duitse soldaten liggen begraven: een luguber overblijfsel van de monsterlijke veldslag bij Verdun in 1916. Bekijk de website:
http://www.verdun-douaumont.com/en/intro.html

Nu was het onverwachts (in de zin van onvoorbereid) de beurt aan het Ossario del Pasubio met slechts 7300 doden, overigens lang niet allemaal ongeïdentificeerd (zie onderstaande foto met de rij naambordjes op de rechterwand).



Dit ossuarium is een van vier grote herdenkingsmonumenten ter herinnering aan WO I in de provincie Vicenza. Wederom indrukwekkend, ditmaal deels ook vanwege de bijzondere locatie. Van binnen was het ossuariumdeel enigszins zompig (mijn eerste gedachte was dat die beenderen toch al lang uitgedroogd moesten zijn?), dit uiteraard vanwege het vele vocht in de bergen. Let goed op de botten achter de open rondingen:



De kapel maar vooral ook de ruimten daarboven zijn opvallend rijk versierd met fresco's. Tevens maakte het een onmiskenbare Art Deco indruk. Mooi vind ik het beeld van de rustende soldaten in de hoek.





Naast het ossuarium ligt nog een herberg annex museum (Bar Colle Bellavista), waar nog ouderwets ter herinnering een suikerzakje kan worden meegenomen na een consumptie.

De regio Trento blijkt rijk aan allerlei WO I sporen; zo ontdek je nog eens wat op vakantie (maar ook een teken dat ik deze keer slecht was voorbereid .. ; de tocht in de bergen was bovendien een vlucht voor de hittegolf op de Povlakte). Italië wordt toch overwegend bezocht vanwege de kunst en cultuur (plus het eten natuurlijk) en minder vanwege de geschiedenis, hoe zeer kunst en cultuur daar ook weer een product van zijn.



De oude frontlinie over de bergtoppen en dalen is inmiddels omgebouwd tot een heus alpinetrekking en MTB-pad; dat wordt dus zeker nog eens terugkeren voor een bezoek aan andere relieken!

http://www.alpinia.net/sentiero_della_pace/index.php

Lees een aardig MTB-verslag:

http://www.lexasoft.com/reis/100kmdeiforti/index.htm

Net als bijvoorbeeld in Frankrijk (en Australië) staat het land overigens vol met monumenten op vrijwel elk dorpsplein voor "de gevallenen van het vaderland". In Italië heeft men tevens nog een interessante, eigen variant van herdenken (vermoedelijk alleen bedoeld voor militairen): kapelletjes of wandborden met portretfoto's. Zelfs in het gehucht waar ik zat, staat voor de kerk zo'n klein herdenkingsbord (helaas geen foto; die houden jullie tegoed).