Zoeken in deze blog

Translate

Posts tonen met het label herinneren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label herinneren. Alle posts tonen

donderdag 30 augustus 2012

Welke crash zag ik precies? Context, authenticiteit en herinnering: Zandvoort (2)

Luchtfoto circuit Zandvoort uit 1978, met Tunnel Oost midden links en Bos uit bovenin.

Er zijn enkele opzienbarende, nieuwe feiten aan het licht gekomen omtrent een van mijn populairste blogs, met onder meer mijn persoonlijke herinnering aan een raceongeluk op het Circuit van Zandvoort in 1974.

Summary
In 1973 and 1974, in almost exactly the same spot at Zandvoort, both the Lotus of Emerson Fittipaldi and Ronnie Peterson crashed during practice for the Dutch Grand Prix. I witnessed the aftermath of one of these crashes, which also happens to be one of my earliest childhood memories, and here I try to ascertain which one it was.

Boek


In het boek 30 jaar Circuit Zandvoort (Hilversum/Amstelveen 1978) staat op p. 49 een foto van de Lotus van Emerson Fittipaldi na een crash bij Bos-uit (1973). Dit werpt mogelijk een ander licht op de zaak en zorgt voor nieuwe twijfels over de preciese datering (die ik eerder meende te hebben rechtgezet), want welke crash heb ik dan precies gezien?



Bij het boek verscheen tevens een single (!) met commentaar ingesproken door de mooie stem van Meta de Vries en interviews met vele coureurs, waaronder ook herinneringen van Ronnie Peterson, over het unieke karakter van het duinencircuit te Zandvoort.

Foutieve datering?


In eerste instantie dacht ik nog (niets menselijks is mij vreemd) dat de datering, zoals in het boek geschreven wordt, wellicht op een fout berustte. Maar niets is minder waar.
Een tweede, opgedoken foto toont 'Emmo' namelijk al keuvelend in de pitsstraat van het circuit op 27 juli 1973. Deze wel hele preciese datering plaatst de coureur Emerson Fittipalidi - teamgenoot van Ronnie Peterson en wereldkampioen F1 in 1972 - dus ontegenzeggelijk in de provincie Noord-Holland en op het circuit van Zandvoort in het jaar 1973. Theorie nummer 1 wordt daarmee alvast gelogenstraft.

bron: Nationaal Archief, Collectie Anefo.

Crash?


Een en ander sluit daarmee nog niet uit dat bovenstaande foto toch de wagen van Peterson toont aan de hand van zijn crash op Zandvoort in 1974. Een beschrijving van de inhoud van een dvd over leven en racen van 'Emmo' geeft hieromtrent nader uitsluitsel:

The drama continued in 1973, and we see his title defence start with an unforgettable home victory at the very first Brazilian Grand Prix. It ultimately proved a season to forget, nowhere more so than at Zandvoort, where a practice crash left him in agony – the pre-qualifying warning about painkillers having the same affect as ‘one whiskey’ reminds us what a different world Grand Prix Racing was in the 1970s!

Deze crash, tijdens de trainingen voor de Grand Prix van Zandvoort, was overigens een van de weinige ongelukken in zijn carrière. De resulterende voetblessure betekende dat hij uiteindelijk niet meer dan 3 rondjes in de race kon voltooien, dezelfde noodlottige wedstrijd waarin Roger Williamson nodeloos om het leven kwam na zijn ongeluk in de achtste ronde.

Plaats van herinnering


Emerson Fittipaldi is dus wel degelijk gecrasht in zijn Lotus, in het jaar 1973 en vlakbij de plaats waar ik woonde. Het mysterie is daarmee in wezen alleen maar vergroot. De herinnering aan de inktzwarte John Player Special bolide, waar ik als klein jongetje naar stond te kijken en een afgebroken stukje van mee naar huis nam, kan dus net zo goed uit 1973 dateren als van 1974 zijn!
Kan ik soms beide ongelukken hebben gezien? Dat is theoretisch heel goed mogelijk aangezien wij vanaf 1973 in Zandvoort woonden, ook al heb ik volgens mijn geheugen maar 1 keer naast de wagen gestaan. In het ene geval was ik pas twee jaar oud en in het andere net drie.
In mijn vage herinnering stond ik rond de wagen en heb er tevens omheen gelopen. Dit laatste zou dan toch meer pleiten voor de tweede optie, met name omdat ik er volgens de familieoverlevering laat bij was met lopen. Zodra mensen mij zagen lopen, liet ik mij meestal subiet weer op de grond vallen en kroop rustig verder.

Exacte locatie


Beide ongelukken vonden desondanks op verschillende locaties plaats, zij het slechts een honderdtal meters van elkaar verwijderd: Fittipaldi crashte bij Bos uit, terwijl Peterson zijn ongeluk had op het baanvak Tunnel Oost.

Het baanvak Tunnel Oost richting Panoramabocht (1979). Bron: Tumblr

Bij het aanremmen van de Panoramabocht weigerden de experimentele achterremmen van zijn nieuwe Lotus type 76 dienst. Peterson crasht die dinsdag 11 juni 1974 hard en is een half uur buiten bewustzijn omdat een houten paal van  één van de hekken tegen zijn helm komt.

bron: De Telegraaf

Die helm is nu overigens in het trotse bezit van de Nederlandse Peterson-fan Joris Meuffels. Later in het ziekenhuis in Haarlem zal een (lichte) hersenschudding bij de coureur worden vastgesteld.

De beschadigde helm van Ronnie Peterson: collectie Joris Meuffels.

Ik kan mij nog wel iets van de omgeving herinneren vanwege de benodigde klauterpartij in de duinen: die was vrij beschut met bosjes en bomen. Ook de vanghekken waarin de Lotus verwikkeld was geraakt staan mij nog goed voor ogen, en die vormen in deze kwestie een cruciaal detail. Een jaar eerder was ook de Nederlandse autocoureur Hans Kok hier in de fout gegaan.

bron: www.racehistorie.nl

Bos uit kent daarentegen, zoals de naam eigenlijk al aangeeft, een onbeschutte omgeving: men verlaat hier het bosrijke deel van het circuit aan de linkerkant langs een duintop, met slechts vangrails aan weerskanten van de baan.
Daarmee lijkt het pleit dan toch definitief beslecht ten gunste van de crash met Ronnie Peterson in 1974, ook al heb ik geen documentair bewijs en evenmin het object van adoratie in kwestie (een klein stukje van de monocoque). Mijn latere loyaliteit aan hem berust desalniettemin mogelijk op een - weliswaar kleine - leugen: wie vertrouwt op herinneringen alleen is, kortom, zijn leven niet zeker.


Gerelateerde blogs

Brand en de autorensport 1: Zandvoort
Context, authenticiteit en herinnering (1): Zandvoort

woensdag 14 september 2011

De confettiparade van 9/11

Het lijkt zo'n simpele, en voor eenieder behalve archivarissen, redelijk overbodige vraag: wat is er gebeurd met al het neerdwarrelende papier in de omgeving van de Twin Towers op 11 september 2001?


Bergen papier

Wie goed kijkt naar de eerste inslag in de zuidelijke toren ziet na de impact en de explosie vrijwel meteen een grote papierwolk uit het gebouw ontsnappen. De papierwolk daalt langzaam neer over de East River richting Brooklyn en Staten Island.
Niet alleen dat. Terwijl beide gebouwen grotendeels tot stof verwerden, bleven er bergen papier achter op de straten soms tot wel 15 centimer dik. Beelden van na de ramp laten zien dat die letterlijk bezaaid liggen met allerlei documenten, meer nog dan enig ander soort puin zo lijkt het.


Sceptici vragen zich in dit verband af hoe het überhaupt mogelijk is dat er zoveel papier intact overbleef. Bekijk de merkwaardige video 'paper & powder' over een theorie, inzake de aanwezigheid van een 'thermo-nuclear device' in de kelders van de torens.

Confettiparade

In de documentaire 102 minutes that changed America wordt gewag gemaakt van een 'confettiparade' als treffende metafoor voor het neerdwarrelend papier. Voor New Yorkers is dat een logische beeldspraak: zij zijn haast niet anders gewend. In de stad worden van oudsher bij speciale evenementen zogeheten 'ticker tape parades' gehouden: de eerste vond plaats in 1886.
De term verwijst naar de lange papieren linten die de elektrische telegraaf produceerde, met name in de beurshandel van Wall Street. Later werden dit de moderne telexen, gevolgd door de komst van de papiervernietiger (of shredder).
Het hoogtepunt van de 'ticker tapes' lag in de jaren vijftig en zestig van de 20e eeuw, al vinden ze nog altijd eens in de zoveel jaar plaats. Bekijk een lijst van 'ticker tape parades'.



Papierregen

Naast het onmiddellijke drama van de 'jumpers' (zie vorige blog) was er dus de vrijwel constante neerdwarreling van papier, heel veel papier. Een enkele ooggetuige meldde dat ze het idee had alsof er actief papier uit kantoorramen werd gegooid. Andere ooggetuigen hebben het over 'paper floating around like confetti'. Volgens sommigen regende het een week lang papier.



Brandstof

In de onmiddellijke omgeving van de Twin Towers lagen uiteindelijk tonnen papier op straat. Deels raakte dit in brand na de val van de torens en zorgde voor nog eens extra vuur op de grond waardoor menige auto in vlammen opging. In combinatie met het cementstof en bluswater werd het gedeeltelijk een soort glibberige koek.


Papieren spoor

Elk stuk papier stond als het ware voor een onderbroken handeling: iemand was ergens mee bezig geweest in een van de gebouwen. De bekende fotograaf Joel Sternfeld maakte de volgende dagen foto's van documenten, ordners etc. op straat: hij volgde als het ware het papieren spoor. Later voelde hij zich hierover toch ongemakkelijk (ik heb de foto's ook niet kunnen terugvinden).
Ook de radiojournalist Robert Siegel achtervolgde dit spoor van 'paper memories' zoals hij dit noemde en belde zelfs mensen op die hij kon traceren waaronder een sollicitant:

http://www.npr.org/templates/story/story.php?storyId=5788438

In sommige buurten, bv. in Brooklyn, bleef het papier in de kruinen van bomen hangen. Ook er bleef veel papier in open ruimtes als kapotte ramen of trappen achter; puntige of uitstekende voorwerpen met daarop papier gespiest. Bekijk de kunstzinnige video van de Blue Man Group over enkele gevonden documenten in Carroll Gardens, Broolyn:

http://www.exhibit13.com/home.html

Afval

Het vele papier achtergebleven in de torens zelf, in combinatie met andere kantoorspullen, zorgde in belangrijke mate voor de hevigheid van het vuur op Ground Zero waardoor zelfs staal werd verbogen. Pas op 20 december 2001 was de brand definitief geblust.
Al in de uren volgend op de ineenstorting ging men aan het werk met opruimen. Ground Zero was een crime scene en het puin bewijsmateriaal. Het puin is eerst tot twee keer toe ter plekke doorzocht door het simpelweg over de grond uit te spreiden; de site werd hiertoe in vier sectoren verdeeld en elk stuk weer onderverdeeld in een raster.

Fresh Kills

Vervolgens is het puin per truck en pontons naar Fresh Kills Landfall gebracht op Staten Island voor nadere verwerking. De naam klinkt in dit verband erg ongelukkig, maar hier moet gedacht worden aan de Nederlandse oorsprong van New York: kil of rivierbedding (denk bijvoorbeeld aan Dordtse kil).
Het zal voor zich spreken dat de aandacht daarbij vooral uitging naar menselijke resten, gevolgd door persoonlijke bezittingen en eventueel bewijsmateriaal. Er ontwikkelde zich een bepaald schiftingsproces tussen grotere stukken (staal, auto's e.d.) en kleinere stukken; verdere selectie geschiedde met de hand vanachter een lopende band.

http://www.nysm.nysed.gov/exhibits/longterm/documents/recovery.pdf

Vondsten

Bij de operatie om 1.8 miljoen ton materiaal te sorteren en doorzoeken waren tientallen diensten en duizenden personen betrokken. Dit duurde uiteindelijk tien maanden: op tijd en binnen de begroting.
De FBI Evidence Response Team plus een speciale eenheid van de NYPD onderzocht de persoonlijke bezittingen. Er zijn bijvoorbeeld circa 4.000 foto's gevonden en in totaal zo'n 54.000 persoonlijke bezittingen, waaronder bijvoorbeeld identiteitsbewijzen.
Eerder al vond iemand op straat het paspoort van een van de kapers (Satam al Suqami) en gaf dat aan een politieagent mee nog voor het instorten van WTC2. Dit voorval staat in nogal wat 'conspiracy theories' hoog aangeschreven.

Recycling

Veel van de inzet was gericht op een snelle verwerking van al het afval: New York wilde door; de plek was een open wond in de stad. Zo werd veel van het staal bijvoorbeeld onmiddellijk doorverkocht om o.a. in China en India door de firma Baosteel te worden gerecycled.
De snelheid waarmee e.e.a gebeurd is roept wel vragen op. Over de grondigheid van de eerste reeks (forensische) doorzoekingen is dan ook kritiek gekomen. Herhaaldelijk zijn in latere jaren - ook op Ground Zero zelf - alsnog (tientallen) lichamelijke resten gevonden, dit tot groot ontzet van de nabestaanden. Nog in 2010 werd daarom een nieuwe zoektocht afgekondigd.

'Salvaged memories'

Voor zover mogelijk is geprobeerd persoonlijke bezittingen te retourneren. Zonder naam of adres leek dit een vrijwel onbegonnen taak. Maar de Property Clerk Division van de NYPD wist van ca. 26.700 voorwerpen (stand december 2006) die door hun handen ging meer dan 86% terug te geven aan nabestaanden. Bekijk een selectie van gevonden voorwerpen, zoals trouwringen, en het persoonlijke verhaal erachter:

http://www.theaustralian.com.au/in-depth/september-11-anniversary/gallery-fn9q9rth-1226132943488?page=4

Hangar 17

De bewaarde objecten zijn ondertussen in een nieuwe fase aanbeland: een proces van musealisering. Ze zijn immers nationaal erfgoed geworden. Het belangrijkste materiaal wordt bewaard in Hangar 17 op de luchthaven JFK en wordt nu stukje bij beetje verdeeld over het land. Uit heel het land komen verzoeken binnen voor stukken staal of andere objecten voor de bouw van eigen monumenten (bv. van de brandweer) of om tentoon te stellen in musea. Lees de blog van correspondent Tom Kleijn of bekijk diens reportage over Hangar 17:



Kunstenaar Francesc Torres maakte uit Hangar 17 een eigen selectie voor enkele tentoonstellingen in Engeland o.a. in het Imperial War Museum:

http://www.channel4.com/news/how-survival-and-identity-emerged-from-the-debris-of-9-11

Musea

De grootste collectie objecten, bijna 3.000 items, wordt beheerd door het New York State Museum te Albany (zie hun website). De collectie is groeiende mede doordat nabestaanden of overlevenden alsnog besluiten hun bezittingen of memento's van geliefden af te staan. Tot de collectie behoort o.a. deze archiefla.


[foto's Eric Collagan]


Memorial

Sinds kort is er daarnaast het National September 11 Memorial & Museum geopend t.g.v. de tienjarige herdenking op de plek van de gebeurtenis zelf (zie hun website). Dit museum staat gedeeltelijk in het teken van de reddingswerkers: het vertelt vooral hun heroïsche verhaal.
In feite is dit museum eveneens een modern ossuarium of knekelhuis. Achter een van de muren, met een quote van Vergilius ('No day shall erase you from the memory of time') liggen straks - onzichtbaar - 9.041 botresten en ander menselijk (huid)materiaal. Dit vormt ook het meest controversiële deel ervan.

http://www.911memorial.org/remains-repository-world-trade-center-site

De namen op het memorial zijn op hun beurt of een bijzondere wijze ('meaningful' volgens de architect) gerangschikt: eerst in groepen (bv. locatie) en vervolgens een aantal subgroepen (bv. bedrijven). Er is, kortom, veel onderscheid gemaakt in de dood; dit is niet erg gebruikelijk.

http://www.911memorial.org/learn-how-names-are-arranged

Documenten

Uit bovenstaande valt op te maken dat de talloze documenten uit het WTC dus eerst en vooral objecten of museumstukken ('historical artifacts') zijn geworden. Hun bewijswaarde ter neerslag van een bepaalde handeling is die dag vrijwel direct verloren gegaan. Met de ineenstorting van de gebouwen, verdwenen tegelijk tientallen bedrijven. Hiermee kwam automatisch een einde aan de primaire functie van talloze documenten; in die zin hadden ze geen archiefwaarde meer.
Gelet op de aard van de werkzaamheden in het WTC, een zakencentrum, zal veel van het papier dan ook hier betrekking op hebben gehad. Financiële transacties dus bijvoorbeeld van beleggingsfirma's, verzekeringsinstanties e.d. met een navenant beperkte houdbaarheidsdatum. Dit geldt tevens voor de dienstverlenende industrie (restaurants e.d.).
Er waren eveneens overheidsorganen in het WTC gevestigd, zoals de douane, die wel zijn blijven voortbestaan. Hier zal zeker een operationeel verlies hebben gegolden op het administratieve vlak.

Papieren objecten?

Het ging bij de ramp uiteindelijk niet zozeer om de bedrijven, organisaties of hun administratieve structuur - waarvan een archief een weergave vormt - maar om de namen van omgekomen mensen. Bijna drieduizend mensen kwamen om op Ground Zero, van wie velen ongeïdentificeerd (zullen) blijven. Aangezien documenten vaak de enige objecten waren die de ramp wisten te doorstaan, werden zij onmiddellijk sacrale memento's voor nabestaanden en overlevenden. Het was vaak de enige link met een dode en dus van grote sentimentele waarde. Reeds op de dag zelf werden documenten door wildvreemde omstanders ook als zodanig opgepikt, bewaard en of doorgegeven.
Het lijkt er al met al niet op dat aan de documenten bij wijze van archief (aparte berging? conservering?) bijzondere aandacht is geschonken. Wellicht zijn veel documenten, als onderdeel van het puin, in de fase van recycling eerst nog door een shredder gegaan alvorens hun definitieve rustplaats te vinden als fijn stof ergens op een afvalberg.

Post

Voor zover bekend zijn er twee brieven bezorgd die aan boord waren van de vliegtuigen die zich in de torens van het WTC boorden. Eén brief werd op 12 oktober bezorgd bij de afzender, Mrs. Snyder. Bij de brief was een ander briefje gevoegd: 'To whom it may concern. This was found floating around the street in downtown New York. I am sorry if you suffered any loss in this tragedy. Sincerely, a friend in New York!'
Over dit soort nabezorgde post bij rampen valt overigens een aparte blogreeks te schrijven; dat zal ik hier niet doen, al sta ik open voor bijdragen. Dit soort brieven brengt vaak vanwege het brievenhoofd of de gedateerde poststempel grote bedragen op bij veilingen.


http://www.nytimes.com/2001/12/20/us/a-nation-challenged-aftermath-one-letter-s-odyssey-helps-mend-a-wound.html?scp=1&sq=one%20letter's%20odyssey&st=cse


Een bundel met correspondentie bleef ook bewaard van Hazem Gamal die in de zuidtoren werkte. Hij wist te ontsnappen en kreeg de bundel later toegestuurd door een constructiewerker die het zo had gevonden.


Nawoord d.d. 18 september

Voor wie het effect van een papierregen eens goed in een Hollywood-film wil zien, zie Die Hard (1988). Hier lijkt het er overigens wel heel erg op alsof er gewoon schone pakken papier uit het gebouw worden gegooid, zonder enige blus-of brandschade!

Nawoord d.d. 16 september 2014

Het verhaal achter 1 gevonden huwelijksfoto op straat:
http://www.independent.co.uk/news/world/americas/the-wedding-photo-from-ground-zero-a-shot-in-the-dark-9734537.html

zondag 11 september 2011

9/11 in fotografische context

Kunnen de gebeurtenissen van 10 jaar geleden samen worden gevat in één of twee foto's? Het antwoord is bevestigend, al toont dat antwoord tegelijk altijd het grote belang van context.

The Falling Man

Onderstaande foto van AP-fotograaf Richard Drew staat ook wel bekend als 'the falling man' oftewel de vallende man.


De foto was al in de dagen na 9/11 meteen wereldnieuws. Ik kan mij nog goed herinneren dat er destijds in de Nederlandse media over de hinkeltjes-duikelende man werd gesproken (ik kan dit overigens niet meer terugvinden).
De foto heeft iets surrealistisch kalmerends over zich: te midden van de enorme chaos in de Twin Towers, had één iemand voor zichzelf de weloverwogen beslissing genomen in ogenschijnlijk ontspannen houding naar beneden te springen als ware hij een soort schoonspringer. Het was 09:41:15 plaatselijke tijd.

Context

Dit is gedeeltelijk een verkeerde indruk. De foto is er slechts één uit een serie (de val duurde 27 seconden) waarin veel eerder sprake is van een buiteling, iets dat ook haast niet anders kan gezien de grote hoogte en de werking van zwaartekracht. In die zin is deze foto dus buiten zijn eigen context geplaatst, waardoor ze vanzelf een andere betekenis krijgt.
De innerlijke kalmte die de houding van de man uitstraalt staat bovendien haaks op de bedoeling van de publicatie van deze foto: als uiting van wanhoop. Hoe erg moest de ramp wel niet zijn voor iemand om te besluiten van zo'n grote hoogte naar beneden te springen?

'Jumpers'

Er waren overigens vele 'jumpers' die dag: hun aantal wordt geschat op zo'n tweehonderd. Ik vond het dan ook opvallend om te lezen dat officieel alle doden bij de aanvallen op het WTC van die dag zijn geclassificeerd als doodslag - dit in tegenstelling tot zelfdoding.
In het laatste geval gaat men namelijk uit van een duidelijk vooropgezet plan, terwijl in dit geval er een externe aanleiding voor nodig was. De beslissing om te springen was in die zin dus onvrijwillig genomen en daarmee geen zelfmoord, volgens de wetgeving.

Wanhoopsdaad?

Juist deze bedoeling of wanhoopsdaad - nog voor het daadwerkelijk instorten van de torens - werkte echter tegen de foto. Het idee van vrije keuze, terwijl er nog hoop is, leidde tot veel kritiek: dit was niet zoals men zich de ramp wilde herinneren. Deze en andere soortgelijke foto's werden niet meer geherpubliceerd of zelfs verwijderd.
In de bekende documentaire 9/11 van de Franse broers Naudet (over de brandweer) worden de doden buiten eveneens bewust niet getoond, al is het ploffende geluid van de vallende lichamen bijna even effectief. Ook in de documentaire 102 minutes that changed America heerst ongeloof bij de gedachte dat mensen springen ('is het geen stoel?' 'Hij is naar buiten gevallen, die arme man.'). Tegelijk wordt duidelijk dat dit beeld van levende c.q. springende mensen heel veel omstanders het meest raakt.

Identiteit

Er zijn diverse pogingen geweest 'the falling man' te identificeren. Na een eerdere, valse identificatie wordt sinds 2006 Jonathan Briley als meest waarschijnlijke kandidaat gezien. Hij was een 43-jarige medewerker van het Windows of the World restaurant. Bekijk de documentaire The Falling Man.

Thomas Hoepker

De andere foto is minstens zo geruchtmakend, al is het maar omdat ie in eerste instantie niet is gepubliceerd. Het betreft een foto van Magnum-fotograaf Thomas Hoepker van een groepje New Yorkers rustend aan de oever van de Hudson. In een park te Brooklyn keuvelen zij ontspannen verder in de zon, met op de achtergrond het zich onttrekkende drama. Het was die dinsdag inderdaad een ongewoon mooie lentedag.


Zelfcensuur

De foto verscheen pas in 2006 in een boek n.a.v. het vijfjarige voorval. Publicatie ervan zorgde direct voor controverse. Eén columnist van de New York Times, Frank Rich, gaf er een morele lading aan: het geportretteerde gezelschap van jonge, hippe mensen (typisch voor New York) toonde een duidelijk gebrek aan zelfinzicht. Met andere woorden, Amerika zou het ook nooit leren.
Eén van de gefotografeerden (de man met zonnebril rechts op de foto; Walter Sipser) onthulde zichzelf en bekende op dat moment juist in een soort shock-toestand te verkeren. Bovendien had hij geen toestemming gegeven voor de foto, die zijns inziens ook niet overeenkomstig de werkelijkheid was. Beeld en werkelijkheid komen dus wederom niet overeen.

Herinnering

Deze foto is daarmee een foto geworden over de geschiedenis van 9/11 en vooral ook hoe wij ons iets herinneren. We kunnen desondanks niet in de gedachten van deze mensen kijken: hun houding suggereert alvast nonchalance in plaats van enige betrokkenheid. Waarom staan ze bijvoorbeeld niet rechtop te wijzen of houden hun hand voor de mond uit schrik?
Tegelijkertijd moeten we beseffen dat het leven ook gewoon doorging: de wereld stond die dag niet stil, hoe zeer (of hoe graag) we dat ook zouden willen geloven.

Ground Zero

Zelf vind ik onderstaande foto eigenlijk nog het meest treffende beeld van de ramp: de drie overgebleven staken in de grond. In de dagen erna werd het vaak gebruikt in de media als stille achtergrond. Waarom heeft men dit niet gewoon als onmiddellijk herkenbaar monument laten staan, in plaats van allerlei ingewikkelde constructies te ontwerpen?


De recente oproep van burgemeester Bloomberg van New York om niet langer te refereren aan Ground Zero - 'een term die herinnert aan het verleden, terwijl we vooruit moeten kijken' - is al even gekunsteld. Liever wil hij bij de feiten blijven van de gepleegde nieuwbouw: The World Trade Center en The National September 11 Memorial and Museum. Brandweerlieden noemden het gebied overigens destijds gewoon 'the pile'. Het feit dat velen van hen bij de ramp waren omgekomen en tussen het puin lagen geeft aan dat daar in elk geval geen humor achterstak.

Gerelateerde blogs:

De confettiparade van 9/11

zaterdag 9 oktober 2010

Context, authenticiteit en herinnering (1): Zandvoort


Archivarissen hebben het graag over "context", hun favoriete stopwoordje. De context is eigenlijk alles m.b.t. het ontstaan, de totstandkoming, het beheer en de archivering van een document. Het is dus vooral informatie over het stuk zelf in plaats van de inhoud.
Maar hoe werkt context nu eigenlijk in de praktijk? Aangezien men het, vanwege de digitalisering, tegenwoordig ook wel over ip's heeft (information packages) en een ip eigenlijk van alles kan zijn daarom hier een illustratief voorbeeld.

Tijdens een zomers bezoek aan de badplaats - zo heette dat vroeger tenminste nog - Zandvoort met een vriend van mij (wiens naam ik, voor de volledigheid zou moeten vermelden, maar ik schuil mij hier achter een ander archivistisch uitgangspunt: de privacy), viel mijn oog al zittend op het Kerkplein en likkend aan een ijsje van Giraudi (dit allemaal voor de juiste context) 's avonds rond half zeven op het volgende uithangbord.


Wat mij eigenlijk meteen opviel was het jaartal van vestiging: sinds 1947. De term 'sinds' (altijd gekoppeld aan een jaartal) zoals gebruikt door firma's is een intrigerende. Het moet vooral oudheid en daarmee duurzaamheid suggereren: iets bestaat tenslotte niet voor niets al zolang. In wezen is het daarmee een eigen, officieus kwaliteitskeurmerk van ondernemers, lang voordat allerlei instanties zich met hun produkten zijn gaan bemoeien.
'Van ouds bekend', dat vroeger nog wel eens bij advertenties stond, is in wezen hetzelfde idee. Bij mijn weten kan na het honderdjarig bestaan van een firma op verzoek zelfs het predikaat 'Koninklijk' aan de naam worden toegevoegd. Al zijn Koninklijke Hofleveranciers overigens weer iets anders.

De eerste context die hier belangrijk is, is dus het jaartal zelf. In dit geval is de friteszaak kennelijk kort na de Tweede Wereldoorlog opgericht: voor een friteszaak waarschijnlijk oud, maar uit oogpunt van duurzaamheid nog betrekkelijk jong. Voor de juiste context: voedsel was toen nog grotendeels op de bon.
'Sinds' plak je echter meestal niet boven de deur vanaf de oprichting of waarschijnlijk toch maar hoogstzelden. Er is een tweede, later herdenkingsmoment (een jubileum of iets dergelijks) voor nodig waarop dit pas - eventueel - een rol gaat spelen. Tenslotte bedient maar een minderheid van bedrijven zich van dit, naar een zekere exclusiviteit neigende predikaat. De overgrote meerderheid van ondernemers haalt zo'n gedenkwaardig moment niet eens.

Wellicht duidelijker is de mededeling dat dit de '1e speciaalzaak van patates-frites' is. In Zandvoort dan toch waarschijnlijk moet hier volledigheidshalve aan worden toegevoegd, al staat dat gegeven nergens op dit bord vermeld. Stel dat het bord dus later van de gevel verdwijnt en in een museum belandt, dan zouden zo maar eens de verkeerde conclusies kunnen worden getrokken (bv. lichtreclamebord van de 1e speciaalzaak van patates-frites in Nederland).
De context hier wordt dus geleverd door het huidige adres: Kosterstraat 15 te Zandvoort. Ook in Breda zit namelijk een (friet)zaak met vergelijkbare naam (alleen zonder de s achter friture) op de hoek van de Haagweg en de Oranjeboomstraat.

Enigszins raadselachtig is de sjieke naam van dit etablissement (toen) of cafetaria (nu): 'Fritures d'Anvers'. Van deze term heb ik eerlijk gezegd nog nooit gehoord. Nu pretendeer ik geen friteskenner te zijn. Wat ik wel weet, is dat sinds een aantal jaren de vlaamse (dikke) frieten aan een opmars bezig zijn ten koste van de franse (smalle) frieten. Dit weet ik vooral dankzij de eetgewoonten van mijn oma (dit is wellicht overbodige context), maar valt ook breder in de horeca waar te nemen. De term 'Fritures d'Anvers' lijkt dan ook inhoudelijk niet te schuilen in enig keukengeheim (speciale frituuroliën of iets dergelijks). Ze levert verder ook geen hits op, behalve dan van deze fritesspeciaalzaak.

Volgens hetzelfde internet zijn de zaak en zijn eigenaren overigens niet zonder tragedie gebleven in de loop der jaren. In 1981 verongelukte een zoon van de eigenaar bij een bromfietsongeluk en in 1987 brandde de bovenverdieping af. Wellicht dat dit laatste een hint geeft voor de wat rare plaatsing van de lichtreclame boven de ingang? De eigenaar liet ter gelegenheid van het 40-jarig jubileum trouwens nog een bijzondere gevelsteen plaatsen door de kunstenaar Edo van Tetterode. Het stelt een uitgestrekte hand voor.
Hoewel deze context mij wel opviel tijdens inspectie van het pand en ik even heb overwogen hier een aparte foto van te maken, is het feit dat ik dit toch niet heb gedaan ook belangrijk voor de context. Kennelijk vond ik het op dat moment niet belangrijk genoeg, met als resultaat een mogelijk verlies aan informatie. Wie heel goed kijkt op de eerste foto, ziet overigens nog wel de gevelsteen op de nok maar vorm of functie vallen als zodanig niet te herkennen.

Aan de eigennaam blijkt in de loop der jaren desondanks wel degelijk een extra betekenislaag te zijn toegevoegd. Dit blijkt pas voor wie de moeite neemt door het steegje aan de zijkant naar achteren te lopen. Aan de achterkant hangt namelijk in de nok nog een ander lichtreclamebord:



Nu heb ik als klein jongetje enige jaren in deze badplaats gewoond, maar mijn herinneringen strekken zich niet uit tot het eten van friet aldaar: alleen een bezoek aan een plaatselijke viswinkel vanwege de imponerende poster van verschillende vissoorten. De paar vermeldingen op de website www.eetnu.nl geven desondanks de nodige hints waar de naam en het mogelijke keukengeheim nu precies in schuilt: 'gewoon lekkere friet in zo'n ouderwets zakje', 'een echt belgisch frietje' of 'de zelfgemaakte speciaalsaus'. Plus nog deze: 'en een mooie autentieke uitstraling'.
Wat betreft de naam lijkt het hier dus in belangrijke mate om authenticiteit te gaan, overigens een ander sleutelwoord in de archivistiek. De authentieke ervaring, die waarschijnlijk beoogd wordt, is dan vlaams friet uit een zakje. Met als extra toevoeging, voor de vorm, een withouten interieur met ouderwetse luiken aan de buitenkant. Fritures d'Anvers valt in dat geval misschien nog wel het best te beschouwen als een vroege voorloper van de pas veel later in Nederland populair geworden vlaamse friethuizen.

Met dit lichtreclamebord is, kortom, meer aan de hand dan het oog reikt. Het valt niet zonder meer op face value te nemen - het heeft verborgen betekenissen - en dat is nou precies de clou van context. Nu zijn, met name ludieke, uithangborden geen onbekend fenomeen in de Nederlandse geschiedenis. Er zijn al publicaties uit de 17e eeuw hierover waarin de opschriften werden verzameld. Maar het hele wezen en bestaan van dit specifieke bord ligt waarschijnlijk toch in iets heel anders besloten, namelijk de huidige bestemming van het pand ernaast:





Zoals uit de foto's blijkt zit naast de oorspronkelijke friteszaak tegenwoordig een FEBO gevestigd. Dit zal voor de eigenaar van de eerste zaak vermoedelijk de directe aanleiding zijn geweest zijn uithangbord - voor zover hij die daarvoor al had - drastisch te herzien. 'Sinds 1947', '1e speciaalzaak van patates-frites'; duidelijke toevoegingen in de strijd om concurrentie en ter onderscheid van die parvenu naast hem.
Hoewel Maison Febo overigens al bestaat vanaf 1941 - en dus in principe ouder is(!) - begon de uitbreiding van deze automatiek buiten de hoofdstad toch pas enige decennia later. De vestiging in Zandvoort aan het Kerkplein 5 werd trouwens geopend op 3 juni 1980. Dit levert vooralsnog twee mogelijke data op ter nadere datering van de lichtbak aan de voorkant bij Fritures d'Anvers: medio 1980 of anders 1987 ten tijde van het veertigjarig jubileum.

Context dus: voor archivarissen van wezensbelang, voor de rest van de wereld toch wat minder. Wellicht ter complete verwarring: met (historische) waarheid hoeft dit blog, behalve de door mij geleverde persoonlijke informatie, nog niets uit te staan. Ik heb geprobeerd zo archivistisch mogelijk te redeneren puur vanuit de bestaande situatie of context. Ten behoeve van dit blog is geen enkel archiefonderzoek gepleegd, die mogelijk een heel andere waarheid aan het licht zal brengen. Tot slot, voor de volledigheid: de foto's zijn genomen op zaterdagmiddag 9 oktober 2010 rond kwart over drie met een inmiddels verouderde digitale camera (een HP Photosmart M 407).

En, nu ik het toch over de horeca heb: tot mijn verbazing staat al sinds vorige week de Oud-Hollandse Gebakkraam met zijn oliebollen op het plein in de Grote Houtstraat te Haarlem (een plein zonder naam overigens, merkwaardig genoeg). Ik kan mij niet eerder herinneren die zo vroeg in het jaar daar gesignaleerd te hebben. Of speelt de mooie herfst c.q. nazomer hier parten met het geheugen en zijn wij nog niet toe aan oliebollen? Tenslotte is het al weer begin oktober. Maar dit terzijde.


Gerelateerde blogs
Context, authenticiteit en herinnering (2): de waarde van werelderfgoed


P.S. Weet jij een jongere 'sinds'-zaak bij jouw in de beurt (bv. sinds 1989)? Mail het mij en dan ga ik op onderzoek uit!

woensdag 17 maart 2010

Beeldtaal 1: van oude mensen (en de dingen die voorbij gaan)

In de jaren tachtig/negentig van de 20e eeuw was oral history, plat gezegd het interviewen van mensen, the next big thing.

Holocaust

Een van de bekendste voorbeelden toen was het project van Steven Spielberg waarin de ervaringen van alle overlevenden van de Holocaust tussen 1994-1999 op band werden vastgelegd: 52.000 mensen verspreid over 56 landen.

http://dornsife.usc.edu/vhi/

Voor Nederland werden door het Joods Historisch Museum de tweeduizend Nederlandse getuigenissen nader toegankelijk gemaakt.

http://www.jhm.nl/bezoek/mediatheek/tweeduizend-getuigen-vertellen

Beeldmateriaal

Helaas kregen we geen les in het speuren naar audiovisuele beelden of mensen; dat was echt iets voor professionals. Niet alleen historici, ook archieven en archivarissen hebben over het algemeen moeite met bewegende beelden of geluid. Aldoende hebben twee professies een groot gat laten liggen, waar inmiddels het Instituut voor Beeld en Geluid vol overtuiging en zeer succesrijk in is gesprongen.

Geschiedenis verbeeld

Een geslaagde combinatie van historische beelden en sprekende mensen is al jaren het programma Andere Tijden. Onoverkomelijk nadeel van het eerste is dat hiermee de aandacht voor de geschiedenis vanuit de media vanzelf is verschoven naar de 20e eeuw. Beelden van voor die tijd zijn er tenslotte haast niet. Iedereen die (meer) geïnteresseerd is in de periode daarvoor krijgt het in dat opzicht zwaar te verduren.
Geschiedenis uit vroegere tijden wordt gelukkig nog wel verwerkt in spectaculaire televisieseries als The Romans of The Tudors, met telkens een navenant grote nadruk op sex en geweld (een geringe prijs om te betalen, lijkt mij). Ook de meer gezapige kostuumdrama's vullen enigszins de leemte.
Een derde optie is de (nationale) geschiedenis te laten uitleggen door een bekend historicus of eminent persoon die onherroepelijk dan zelf wel erg vaak in beeld is, enigszins afhankelijk van diens ijdelheid.
Een vierde optie tot slot is de zogenaamde 'historical re-enactment' waarbij mensen van nu gebeurtenissen van toen (meest oorlogssituaties) uitbeelden c.q. nadoen. De experimentele archeologie is hier nauw mee verwant. Het opdraven van verklede mensen als historische figuren bij de opening van tentoonstellingen e.d. is daar over het algemeen weer een flauw aftreksel van.

Verhalenarchieven

Diverse archiefinstellingen proberen sinds enkele jaren wel iets van dit verloren terrein terug te winnen door het publiek te vragen Verhalen te schrijven. Hieruit blijkt in elk geval nog hoe gebonden zijn qua mindset zijn aan papier.
De respons is over het algemeen niet groot en bij voorbaat weet je dat eigenlijk slechts de meest actieve doelgroep (oftewel het kleinste deel van de bevolking) reageert. In hoeverre is e.e.a. dus representatief? Bovendien gaat het hierbij vaak om streng geselecteerde thema's; een algemene, geschiedkundige ontwikkeling valt er niet uit af te leiden.
Deze beweging is vooral interessant omdat archiefinstellingen daarmee voor het eerst zelf actief zijn gaan archiveren i.p.v. slechts te dienen als passieve archiefbewaarplaats. Over hoe grondig dit materiaal gearchiveerd wordt en ontsloten, durf ik verder geen uitspraak te doen.

Club van 100-jarigen

Zou het bijvoorbeeld niet veel nuttiger zijn om bijvoorbeeld in stad of regio op zoek te gaan naar de oudste inwoners en hen stelselmatig te interviewen aan de hand van een reeks van thema's?
Moeilijk te vinden zijn zij alvast niet: elke gemeente houdt hiervan ongetwijfeld een lijstje bij. In het plaatselijke sufferdje staat altijd wel een foto van de burgemeester die ergens op bezoek gaat bij 100-jarigen. En krijgen zij ook standaard geen boodschap (vroeger waarschijnlijk nog een telegram) van Hare Majesteit?
Een dergelijk, liefst nationaal project moet natuurlijk wel aan bepaalde, uniforme criteria voldoen en niet gericht zijn op één bepaalde thematiek zoals bijvoorbeeld de bevrijding. Straks is de belangrijkste herinnering van Nederland aan de 20e eeuw alleen nog maar de Tweede Wereldoorlog, een zeer merkwaardige en beperkte opvatting van onze nationale geschiedenis. Het hele scala aan menselijke emoties moet, aan de hand van onder meer veranderende maatschappelijke opvattingen over opvoeding, de verhouding man-vrouw etc., in een dergelijk project de revue passeren. Nu kan het tenslotte nog!

Harry Patch

Ik was zeer geroerd toen vorig jaar in Engeland de laatste drie WOI-veteranen overleden. Hun levens, zeker die van Harry Patch, stonden tegen het eind van hun leven en na een verder normaal burgerlijk bestaan vrijwel alleen nog maar in het teken van die verschrikkelijke ervaringen in de loopgraven. Ervaringen die hem (en mij) telkens weer tot tranen toe roerden vanwege de primaire gedachte aan zijn gevallen kameraden. In zijn eentje, werd hij zodoende eigenlijk de beste anti-oorlogscampagne ooit; hij weigerde uiteindelijk ook een staatsbegrafenis. Onvergetelijk.

Zie berichtgeving over zijn dood: http://www.youtube.com/watch?v=t9jZwtRJrcE

Zie Harry Patch te Passchendaele: http://www.youtube.com/watch?v=j7peTBVprtY