Zoeken in deze blog

Translate

Posts tonen met het label wereldwandelaars. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wereldwandelaars. Alle posts tonen

woensdag 30 november 2011

Wereldwandelen (20): wereldtonrollers of globerollers? (3)

In navolging van J.G. Elsenhaus, wiens tocht gedurende 1903-1904 niet verder reikte dan Europa en Amerika, kwam er in 1909 een Italiaans duo met een veel ambitieuser plan: een wereldreis van maar liefst 12 jaar. Medio januari 1910 arriveerden zij in Nederland.

Zanardi Ottilio en Vianello Eugen

'Te Bergen op Zoom zijn, naar aan het ,,Hbl.'' wordt gemeld, Dinsdag uit Antwerpen aangekomen de twee globetrotters Zannardi Attiluis en Vianello Eugeen. Per ton den 20sten uit Venetië vertrokken, hebben zij achtereenvolgens het Noorden van Italië bezocht en zij stellen zich thans voor door het Zuiden van ons land naar Roermond te rollen en van daar Duitschland in te gaan, om op die manier in twaalf jaar de reis te maken rond de wereld.
In hun vrij groote, door henzelf vervaardigde ton, die met twee zware ijzeren hoepels beslagen is, is een horizontale as aangebracht, waaraan een soort van zwevende zitplaats hangt. Is een van beiden vermoeid, dan gaat hij daarop zitten, terwijl de ander de ton ondertusschen voortrolt.
Natuurlijk hadden ze bij hun tocht door de stad veel bekijks en werden ze voortdurend door een groote menigte gevolgd ; terwijl ze door het verkoopen van prentbriefkaarten met hun portret, in hun onderhoud zoeken te voorzien.'

De Leidsche Courant van 19 januari vervolgde nog:

't Schijnt dat ze anders geen haast hebben. Tenminste in plaats van Woensdagavond, zooals het plan was, naar Rozendaal te rollen, wandelden ze Donderdagmorgen met hun witte wollen mutsjes op, nog door de stad.'


[Illustratie met dank aan www.delcampe.nl]

'Diogenessen in de ton of globe-rollers'

Zan(n)ardi (22 jaar) en Eugen(io) (33 jaar) waren op 20 juli 1909 uit Venetië vertrokken. Beide waren kuiper van beroep. Het voortrollen van de ton maakte deel uit van een weddenschap. Met de afstand door Noord-Italië, Zwitserland, Frankrijk en België werd in zes maanden in totaal 3.790 kilometer afgelegd.
De ton diende gedeeltelijk als onderkomen; er was tevens een kachel in gebouwd. Ze sliepen om beurten, terwijl de een de ander voortduwde. 'Het zijn twee stevige kerels van het echte Noord-Italiaansche type.'
De trip werd ondernomen in het gezelschap van twee honden die al vrij snel onderweg kwamen te overlijden. In Zwitserland werd daarom een St. Bernard puppy als gezelschapsdier genomen die, eenmaal volwassen, prima als waakhond kon dienen. De geplande trip zou twaalf jaar duren, in ruil voor 150.000 fr oftewel 30.000 dollar.


Op 18 mei 1910 arriveerden ze in Berlijn na hun reis door Noord-Italië, Zwitserland, Frankrijk, Engeland, België en Nederland. In het verschiet lagen Rusland, Siberië, China en Japan. De trip is mogelijk korte tijd later in Noorwegen gestrand na 5.500 kilometer.

Bronnen
Zierikzeesche Nieuwsbode 15-01-1910
Leidsche Courant 19-01-1910
Vlissingse Courant 22-01-1910
New York Times 05-06-1910

dinsdag 1 november 2011

Wereldwandelen (19): wereldtonrollers (2)

Jan Vet is zeker niet de eerste wereldtonroller geweest (voor wie daar nog aan zou twijfelen). Die eer gaat vermoedelijk naar de Duitser J.G. Elsenhaus uit Waldkirchen gelegen in Beieren (regio Neder-Beieren) begin 20e eeuw.

J.G. Elsenhaus of 'den man met 't vat'

Johann Georg Elsenhaus vertrok op 12 september 1903 uit Rome voor zijn wandeling met als eindbestemming St. Louis. Gedurende zijn reis trok hij een grote ton achter zich aan. De wandeling was een weddenschap: in ruil voor 5.000 dollar moest hij op 29 september 1904 in St. Louis, Missouri zijn. In die plaats vond namelijk dat jaar de Wereldtentoonstelling plaats, die duurde van eind april tot begin december. Ook allerlei vormen vsn entertainment, zoals dit, had zijn plaats op dergelijke tentoonstellingen.

Leeuwarden

Van zijn rondgang door de provincie Friesland is in de kranten uitgebreid verslag gedaan. Op maandagmiddag 9 augustus 1904 arriveerde hij in de loop van de middag te Winschoten, van waar de reis doorging naar Leeuwarden.

Hedennamiddag [12 augustus] ongeveer 1 uur is Elsenhaus gezond en wel met zijn vat te Leeuwarden gearriveerd. Dat hij de belangstelling trok, behoeft niet gezegd; zijn wandeling naar ,,de Klanderij'' had wel iets van een triumftocht.


[Grand Hotel de Klanderij te Leeuwarden, o.a. bekend vanwege kampioenschappen schaken en biljarten]

Onze held gevoelde zijn waardigheid en groette voortdurend rechts en links. Het hoofd der politie had voor een geleide gezorgd, dat hem van de Hoeksterpoort af naar ,,de Klanderij'' bracht.
Daar was 't gedurende een paar uren een drukke beweging. Onze held maakte van de gelegenheid gebruik, om ras een goed aantal ,,ansichten'' aan den man te brengen. Die ,,kaarten'' stellen hem voor, terwijl hij op marsch is met zijn vracht. Het bijschrift luidt:

,,Grüsse von dem Fassreizenden,
Auf der Reise nach Rom hab ich manches ges[ehen?]
Ich habe erlebet so viel,
Jetzt will ich nach St. Louis gehen,
Die Ausstellung dort ist mein Ziel.
Kauft deshalb die Karten jetzt heute
S'erinnert Euch lang an die Fahrt,
Es reuet Euch niemals Ihr Leute,
Wenn, nicht mit dem Geld ihr da spart''

Nu, de ,,Leute'' spaarden hun geld niet; het duurde slechts kort en alle kaarten waren uitverkocht. Een kameraad, die hem van Bremen af door Nederland vergezelt, ging er op uit om nieuwe ,,ansichten'' van de post te halen.
De opbrengst der kaarten moet voorzien in de behoeften van onzen reiziger; de afspraak was, dat hij zonder eenige middelen mee te nemen, zijn einddoel moest bereiken. We twijfelen niet, als de verkoop a 10 cts. overal is zooals te Leeuwarden, of het komt wel goed.

We informeerden of steeds iemand hem gezelschap houdt.
,,Neen, ze verlangen altijd weer naar huis", was 't bescheid.
Of hij dacht te slagen?
,,Dat weet ik niet".
Maar wat hij er van dacht?
,,Ik durf er niet aan denken, dan word ik verrückt" (gek).
Wanneer hij gistermorgen van Groningen was vertrokken?
,,Om 10 uur ongeveer."
Waar hij hedennacht geslapen had?
,,In het hooi".
Of hij altijd in het hooi sliep?
,,Neen, maar niet allen doen open, als ik 's avonds of 's nachts aanklop; er zijn overal goede, maar ook slechte menschen."
Het bleek ondertusschen, dat hij den nacht onder Twijzel had doorgebracht.
Verder vernamen we, dat hij met zijn vat geregeld 6 1/2 kilometer per uur aflegt. Het plan was, hedenmiddag nog naar Sneek te gaan om verder over Stavoren zijn reis te vervolgen. Tijdens zijn oponthoud in de Klanderij werd een ,,opname" voor ,,de Prins" van onzen man genomen.

'Hij neemt den tijd er van'

De man met het vat, zoals Elsenhaus inmiddels beter bekend stond, bleef langer dan verwacht in het Grand Café hangen.

Deze is niet, zooals we verwachten, gistermiddag uit Leeuwarden vertrokken. We hebben hem gisteravond [14 augustus] weer aangetroffen in de ,,Klanderij''.
Hij neemt den tijd er van. 't Schijnt hem hier goed te zijn bevallen - we vernamen althans, dat hij den middag niet ongebruikt had laten voorbij gaan. Den geheelen avond door was het café een punt van meer dan gewone attractie; zelfs toen 't gas reeds lang aangestoken was, stond nog een heele schaar belangstellenden te wachten. Waarop? Onze reiziger nam van alles niet de minste notitie en bleef kalm binnen. Zijn begeleider was over het lange oponthoud weinig gesticht. Een der aanwezigen opperde het vermoeden, dat het onzen man onmogelijk zou zijn op tijd de plaats zijner bstemming te bereiken, als hij na aankomst te New-York vandaar naar St. Louis moest loopen. Om dien belangstellende gerust te stellen, informeerden we bij den ,,Globetrotter'' en vernamen, dat hij in Amerika slechts 9 dagen behoeft te loopen; van New-York gaat het per spoor naar Mississippi en vandaar per voet met het vat achter zich tot het eindstation, St. Louis.
We voegen voor de volledigheid hier aan toe, dat we ook naar de controle onderzoek hebben ongesteld en vernamen, dat overal in de dorpen, die gepasseerd worden, afteekening plaats heeft door politieagenten, marechaussees, (gendarmes noemde onze man ze) of ook door particulieren.
Hedenmorgen ongeveer 9 uur is hij met zijn vat achter zich aan op reis gegaan naar Sneek.

Sneek

Op 15 augustus om ongeveer 3 uur in de middag arriveerde Elsenhaus onder veel belangstelling in Sneek. Al de vrijdagavond tevoren werd er naar hem uitgekeken. In het café ,,Onder de Linden'' werd hij bij monde van dhr. P. Abbinga namens de Vereeniging tot bevordering van het vreemdelingen-verkeer ontvangen en verwelkomd.


[De Marktstraat te Sneek, met links het café Onder de Linden]

Gedurende de hele verdere namiddag en avond was Elsenhaus 'het middelpunt van onderhoudende gezelligheid en verkeer.' Over zijn ontvangst te Sneek was hij bijzonder te spreken.
Van zijn komst werd o.a. gebruik gemaakt door de firma J. Veen en Co om reclame te maken. 'De firma ,,Veen's Cacao'' legde onmiddellijk beslag op den globe-trotter - wel te verstaan, voor hare publiciteit op zijn vat!' Bij zijn vertrek de volgende morgen prijkte er op een der bodems van zijn rollend vat ,,Veens-Cacao, Sneek-Holland".
Een geweldige reclamestunt uiteraard, eentje die bovendien stand hield tot het einde van de reis. Hoewel samen met Van Houten te Weesp een van de grootste Nederlandse producenten van chocolade in de 19e eeuw, werd de fabriek rond 1900 gesloten. Het Openluchtmuseum te Arnhem bewaart nog een winkelinterieur van de firma.

Reisschema

De stevige ('kloek-gebouwden') en gebruinde wandelaar vertrok de volgende dag om half negen. Hij hoopte via Woudsend, Elshuizen, Nijega, Oudega, Kolderwolde, Hemelum en Warns uiteindelijk Stavoren te bereiken. Van Stavoren zou het met de pont van 1 uur 7 min. (Gr.) precies verdergaan over Enkhuizen, de Streek, Hoorn, Purmerend en Zaandam naar Amsterdam.
De hoofdstad was het volgende rustpunt in zijn reis, waar hij nog de volgende avond dacht aan te komen. Op 20 augustus hoopt hij zich te Rotterdam in te schepen voor zijn reis naar Amerika.

Stavoren

Zondagavond [16 augustus] kwam hier te circa negen uur aan de man met het vat. Hij nam zijn intrek in het hotel ,,Dooper'', waar het hem niet aan belangstelling ontbrak. Vlug gingen de kaarten van de hand en gezellig was men onder kout en zang eenigen tijd samen.
Maandagmorgen vertrok Elsenhaus per eerste gelegenheid naar Enkuizen. Ook op de veerboot vonden de ansichten gretig aftrek.


[Sluiszicht te Stavoren, met rechts hotel Dooper]

Einddoel

De 21e werd de voetreis via Haarlem naar Rotterdam voortgezet maar wederom was er sprake van enig oponthoud.

'Hij was eenigszins teleurgesteld door het weer van eergisteren, dat hem te laat in Rotterdam doet aankomen om de boot naar New-York te halen. Elsenhaus beweert nog tijd genoeg te hebben om de weddenschap van 5000 dollars te winnen. Zijn reis is nauwkeurig bepaald en afgebakend zoo mag hij van New-York naar Baltimore sporen.'

Toch liep het uiteindelijk goed af met de Duitser. Vanuit Rotterdam vertrok hij met de boot naar New York. Vandaar ging het per trein naar Mississippi. Hier wachtte hem nog een mars van 19 dagen naar St. Louis. De belangstelling in Friesland was zo groot geweest, dat men hem niet vergeten was (en omgekeerd): zijn aankomst werd in de krant gemeld.

,,Zu Fuss von Waldkirchen nach Rom. Von Rom nach Waldkirchen. Von Waldkirchen nach St. Louis. Weltaussutellung Amerika. Sneek.''
Dit zijn de letters, die we lezen op een groot vat, afgebeeld in de Chicago American, waarnaast het portret van ,,den man met het vat,'' die verleden zomer onze provincie doorrolde.
Elsenhaus is 25 nov. l.l. te St. Louis gearriveerd en hield zich een paar weken geleden te Chicago op. Hij heeft dus de weddenschap gewonnen, doch blijft nog een poosje doorrollen.
't Schijnt een gewoonte geworden te zijn en naar men weet is een gewoonte moeilijk af te leeren.'

Tot slot

Volgens de termen van de weddenschap had Elsenhausen de weddenschap niet gewonnen - hij was bijna twee maanden te laat - maar vermoedelijk heeft men over het hart gestreken. Elsenhaus is daarmee een van de weinige globetrotters wier begin-en eindpunt vaststaan. Zijn roem was desalniettemin, evenals al zijn collega's wereldreizigers, maar tijdelijk en zeer beperkt.

Bronnen
Leeuwarder Courant 11-08-1904; 13-08; 15-08; 16-08; 18-08; 22-08; 10-04-1905.
Nieuwsblad van Friesland 17-08-1904.
Utrechtsch Nieuwsblad 11-08-1904.
Openlucht Museum, Collectie winkelinterieurs:
http://www.openluchtmuseum.nl/en/index.php?pid=419&item=238

vrijdag 21 oktober 2011

Wereldwandelen (18): Jan Vet 'de wereld-tonroller'

Op zondag 21 oktober 1923 vertrok Jan Vet vanaf de Amsterdamse Nieuwmarkt voor een vier jaar durende tocht om de wereld van 40.000 km. Nou was dat op zich niet zo heel bijzonder meer. Wereldwandelaars waren er, inmiddels ook in Nederland, te over. Wel origineel (voor Nederlandse begrippen wel te verstaan; zie Wereldwandelen deel 19) was het idee om hierbij een ton voor zich uit te rollen. Honderden nieuwsgierigen waren dan ook samengedromd om, met name, de ton te aanschouwen 'alsof een ton iets anders is dan een ton'.

Diogenes

Vet lokte daarmee in ieder geval vergelijkingen uit met de Griekse wijsgeer Diogenes. Volgens de overlevering sliep Diogenes in Athene buiten in een regenton (al is een grote griekse amfora veel waarschijnlijker geweest) met slechts een mantel, een kom en een nap als zijn bezittingen. Hij nam waarschijnlijk de geuzennaam hond over in zijn publieke gedragingen. Diogenes geldt als een van de grondleggers van het cynisme.


[Jean-Leon Gerome, Diogenes, 1860]

Nieuwmarkt

Vet was uitgedost in een witte trui met rood-wit-blauw lint en maakte een opgewekte indruk ondanks de 40.000 K.M. die in het verschiet lagen. Wel ergerde hij zich aan het gedrang van talloze kinderen ('kleine tuig').
Samen met enige van zijn vrienden werden de nodige prentkaarten verkocht 'waarop hij afgebeeld staat in Napoleontische houding', met de aanvullende vermelding dat hij zonder geld te voet de reis om de wereld maakt. 'Controleboeken ter inzage. De opbrengst der foto's dient, om de onkosten te bestrijden.'
Wat hier precies onder 'Napoleontische houding' wordt verstaan is enigszins onduidelijk. Dit hangt af van de context van de (onbekende) foto, maar aannemelijk is het dat Vet hierop staat afgebeeld met gekruiste armen voor de borst (en wellicht een fronsende blik?).

'Wijlen Diogenes placht in een ton te kruipen, om ver van de aardsche beslommeringen, zich op deze ongewone plaats over te geven aan wijsgeerige bespiegelingen.
Vet is in zijn soort ook een wijsgeer, maar van meer practischen aanleg, want hij gebruikt zijn ton juist om de aandacht op zich te vestigen. Hij is ook niet van plan er in te kruipen, want daartoe is het vat te klein.'

Omstanders

De meningen onder het publiek over zijn onderneming waren nogal verdeeld:

- 't Is een kolossaal plan ... er zit muziek in, mompelde een der omstanders.
- Ja, c'est le ton, qui fait la musique, antwoordde een ander, maar de meesten begrepen, niet ten onrechte, niet precies wat er mee bedoeld werd.
- 't Is een reclame voor een brouwerij.
- Ja, maar dan komt hij niet door Amerika, merkte een Zeedijk-bewoner op, wiens neus de duidelijke sporen droeg van een langdurig verblijf in een niet drooggelegde stad.
- Och, hij gooit de ton, als hij buiten de stad is, in 't water, 't is allemaal Jan Klaassen, en daarom laat hij een vrouw en drie kinderen in den steek, hoorden wij zeggen.

Vertrek

Om ongeveer twee uur vertrok de wereldwandelaar nadat er eerst nog een plechtige foto was genomen, zijn ton voortrollende, over de Kloveniersburgwal en vervolgens door de Damstraat omringd door honderden, zo mogelijk enige duizenden mensen.

'Diogenes zocht, naar verteld wordt, eeuwen geleden met een lantaarntje naar verstandige menschen, en hij moest lang zoeken, naar verluidt.
Zondagmiddag leek het ons, of wij nog niet veel verder waren gekomen.'


[Caesar van Everdingen, Diogenes zoekt een echte man, 1652]


'Zoo'n nieuwerwetsche twintiger-eeuwsche Diogenes'

Het nieuws van zijn vertrek werd ook elders in de pers opgepikt.


Volgens een bericht uit de Leeuwarder Courant presenteerden vrienden van een van de beursmannen te Amsterdam hun collega - en naamgenoot van Jan Vet - hem met een kleine ton, als aanzet om daarmee te rollen. Deze kleine kinderachtigheid werd desondanks als een vrolijk moment ervaren 'in het niet florissant effectenhandel bestaan van deze tijden!'

Middelburg

De ton werd hoe dan ook niet vlak buiten Amsterdam in het water gegooid, zoals door een enkele hoofdstedeling eerder was gesuggereerd.

'Te dezer stede [Middelburg] is een adspirant-om de wereld-wandelaar geweest - ge weet, tegenwoordig heeft men hier en elders meer van die leden van het gilde van een nieuw bedrijf - die zeide de wereld te zullen rondwandelen, steeds een ton voort-trappende, zoo'n nieuwerwetsche twintiger-eeuwsche Diogenes, en door prent-briefkaarten verkoopen onderweg in zijn nobel bestaan zou trachten te voorzien.'

Of Jan Vet uiteindelijk veel verder is gekomen dan Zeeland, is onbekend.

Bronnen
Het Centrum 23-10-1923
Vlissingse Courant 27-10-1923
Middelburgsche Courant 03-11-1923
Leeuwarder Courant 03-11-1923

p.s.

De naam Diogenes heeft ook nog een bijzondere relatie tot het archiefwezen. In deze voormalige grote bunker (codenaam Diogenes) van de staf van de Derde Jachtdivisie op de Veluwe te Schaarsbergen, werd na de Tweede Wereldoorlog een hulpdepot van de Rijksarchiefdienst gevestigd met ruimte voor tientallen kilometers papier. Lees meer hierover:

http://home.kpn.nl/witie/Diogenes.htm


[De bunker Diogenes met aan de voorzijde het administratiegebouw]


[De bunker Diogenes van de oostzijde]

woensdag 12 oktober 2011

Wereldwandelen (17): het interbellum (2)

Ook in Nederland werd het wereldwandelen in de vroege jaren twintig weer voortvarend opgepakt.

Lambertus Thijs: 'den Rotterdamschen globe-trotter'

Op 16 april 1923 vertrekt deze 'kranige jongeman' uit zijn geboortestad Rotterdam. Thijs was hier geboren op 10 november 1894 als zoon van Lambertus Thijs en Hendrika Louisa Luining. Ook Rotterdam kan hiermee - na Haarlem - aanspraak maken een stad te zijn met een traditie op het punt van wereldwandelaars.
Het plan was om eerst alle provincies inclusief de Waddeneilanden, Marken, Urk en Wieringen 'zig-zag-gewijze' te doorkruizen. Zodoende kwam hij tot de geplande 2.500 K.M. voor Nederland. Op Wieringen schonk de (Duitse) ex-kroonprins hem een portret met facsimilé. Friedrich Wilhelm was een zoon van keizer Wilhelm II en het eiland Wieringen was gedurende vijf jaar van 1918 tot 1923 zijn ballingsoord.

Produktsponsoring

Zijn reis wordt mede gekenmerkt door iets anders bijzonders, iets waar in Rotterdam ook al eerder sprake van was geweest: sponsoring. In 1908 was er in het geval van Kleedermagazijn Gebr. Bervoets in de eerste plaats sprake geweest van een pure reclamestunt. Dit had nu plaatsgemaakt voor echte produktsponsoring.

'De heer Thijs loopt op flink en stevig schoeisel, hem gratis verstrekt door de firma ,,BATA'', ten doel hebbend daarvan de deugdelijkheid te beproeven en later deze schoenen te exposeeren met vermelding hoeveel K.M. er op zijn verslonden. Het hoofddoel van de reis is om later een boek te kunnen schrijven over de opgedane ervaringen, etc.'

BATA

Bata was een van oorsprong Tsjechisch bedrijf opgericht in 1894. In 1922 opende het zijn eerste winkel in Nederland te Amsterdam in de Utrechtsestraat. Medio april van datzelfde jaar werd reeds de 12e vestiging geopend te Leiden. Naar eigen zeggen liepen in korte tijd meer dan 150.000 Nederlanders op hun schoenen.


Thijs deed op zijn wandeling door Nederland alle dertien filialen aan. De wandeling was dus een doelgerichte promotie voor de Maatschappij voor Schoen- en Leder-industrie Bata (tegenwoordig Bata Industrials geheten). Bata was een progressieve onderneming: de fabrieken waren dorpen waar voor de werknemers werd gezorgd. In Nederland werd in 1933 zo'n (fabrieks)dorp gebouwd in het Noord-Brabantse Best.
De komst van Bata naar Nederland betekende, vanwege de goedkope concurrentie, eigenlijk niets minder dan een revolutie op schoenengebied. Het gevolg was een heuse crisis in deze industrietak: Nederland telde zo'n 400 fabrieken en 12.000 kleine middenstanders c.q. schoenmakers. Vanaf begin jaren dertig volgde er een soort schoenenoorlog na een mislukte campagne voor Nederlandse schoenen. De 'schoenenkoning' Thomas Bata overleed in 1932 als gevolg van een vliegtuigongeval.

Ansichten

Naast deze originele vorm van produktsponsoring voorzag Thijs tevens in zijn onderhoud door de verkoop van ansichten met zijn portret: de meer traditionele methode van wereldwandelaars. De Zierikzeesche Nieuwsbode hoopte alvast dat er hier veel van zouden worden verkocht 'om deze onderneming, waartoe veel wilskracht en doorzettingsvermogen noodig is, slagen zal.'
Thijs werd enige tijd vergezeld van Simon Ros (geb. 1890) of Simon Bosman. Op woensdag 3 mei 1923 arriveerden zij s ochtends om 11 uur bij het filiaal te Leiden in de Haarlemmerstraat 67. Dit 'schoenenmagazijn' werd van begin af aan geroemd om zijn fraaie etalage, soms ook niet gespeend van enige humor. Zo werd een jaar later gedurende de Leidse winkelweek voor een etalage-competitie een 'scharrelend' stelletje getoond onder een grote paraplu, waarvan slechts de keurige schoenen te zien waren.
De volgende morgen vertrokken 'de twee Hollandsche wereldwandelaars' om 10 uur via Haarlem naar Amsterdam. Hier zouden zij waarschijnlijk de volgende woensdag aankomen. Medio juni arriveerden ze in Leeuwarden; sinds hun vetrek hadden ze ruim 500 kilometer afgelegd. De route zou via Dokkum verder naar Groningen gaan.

1923: 'Associatie van wereldwandelaars'

Begin november 1923 arriveerden in Vlissingen drie wereldwandelaars, onder wie tevens Lambertus Thijs. Op dat moment was hij reeds 6 1/2 maand aan het tippelen en had ondertussen 2.022 kilometer afgelegd. Tussentijds had hij ook nog eens kans gezien om te trouwen: op 15 augustus 1923 huwde hij in Rotterdam met de 17-jarige Elizabeth Alblas. Een en ander verklaart waarschijnlijk tevens zijn lage gemiddelde, dat nauwelijks boven de tien kilometer per dag uitkomt. Half november was hij in Yerseke bij een kilometerstand van 2.190.

'Hij vertrok donderdag 15 Nov. van hier via Steenbergen, Roosendaal naar Breda, vanwaar hij zijn reis verder zig-zag-gewijze voort zal zetten tot Rotterdam om dan aan de eigenlijke wereldreis te beginnen, die echter per auto zal geschieden.'

Ik heb helaas geen publicatie van Thijs kunnen vinden; wel verschenen van hem wekelijkse verslagen 'in een der Friesche bladen'. Hoewel zijn plannen om per auto de wereld rond te trekken meer in de tijdgeest van toen passen, was hij op dit punt vermoedelijk te ambitieus.
En waar o waar zouden diens schoenen zijn gebleven!? Het was tenslotte de bedoeling geweest deze in één van de filialen tentoon te stellen. Liggen ze ergens in een museum of archief te versloffen of wellicht bij iemand op zolder? In Canada is overigens een heus Bata Shoe Museum.

Dirk van Thoorn en André Driessen

De twee andere heren, Dirk van Thoorn en André Driessen, waren toen reeds meer dan vier jaar onderweg. Zij hadden daarbij eerst Noord-Holland doorkruist, vandaar per boot naar Noorwegen, Zweden, Denemarken, Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, een gedeelte van Polen en vertoefden gedurende 26 dagen op de Russische steppen. Hier leefden zij slechts op water en brood en moesten hun slaapplaats in verschillende schaapskooien zoeken.
Thans waren zij enige dagen in Vlissingen alvorens naar Engeland te verschepen. Evenals vele andere wereldwandelaars, voorzagen zij in hun onderhoud door de verkoop van kaarten met hun portret.

'Het spelen van ,,wereldreiziger'' schijnt zoo zachtjes aan een beroep te worden. Er komt dus eigenlijk ook de klad al in', zo concludeerde de Vlissingse Courant daarom.

Bronnen
Gemeentearchief Rotterdam: Digitale stamboom
Nieuwe Leidsche Courant: 10-04-1922; 11-04-1922; 04-05-1923; 26-09-1924.
Leidsche Courant: 04-05-1923.
Leeuwarder Courant: 14-061-1923.
Vlissingse Courant: 03-11-1923.
Ierseksche en Toolsche Courant: 16-11-1923.

maandag 10 oktober 2011

Wereldwandelen (16): het interbellum (1)

Vanaf begin jaren twintig van de 20e eeuw werd het wereldwandelen her en der weer voortvarend opgepakt na de interruptie door de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). De doelstelling der deelnemers was misschien weinig veranderd, hun motieven en methoden werden daarentegen steeds uiteenlopender.

Gijsbertus Seurbring: 'een Hollandsche wereldwandelaar'

Gijsbertus Seurbring vertrok op 1 mei 1921 vanuit Haarlem. Deze stad had een reputatie hoog te houden wat betreft wereldwandelaars eerder in de persoon van A. Saeys (zie mijn blog over Nederlandse globetrotters).
Ruim vier jaar later kwam Seurbring in 1925 te Nairobi aan (toen Brits Oost-Afrika) ter voltooiing van het eerste deel van zijn wereldreis. Hier legde hij zijn 13e paar schoenen af nadat hij inmiddels 25.000 Engelse mijlen had afgelegd.
Dit laatste was een klein foutje van de kranten, aangezien dit de beoogde totale lengte van de wereldwandeling moet zijn geweest (ongeveer gelijkstaand aan de omtrek van de aarde). Hoe dan ook, was het nog lang niet gedaan:

'Seurbring is van plan door Afrika te trekken, dan langs de westkust naar het Noorden en langs de noordkust naar het kanaal van Suez. Vervolgens zal hij door Azië, Amerika en Engeland naar huis wandelen.'

Ook de Singapore Free Press and Mercantile Advertiser berichtte d.d. 19 juni 1925 over zijn aankomst in Nairobi. Per abuis meldde deze krant overigens dat hij op 1 mei 1911 was vertrokken.

'Seurbring is 6 ft. 6 ins. in height, speaks ten languages, and, according to his story, finds his hands his most useful asset in any "scraps" that have come his way.'

Seurbring had er pas ongeveer een kwart van de afstand op zitten: hij dacht nog ongeveer negen jaar nodig te hebben voor de rest van zijn 'tramp'. Al met al een potentiële wereldwandeling dus van maar liefst 13 jaar!
Het feit dat de Singaporese krant enige latere aankomst in Azië niet vermeldt - iets dat zij in andere gevallen wel deed - geeft enigszins te denken over het uiteindelijke lot van deze (Haarlemse?) wereldwandelaar. Vermoedelijk is hij onderweg ergens gestrand.

Werner Döbeli en Walter Jenzer

In 1922 vertrokken twee Zwitsers, Werner Döbeli en Walter Jenzer, half oktober vanuit Basel. Via de Elzas, Luxemburg, Keulen, Venlo en Gennep bereikten zij begin november Amsterdam. Vandaar wilden zij naar België doortrekken, de oversteek maken naar Engeland, Amerika enz. en zo terug naar Basel. 'De heeren leven van kaartenverkoop en bokswedstrijden.'
Dit laatste aspect was zeker nieuw, al past het in een andere traditie van rondreizende mensen om (circus)voorstellingen te geven. Döbeli was, behalve wereldwandelaar, tevens Zwitsers bokskampioen in het half middengewicht.

woensdag 22 juni 2011

Wereldwandelen (15): de jongste deelnemer

De onderneming namens Kleedingmagazijn Gebr. Bervoets uit Rotterdam in 1908, sponsor van een van de vroegste Nederlandse wereldreizen te voet (zie mijn eerdere blog over Nederlandse globetrotters), kreeg al vrijwel direct een opvallende navolging.

'De 13-jarige Theodorus M., wonende Keizerstraat alhier [Zierikzee], is in de wieg gelegd voor globe-trotter. In het begin dezer maand droste hij al voor de achtste maal uit het ouderlijk huis, nu aangelokt door den tocht van de drie wereldreizigers, die van Bervoet's kleedingmagazijn hun ,,uitstapje'' rond de wereld aanvaardden.
De jeugdige Theodorus was het trio nageloopen en heeft het vergezeld tot dicht bij de oostelijke grenzen van ons land. Onderweg maakte hij verdienstelijk voor de globe-trotters door het verkoopen van prentbriefkaarten, waarvoor de jongen dikwijls aardig duiten wist te maken. Hij werd dan ook best behandeld door de wereldreizigers en zou misschien wel meegeloopen zijn de wereld rond, als zijn oudelui er geen stokje voor hadden gestoken.

De politie was namelijk met de vlucht in kennis gesteld en Theo werd door de maréchausssées aangehouden en op transport gesteld naar Rotterdam, van Nijmegen uit. Hier aangekomen moest de bewaker - een maréchaussée - tengevolge van de lange reis, hoognoodig doen wat de kippetjes niet doen en daartoe absenteerde hij zich in een gelegenheid bij de Koningsbrug. Deze mooie kans werd door Theo niet onbenut gelaten. Hij droste weer stiekum en liet zijn maréchaussée in de misère, want na lang en vergeefs zoeken moest de man met hangende pootjes terugkeeren naar Nijmegen en daar rapport doen van het geval.

Theo was intusschen naar de Oude Plantage gevlucht en hield zich daar tot 's avonds verborgen. Om 12 uur dien avond stond de bootwerker Bart Nahuis, een buur van den jongen, op den Noordblaak, toen hij waaratjes Theo als een heer in een tram zag zitten. Bart wilde zich verdienstelijk maken tegenover de ouders van den jongen, liep de tram na, haalde haar in en bracht den vluchteling thuis. De oudelui waren wat blij, dat hun jongen terug was en gingen het met hem rapporteeren op het politie-bureau van de 1e afd.

Theo, die nog lacht om de poets, die hij den maréchaussée gebakken heeft, maar leelijk de P. in heeft als hij aan Bart denkt, die zich niet liet bedotten, zal wel spoedig probeeren opnieuw te drossen. Gaat het niet door de deur, dan maar door het raam, zooals hij het al meer geflikt heeft. Er zit een echt avontuurlijke geest in dien jongen en als moeder hem bij den pappot wil houden, zal zij hem vast dienen te binden.'

Bron
Zierikzeesche Nieuwsbode 20-06-1908

woensdag 11 mei 2011

Wereldwandelen (14): de eerste vrouw

Vrouwen lagen in de 19e eeuw deels ten grondslag aan de popularisering van de wandelsport (zie mijn eerdere bijdrage over pedestriennes). Maar wie was nu eigenlijk de eerste echte wereldwandelaarster?

'Kelsey Kids'

In juli 1911 vertrok het echtpaar Humphries uit New York voor 'a walking tour of 48.000 miles around the world in forty-eight months'. Voor wie het nog niet duidelijk was: het betrof hier inderdaad een weddenschap (in Amerika was en is men gek van getallen en statistieken, speciaal in de sport). Een niet met name genoemd blad had hen 10.000 dollar in het vooruitzicht gesteld.
Het echtpaar wordt benoemd als Mr. en Mrs. Harry Humphries oftewel de 'Kelsey Kids'. Na eerst 1.000 mijl door de Verenigde Staten, 1.500 mijl door Canada, 275 mijl door Labrador en 1.100 mijl door Newfoundland te hebben afgelegd, arriveerden ze eind november 1911 in Londen. Zijn vrouw wordt bij die gelegenheid omschreven als 'a fair, fluffy-haired woman, with a bright, laughing face'.

Maatschappelijke doelstellingen

Het verkopen van ansichten met hun portret was wederom de enig toegestane manier om geld te verdienen; andere transportmiddelen of 'rides' mochten onderweg niet worden aanvaard.

'The tour is really a test of woman's endurance, for a similar feat has never before been attempted by a woman. My wife is standing the strain of the journey splendidly. We are practically vegetarians, but sometimes we have been hardpressed for food.'

Behalve het te voet aantonen van de gelijkheid der sexe, bestond er dus ook een toenemend verband tussen wereldwandelaars en veganisme (zie eerdere blog wereldverbeteraars).

Mrs. Harry Humphries 'de koene wereldreizigster'

In de N.R.C. van 4 december 1913 staat een advertentie van de Bioscoop Americain aan de Hoogstraat 161 te Rotterdam. Aangekondigd wordt een voordracht van Mrs. Harry Humphries - met filmbeelden - 'van hare avonturen en reizen'. Gedurende vier dagen (van 5 t/m 9 december) trad ze in de bioscoop op.
Enkele dagen later trad 'de koene wereldreizigster' tevens op in de zusterbioscoop te Middelburg; in Rotterdam had zij veel succes geoogst. Na twee jaar en vier maanden had zij inmiddels 35.000 van de 48.000 K.M. afgelegd, waardoor de hoofdprijs binnen bereik leek te liggen.



De eerste wereldwandelaarster

Bijna tien jaar later, eind mei 1923, verbleef mevrouw Harry Humphries opnieuw te Rotterdam. Ze was in juli 1921 vertrokken van New York.
Na door de Verenigde Staten, Canada en Newfoundland te hebben gelopen, was ze de oceaan overgestoken. Vervolgens ging de route via Schotland, Engeland, Noorwegen, Denemarken, Zweden, Finland, Rusland, Polen, Duitsland, Nederland, België en Frankrijk. 'Het heeft haar blijkbaar niet geschaad, want ze zag er gezond en welgedaan uit.'

'Ze wil nu voor het wandelen propaganda maken en zal hier in Holland de film van haar wandeltocht in verschillende bioscooptheaters vertoonen en voorts zal ze wandelclub oprichten.
Zondagochtend zal ze met de Rotterdamsche padvinders een wandeltocht maken naar Delft, waar 's middags in de Stadsdoelen haar film draait.
Mevrouw Humphries acht het wandelen een sterk wapen tegen de tuberculose en ze is ook van oordeel, dat de wandelsport nog beter dan de danssport tegen zwaarlijvigheid weert.'

Medische doelstellingen

Tuberculose of TBC (een bateriële infectie van de luchtwegen) was de grote volksziekte van die tijd zonder medische remedie. De behandelmethode bestond vooral uit voorgeschreven rust, vaak in kuuroorden of sanatoria. Het opdoen van frisse lucht door middel van wandelen is daar natuurlijk een afgeleide van.
Met haar strijd tegen obesitas liep mevrouw Humphries hoe dan ook ver vooruit! Pas in de afgelopen jaren wordt dit steeds meer als ziekte en gevaar voor de volksgezondheid onderkend.

Bronnen
New York Times 26-11-1911
Vlissingse Courant 09/10/11-12-1913
Nieuwe Rotterdamsche Courant 04-12-1913; 30-05-1923

dinsdag 26 april 2011

Wereldwandelen (13): de langzaamste

Het wereldwandelen werd ruw onderbroken door de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Slechts een enkeling trok zich hier niets van aan; voor sommigen werd het zelfs onderdeel van het werk. Bekend is bijvoorbeeld de mobiele campagne van generaal Paul von Lettow-Vorbeck, die gedurende vier jaar door Oost-Afrika trok en vele duizenden kilometers aflegde met zijn troepenmacht. Als enige onverslagen Duitse generaal, werd hij na de oorlog als een held onthaald.

mr. C.P. Weille: 'langzaamheids-record'

Begin augustus 1921 arriveerde te Napels volgens de Idea Nazionale ene G.P. Weille die op 13 mei 1913 vanuit Den Haag was vertrokken. Zijn voetreis leidde door Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, Rusland, Klein-Azië, Brits-en Ned. Oost-Indië, China, Japan en de Verenigde Staten. Vervolgens keerde hij terug naar Europa waar hij te Bordeaux aankwam. Hij zou inmiddels 39.620 kilometer hebben afgelegd.

'De reis om de wereld in 15 jaar!'

Zoals wel vaker in de berichtgeving over wereldwandelaars stuitten we op onvolkomenheden. Op 23 augustus 1907 was vanuit Den Haag namelijk de Nederlandse advocaat mr. C.P. De Weille vertrokken voor 'een groote reis te voet'. Wellicht nog opmerkelijker was het gegeven dat hij volgens de krant deze reis ondernam met vrouw en nog jonge zoon.
Zeer waarschijnlijk gaat het hier om een en dezelfde persoon. Te Den Haag werd op 19 mei 1873 Cornelis Petrus de Weille geboren. Op 16 april 1913 trouwde hij alhier met Elizabet Jantina Johanna Lamers.
Het is goed mogelijk dat Weille in 1907 alleen is vertrokken: hij was toen 24 jaar oud. In dat geval is hij tussentijds, uiterlijk begin 1913, naar Den Haag teruggekeerd om aldaar te trouwen en vervolgens met zijn bruid opnieuw te vertrekken - mogelijk bij wijze van huwelijksreis.

Route

Medio augustus 1913 was reeds 31.319 K.M. door hem afgelegd. De route was verlopen via Nederland, Duitsland, Rusland, Turkije, Oostenrijk, Hongarije, Zwitserland, Italië, Sicilië, Sardinië, Corsica en Frankrijk. Thans verbleef hij te Nimes in preparatie voor de overtocht naar Afrika. Er stonden nog 38.681 K.M. [sic] op het programma. Dit laatste cijfer moet welhaast een drukfout zijn geweest: bedoeld werd nog ruim achtduizend kilometer.
Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in de zomer van 1914 zal zijn schema desondanks in de war hebben gegooid, ook al was het plan een jaar eerder om na Afrika door te gaan naar Brits-Indië, Nederlands-Indië, China, Japan, Amerika en Engeland. In dat geval zou hij grotendeels aan het strijdgewoel zijn ontsnapt.

'Deze globetrotter verzamelt op zijn reis gegevens, op de betrokken landen betrekking hebbend, welke gegevens hij later zal uitwerken en publiceeren. De reis gaat om een weddenschap.'

Het uitgangspunt van deze wereldwandeling was dus wederom een weddenschap, maar nu gekoppeld aan een studiereis. Verkenning en vergelijking van culturen was een vaker terugkerend motief onder wereldwandelaars, daarmee ook iets verradend van hun mogelijke socialistische inslag.

Weddenschap

Weille op zijn beurt was vermoedelijk een part-time wereldwandelaar die het zich kon veroorloven op jaarbasis enkele maanden vrij te nemen om zijn queste te voltooien. Zijn vrouw en of kind zullen hem waarschijnlijk slechts bij gelegenheid hierbij hebben begeleid.
De weddenschap moet in elk geval betrekking hebben gehad op de in de krantenkop gestelde termijn van 15 jaar: met een vertrek in 1907 en aankomst (?)te Napels in 1921, zou hij zich hier prima aan hebben gehouden. Daarentegen legde hij in de tweede periode (1913-1921) slechts ca. 8.000 kilometer af. Het totale aantal afgelegde kilometers ligt daarmee dichtbij een omtrek van de aarde met zo'n 40.000 kilometer!

Bronnen

Het Vaderland 05-08-1921
Rotterdamsch nieuwsblad 20-08-1913

donderdag 21 april 2011

Wereldwandelen (12): wereldverbeteraars

Het wereldwandelen begon in het begin van de 20e eeuw o.a. via de padvinderij steeds meer door te dringen tot de populaire cultuur. Tevens was er sprake van een duidelijke tijdgeest. Eerst was dat nog louter een hang naar avontuur, een vlucht ook uit het toenemende gereguleerde burgerlijk bestaan. Maar allengs werd dit gekoppeld aan meer vooruitstrevende, socialistische motieven: iets gaan zien van de wereld deed je niet alleen puur en alleen voor jezelf.

Cor Bruijn

In 1908 bijvoorbeeld maakte de onderwijzer Cor Bruijn (1883-1978) met zijn vrouw en acht kinderen een voetreis naar Sneek vanuit Laren; het verslag van deze reis verscheen pas in 2004. Cor Bruijn werd later een schrijver van voornamelijk streekromans en kinderboeken: pedagogie behoorde tot zijn stokpaardjes.
Het boek geeft tegelijk een fraai beeld van Nederland aan het begin van de 20e eeuw: in wezen is het dus een soort opvolger van het werk van Jacob van Lennep uit 1823.


Abraham Mossel

In 1917 verscheen het eerste, eigentijdse boek op het terrein van het wereldwandelen: dat van Abraham Mossel (1891-1944) getiteld De wereldwandelaars: een zwerftocht door Europa. Deze joodse idealist (het geloof had hij inmiddels afgezworen) vertrok, samen met twee anderen, in 1911 op negentienjarige leeftijd voor een geplande voetreis van 10 jaar.

'Het vegetarische trio'

Het gezelschap, voor de gelegenheid herdoopt tot 'het Vegetarische trio', bestond naast Mossel tevens uit Gerard Perfors (1890-1964) en Frans van der Hoorn (1886-1946). Platzak vertrokken zij op 19 juli 1911 uit Amsterdam voor een journalistieke studiereis zoals het heette.


['Het vegetarische trio' met van links naar rechts: Gerard Perfors, Frans van de Hoorn en Abraham Mossel. Coll. Joods Historisch Museum]

Wereldverbeteraars

Behalve vegetariërs, waren zij tevens geheelonthouders, atheïst, Esperantist, antikapitalist en pacifist. De zogeheten studiereis moest dan ook een reis worden van verbroedering tussen culturen. Onder invloed van de tijdgeest waren in ieder geval deze wereldwandelaars tevens een beetje wereldverbeteraars. Bij het gezelschap voegde zich later ook nog een vrouw: Marie Zwarts (1890-1962). Zij is daarmee een van de eerste wereldwandelaarsters geweest.

Reisverslagen

Van hun reistocht maakten zij voor diverse dag-en weekbladen, waaronder De Vegetarische Bode, reisverslagen; op deze wijze voorzien zij in hun levensonderhoud. Daarnaast verkopen zij ook prentbriefkaarten (zie onderstaand) met hun portretten.


De route verliep via Duitsland, de Alpen, Italië, Oostenrijk-Hongarije, de Balkanlanden, Egypte, Syrië, Libanon en Palestina. In 1913 verbleven zij een jaar lang in Palestina (deels om als dagloner schulden af te betalen). Mossel reisde alleen door naar Afrika; binnen het gezelschap waren inmiddels tevens conflicten gerezen. Vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog moest hij in 1914 terugkeren.

Bijzondere collectie

Het Joods Historisch Museum heeft een bijzondere collectie foto's, dagboeken en documenten van dit gezelschap dankzij een nalatenschap van de kleindochter van Gerard Perfors en Marie Zwarts. Bekijk een virtuele tentoonstelling:

http://www.jhm.nl/actueel/tentoonstellingen/virtueel/abraham-travels

Abraham Mossel zou later in 1925 nog een fietstocht door Spanje en Spaans-Marokko maken. In 1929 trouwde hij; inmiddels was hij gevestigd als fotograaf in Soest.

vrijdag 8 april 2011

Wereldwandelen (11): G.W. Kriesz (3)

Begin oktober 1913 hield Kriesz een tweede lezing te Rotterdam, ditmaal in de grote zaal van Tivoli.

Lezing Tivoli

Tivoli was oorspronkelijk een schouwburg (later tevens bioscoop) met een café-restaurant gelegen aan de Coolsingel. De belangstelling van de leden van de afdeling Rotterdam der Nederlandsche Reisvereeniging was zo groot, dat ook de kleine zaal erbij moest worden getrokken.
Kriesz had voor deze gelegenheid een stemmig pak aan in plaats van zijn meer gebruikelijke reiskostuum. Hoewel de tekst van papier werd voorgelezen, wijdde hij regelmatig uit en die gedeelten waarin hij geanimeerd vertelde waren verreweg de beste van zijn voordracht volgens het Rotterdams Nieuwsblad.

Toedracht weddenschap

Uit dit verhaal blijkt tevens iets meer over de toedracht van de reis. In Amerika had hij reeds 'diverse marschen van honderden kilometers' gemaakt toen een redacteur van de Denver Post hem voorstelde aan een 70-jarige grijsaard die ook een wandeling van meer dan 100 km had gemaakt. 'Als uw blad er voor betaalt dan neem ik wel aan de heele aarde om te wandelen.' Zodoende ontstond wereldwandeling nummer 1.
Op woensdag 12 november 1913 hield Kriesz 's avonds om acht uur nog een derde lezing te Rotterdam, wederom voor leden van de NRV, getiteld: 'Reisherinneringen en indrukken mijner voetreis om de wereld'. De locatie was het Gebouw voor den Werkenden Stand; dit was een soort ambachtsschool, opgericht in 1895.

'An interesting visitor': de wereldreiziger

In 1922 wordt Kriesz ('an interesting visitor') opnieuw gespot in het Verre Oosten: hij was vanuit Saigon in Hongkong aan komen lopen. Inmiddels was hij volgens de Straits Times bezig aan zijn 3e (!) wereldwandeling. Onder de kop 'A Long Walk. Two Globe Trotters Arrive At Hongkong' was de persontvangst ditmaal in elk geval stukken beter.
Ongeveer vier jaar daarvoor was hij uit Denver vertrokken; alleen het laatste gedeelte door Zuid-Europa en Zuid-Amerika was nu nog te gaan. Het bewuste krantenstuk haalt vermoedelijk de diverse tochten door elkaar: er is nl. sprake van dat er vier man uit Denver zijn vertrokken, waarvan Kriegsz nog als enige in leven is. Het bezoek van 1909 wordt eveneens gememoreerd met behulp van een document als bewijsstuk. Daarnaast had Kriesz een groot boek bij zich met daarin allerlei stempels van lokale beambten.

W.D. Schoeb

Kriesz had veel interessants te vertellen. Zo had hij op Borneo (in 1909?) zeven maanden tussen de koppensnellers gezeten en tevens een Japanner ontmoet die in de hoofden handelde. Hij was verder vol lof over de lokale behandelwijze, speciaal door de Chinezen. Geld werd nog altijd verdiend door de verkoop van prentbriefkaarten. Te Kanton werd hij vergezeld door W.D. Schoeb.

'Schoeb has also the Wanderlust. He has visited many countries and during the war served on the barque Tremad II, which was torpedoed by a German submarine.'

Hoeveel wereldwandelingen?

Het Rotterdams Jaarboekje meldt in 1928: 'de Rotterdammer G.W. Kriesz volbrengt voor de tweede maal een voetreis om de wereld.' Volgens het bovenstaande krantenbericht was dit echter reis nummer drie. In 1926 komt Kriesz in elk geval voor op de passagierslijst van de ss Johan de Witt op zijn terugweg van de Oost.

Tilburg

Begin januari 1935 is Kriesz in Tilburg. In de benedenzaal van de R.K. Werkliedenvereeniging in de Tuinstraat geeft hij een lezing tijdens de nieuwjaarsvergadering.

'Kriegsz die zich een prettig verteller toonde, is een bekende globetrotter, die werkelijk de geheele wereld heeft doorgewandeld. Alle uithoekjes van de wereld heeft hij bezocht en zelfs ondernam hij eens een verboden tocht naar het graf van ,,den held van Molokay" Pater Damiaan.'

'Eenige medailles op de borst gespeld, een groote wereldlandkaart naast zich, een boek met courantenuitknipsels op een tafel aan de andere zijde, zóó toegerust stak hij van wal.'

Met vrolijke opmerkingen vermaakte hij verder het publiek; als spreker had hij inmiddels de nodige ervaring opgedaan. Zelf in het land van de Rijzende zon gaf hij lezingen: hij was op de hoogte van verschillende talen 'en de zeer moeilijke Japansche taal kan hij eenigszins lezen en schrijven.' Tevens toonde hij een krantenpagina uit Japan met zijn portret.

Prentbriefkaarten

Interessant is tevens dat er bij deze gelegenheid wordt uitgewijd over de prentbriefkaarten. Dit was de standaardmethode van wereldwandelaars om in hun levensonderhoud te voorzien.
De kaarten waren allereerst eigenhandig vervaardigd. 'Deze kostten hemzelf 16 centen, de Japanners bijv. betaalden hem slechts 10 cent zoodat de foto's met verlies werden verkocht.' Bij de Chinezen had hij aanmerkelijk meer succes hiermee, want eentje betaalde zelfs 200 dollar.

En zo loopt Gijsbertus Willems Kriesz, een van de avontuurlijkste Rotterdammers van de 20e eeuw, de wereldgeschiedenis in en ook weer uit.

Bronnen
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië 09-01-1911
Rotterdamsch Nieuwsblad 02-10-1913
The Straits Times 11-03-1922
Rotterdams Jaarboekje 1928, p. XXVII
Nieuwe Tilburgsche Courant 08-01-1935

woensdag 6 april 2011

Wereldwandelen (10): G.W. Kriesz (2)

Kriesz verbleef in het najaar van 1913 enkele maanden in zijn geboortestad. Allereerst bracht hij een bezoek aan de redactie van het Rotterdamsch Nieuwsblad en stond hij een 'groote collectie foto's' van zijn reis af. Die werden getoond in de zogeheten Tijdingzaal (sinds 1894; van tijding of nieuws): een toonzaal in het gebouw van het RN waar de berichten werden geïllustreerd en toegelicht.

Lezing

Op maandag 25 augustus 1913 hield hij onder matige belangstelling een lezing van twee uur in de grote zaal van het Algemeen Verkooplokaal. Dit was een handelsgebouw aan de Goudsesingel waar tevens concerten en tentoonstellingen werden gehouden. Het verhaal kon uiteindelijk niet meer dan een bloemlezing zijn uit de meest spannende reisavonturen.
'Over medewerking op zijn tocht heeft hij niet te klagen gehad en hij kan er de ervaring hebben opgedaan, dat er goede menschen zijn onder alle rassen en onder alle hemelstreken.'

Amerika

Allereerst had hij geld ingezameld onder 'de cow-boys uit het Verre Westen' maar die moesten hier niets van hebben totdat een herbergierster een geestdriftige toespraak hield, waarna de dollars binnenstroomden. Het begin van de tocht over de Sierre Nevada in 1909 door 'voeten hoogen sneeuw' was al moeilijk genoeg: gedeeltelijk moest het gezelschap daardoor via de tunnels van de bergspoorweg.
Eenmaal in Californië moest een schip worden gevonden naar Hawaï. Dat lukte slechts als verstekeling in het vrachtruim omdat geen der schepen hen als werkend passagier mee wilde nemen. Een schip met een lading hooi voor Honolulu leek het geschiktst hiervoor, maar in plaats van een zachte landing belandde Kriesz bij het aftasten van het ruim in het donker op een berg steenkool.
Pas na twee dagen vertrok het schip, terwijl zij al die tijd zonder voedsel zaten. Eenmaal op volle zee kwamen de verstekelingen aan dek. Hoewel niet blij met hun aanwezigheid waar de proviand niet op was berekend, bereikte geen van een aantal ter plaatselijke verkoop meegenomen kippen van de kapitein zijn eindbestemming. Voor de vervolgpassages (o.a. naar de Filippijnen) werd telkens aan boord van een schip gewerkt.

Avonturen in China

In China ontmoette Kriesz te Anroy (Amoy) dr. Otte. Het betreft hier de Nederlands-Amerikaanse arts dr. John Abraham Otte (1861-1910) van de Amerikaanse missie, tevens oprichter en hoofd van het Hope ziekenhuis. Hij geldt als een van de grondleggers van de moderne medische wetenschap in de regio Xiamen-Fujian. Korte tijd na hun ontmoeting stierf hij op het eiland Gulangyu gedurende een pestepidemie (bekijk zijn archief).
Otte beval Kriesz aan bij een schatrijke Chinees wiens leven hij eens had gered. Na diens verhaal te hebben aangehoord, kreeg hij 500 dollar van hem. Vervolgens kreeg hij van zijn vrouwen en kinderen nog eens 600 dollar extra.
Aan de overkant van de rivier woonde diens broer. Nu had de wereldwandelaar inmiddels door dat Chinezen in gastvrijheid niet voor elkaar willen onderdoen, en hij verwachtte dan ook een flinke som geld. Na te hebben verteld dat hij ten huize van zijn broer 1.100 dollar had gekregen, hield de andere broer echter de beurs dicht onder het mom dat zijn broer genoeg had gegeven voor de hele familie.

Volksgebruiken

Te Kouton (Kanton?) verloor Kriesz bijna het leven door zijn onbekendheid met de plaatselijke volksgebruiken. Hij zag een kind in het water vallen, sprong er achteraan en bracht het (goed zwemmer als hij was) aan de wal. Daar werd hij met bamboetakken aangevallen. Gelukkig lag er een Engels oorlogsschip op de rivier waar hij aan boord kon. Met een sloep werd hij aan wal gebracht, maar zodra die terugroeide werden er stenen naar hem gegooid. Hij wist met moeite te ontkomen en vond onderdak in het Frans consulaat in de stad.
Ondertussen zag hij hoe het kind weer door zijn vader in het water werd gegooid. Op het consulaat werd uitgelegd dat Kriesz' ingrijpen als een onwelkome interventie werd gezien: als iemand in de rivier valt, dan behoort hij aan de God van de stroom toe en het zou ongeluk brengen over de hele stad als dit offer aan de rivier werd onttrokken.

Siam

De Siamezen (inwoners van het huidige Thailand) wilden de reizigers geen enkele hulp verlenen. Siam was een onafhankelijke staat en geen westerse kolonie, reden waarom het gezelschap vermoedelijk wantrouwend werd bekeken. Het gezelschap belandde onderweg zelfs ergens in een roversdorp.
Na een ogenschijnlijk vriendelijk begin, kreeg Kriesz al gauw een sabelhouw over het hoofd. Door zich te verschansen in een woning en met hun wapens en revolvers te schieten probeerden zij te ontkomen. Bij een poging tot uitval sneuvelde de Amerikaan ('een sabelhouw kloofde hem het hoofd tot aan de tanden'). Slechts de komst van een Franse patrouille uit het naburige Cambodja bracht de redding.

Nederlands-Indië

Hier verloor Kriesz zijn laatste reisgenoot (de Deen Andersen) die ziek werd en 'de wandeling' niet verder kon volhouden.' Alleen wandelde hij dwars door Borneo maar niet voor lang, 'want een Maleische schoone stal het hart van den koenen wereldreiziger en als zijn vrouw vergezelde zij hem verder op zijn tocht, terwijl zij zich - zooals gisteravond hier - verdienstelijk maakte door het verkoopen van aanzichtkaarten [sic] en portretten.'

'Wereldwandelaar af'?

De eigen lezing van Kriesz over zijn avonturen staan in schril contrast met het volgende krantenbericht van 28 februari 1911 - twee jaar eerder dus - onder de kop 'Wereldwandelaar af'.

'Men zal zich herinneren dat verleden jaar een tweede Ahasverus over Java rond tippelde, die uit Denver (U.S.A.) via de halve wereld naar Batavia was komen drentelen.
Deze heer, K. geheeten, toonde, eenmaal hier aangeland, weinig lust om zijn wandeling voort te zetten en bleef een klein jaar hier in den omtrek zwerven.
Nu is hij er van door met een meisje, dat hij te Palembang heeft geschaakt.
De Justitie verdenkt hem er bovendien van, een clandestien handelaar in vuurwapens te zijn.'

'Wandelende Jood'

De benaming Ahasverus verwijst naar de bijbelse legende van de wandelende jood, die Jezus op weg naar Golgotha geweigerd zou hebben onderdak te verlenen, en daardoor gedoemd was tot het einde der tijden over de aarde rond te zwerven.

Lanterfanters!

Kriesz' verblijf in Nederlands-Indië was al eerder dat jaar opgemerkt, evenmin weinig vleiend.

'De globetrotter Kriesz, zoo lezen we in het Nwbld. voor Palembang, vertoeft thans te Palembang, waar hij 30 Dec. een lezing over zijn avonturen hield.
Naaderhand komt zo'n doeniet in Nederland terug, schrijft over ,,Menschen en Dingen", en scheldt de Indische Pers uit ....'

In Nederlands-Indië was men het eerdere bezoek van Maurits Wagenvoort duidelijk nog niet vergeten. Die had het daarmee voor de volgende wereldwandelaars genoegzaam verpest.

Bronnen
Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië 09-01-1911; 28-02-1911
Rotterdamsch Nieuwsblad 27-08-1913

maandag 4 april 2011

Wereldwandelen (9): G.W. Kriesz (1)

Het wereldwandelen dreigde, na een voortvarende start eind 19e-begin 20e eeuw, langzaam ten onder te gaan aan zijn eigen succes.

Verdere uitwassen

'Wereldwandelaars - of meer sportief uitgedrukt ,,globe-trotters'' - zijn er in massa geweest, menschen die liefst zonder een cent op zak en soms nog met allerlei buitenissigheden onzen aardbol zouden rondwandelen - men lette op dat ,,zouden'' - en die met de noodige bombarie vertrokken of die zich reeds als overwinnaars aanstelden wanneer zij b.v. van Amsterdam of van Antwerpen hierheen gewandeld hadden, niet meer dan een stroobreed op de globe.

Maar aankomende globe-trotters, ja, Bauer das ist ganz was anderes! Daar hoort men niet zooveel van en gezien hebben we er nog nooit een. De meeste van die met veel ophef begonnen wereldwandelingen eindigden al wanneer de wandelaar in streken kwam waar men met 'n mondje-vol Fransch, Engelsch of Duitsch niet meer terecht kan en waar men wegwijzers als een luxe-artikel beschouwt.

Dan gaan de meeste wereldwandelingen als een nachtkaars uit en de moedige gevaren-trotseerder is dan al blij, wanneer hij een Hollandschen consul vindt, die hem op den trein zet huis-toe.'

G.W. Kriesz

Aldus het Rotterdamsch Nieuwsblad van 20 augustus 1913. Gelukkig was er een uitzondering op deze regel in de persoon van G.W. Kriesz.
Plaatsing in het RN plus diens langere verblijf in de Maasstad in het najaar van 1913 (waarover de volgende keer meer), doen veronderstellen dat Kriesz zelf ook een Rotterdammer is geweest. De naam komt in ieder geval voldoende voor in de Burgerlijke Stand. Hoewel er de nodige A.W.'s (Wilhelm) en H.W.'s (Wenceslaus) geboren worden in Rotterdam, desondanks geen G.W. (behalve op een later tijdstip).
Op 27 december 1905 trouwt er wel een Gijsbertus Wilhelmus Kriesz, geboren te Rotterdam, 24 jaar oud. Hij trouwt met de 19-jarige Wilhelmina Schotel. Kriesz' ouders, Henricus Wenceslaus Kriesz (geb. 1858) en Dina Raadtgever (geb. 1860), trouwen op 1 december 1880. Waarom de geboorte van hun eerste kind Gijsbertus in 1881 onvermeld blijft, is onduidelijk.

De uitdaging

Kriesz was ongeveer zeven jaar eerder (rond 1906) vanuit Nederland naar de Verenigde Staten vertrokken. Vermoedelijk is hij dus nog even snel voor zijn vertrek getrouwd. Drie jaar lang was hij daar comboy; vaardigheden hier opgedaan zouden hem later mogelijk nog goed van pas komen.
Het dagblad de Denver Post (sinds 1901) had hem op enig moment voorgesteld een wereldwandeling te maken met nog 3 anderen: de Engelsman Milligan, de Amerikaan Lindquist en de Deen Andersen.
Zij moesten zonder geld op reis gaan en onderweg hun kost verdienen met het houden van lezingen en het verkopen van prentbriefkaarten. Bedelen mochten zij niet. Bij succes zou de krant hen 40.000 dollar betalen.

Per pedes aposteloram

Het gezelschap vertrok op 5 januari 1909 uit Denver. De Engelsman stierf te Hangchow in China aan moeraskoortsen. De Amerikaan werd te Kohlak in Siam door rovers vermoord; bij deze aanval liep Kriesz zelf ook een flinke hoofdwond opliep. De Deen gaf het te Java op, waardoor de Hollander nog de enige was die overbleef.
Kriesz was aldus via Denver en Amerika, 'de Indische eilanden', Japan, China en het verdere gedeelte van Azië en Rusland doorgewandeld. Te St. Petersburg dwongen familieomstandigheden hem zijn wandeling tijdelijk te onderbreken. Per spoor reisde hij daarom terug naar Rotterdam. Hij had inmiddels, behalve het grootste gedeelte (ca. 2/3) van de tocht, tevens het moeilijkste deel achter zijn rug door de meest onherbergzame oorden.
De bedoeling was dat hij ook per spoor weer terug zou keren voor het vervolg: door Rusland, Duitsland, Luxemburg, België en Frankrijk, vervolgens het Kanaal over, van Londen naar Liverpool tippelen, varen naar New York 'en op den pootwagen op Denver aan.'

'Walk around World'

Volgens de New York Times van 7 maart 1909 was dit notabene Kriesz' tweede wereldwandeling. Diens voornaam wordt hier gegeven als Gilbert, een verbastering van Gijsbert. De eerste maal had hij 5.000 dollar gewonnen en nu ging hij voor een weddenschap van 6.000 dollar opnieuw op pad.
Hij was op 5 januari uit Denver vertrokken met John Vrolyk die te Salt Lake het ziekenhuis in moest. Aldaar ontmoette Kriesz ene Erich Welen met wie hij verder trok en begin maart San Francisco bereikte, waar zij nu in afwachting waren van een stoomboot naar Japan. Het bericht uit de NYT wijkt dus in diverse opzichten (namen reisgenoten en bedragen) af van de overige berichten.

'Tramp'

The Straits Times (de krant van Singapore) van 22 juli 1909 meldt de aankomst van Kriesz in het Verre Oosten, zij het wederom niet zonder kritiek op het fenomeen van de wereldwandelaars: 'Please Avoid Singapore. No sympathy with Trampers in these parts.' Een tramp was in goed Nederlands een vagebond of zwerver, een rondreizend persoon die bedelt, maar daarmee nog geen globetrotter of wereldwandelaar.
Het bericht was gebaseerd op nieuws uit The Japan Chronicle.
Volgens dit bericht reisde Kriesz samen met Fred G. Milligan (de eerdergenoemde naam), maar blijven de twee andere reisgenoten onvermeld. Na een wandeling van 1.800 mijl naar San Francisco, waren ze via scheepsovertochten naar Hawaï (Honolulu) en de Filippijnen (Manilla) in Nagasaki aangekomen.
Vandaar waren ze naar Kobe gewandeld. Na een stop van een week, was het de bedoeling door te gaan naar Yokohama en Tokio en vervolgens terug (naar Kobe?). De reis zou worden vervolgd door China, India en Europa. Uiterlijk voor 5 januari 1912 dienden ze terug te zijn in Denver om de prijs van 6.000 dollar te innen.

Bronnen
Rotterdamsch Nieuwsblad 20-08-1913
New York Times 07-03-1909
The Straits Times 22-07-1909

vrijdag 1 april 2011

Wereldwandelen (8): Nederlandse klaplopers of globetrotters

Het wereldwandelen had vanaf eind 19e eeuw een grote vlucht genomen. Hoewel de meesten nog steeds platzak op reis gingen, hadden zij intussen wel een methode gevonden om onderweg geld te verdienen: meestal door het verkopen van prentbriefkaarten met hun portret erop of soms het geven van lezingen. Toch was er dudelijk ook iets meer aan de hand: het wereldwandelen was een uiting geworden van een bepaalde tijdsgeest.

Verdere uitwassen

Dit blijkt onder meer uit het langzaam doorsijpelen van het fenomeen naar de populaire cultuur. In 1911 verscheen in diverse kranten een bericht over de 'uitwassen' van het wereldwandelen onder de titel 'Padvinders op 't verkeerde pad'. Het bericht werd overgenomen uit het blad Land en Volk.
In een veelbezocht ontspanningsoord aan de Leidse straatweg werden de bezoekers door een paar van hun rijwiel afgestapte padvinders aldaar een brief aangeboden. Hierin stond te lezen dat zij op rondreis gegaan geheel zonder geld en door verkoop van sluitzegels van enveloppen in hun onderhoud moesten voorzien.

'Men kent het zeer onsympathieke type der ,,reizigers om de wereld'', die door het verkoopen van prentkaarten hun kost verdienen. Een eerste ,,wereldwandelaar'' was interessant, maar spoedig werd het een sport van lager allooi.'
'Moet de padvinderij nu ook al tot dergelijke buitensporigheden leiden? Moet daar vermomde bedelarij toegelaten worden, uitgeoefend door jongens van goeden huize, gelijk de padvinders in den regel zijn? Moet op die manier karakterbederf in de hand worden gewerkt?'

Nederlands-Indië

Het inmiddels negatieve imago van de wereldwandelaar blijkt eveneens uit een stukje onder de kop 'Sint Nicolaas in Indië' uit december 1912 over de viering van Sinterklaas aldaar.

'Onmiddellijk daarna stapt een khakikleurige meneer binnen. Zu Fuss um die Welt staat op zijn jasmouw. Een wereldwandelaar!
Een ware bezoeking: de man leurt met prentbriefkaarten en torst een reusachtig album, dat zoowel te Tehuantepec in Mexico als in TromsÖ nabij de Noordpool door een politie-commissaris werd afgestempeld.
N.B.: Dergelijke albums kan men tegenwoordig huren! .....'

Maurits Wagenvoort: 'den vermaarden literator-globetrotter'

Ook Maurits Wagenvoort (1859-1944) ontsnapte niet aan het inmiddels overwegend negatieve imago van de wereldwandelaar. In de Wikipedia wordt hij als 'langdurig reizend verslaggever' genoemd van het Algemeen Handelsblad, maar volgens een krantenbericht uit maart 1911 kon dat ook anders worden geïnterpreteerd.

'Twee jaren lang is Maurits Wagenvoort, als een prentbriefkaart-verkoopende wereldwandelaar hier in Indie blijven rondboemelen.
Daarna is hij, via het Tanganyika-Gebergte, voorbij Teheran, en Philadelphia naar Amersfoort getogen, en heeft een grooten mond opgezet tegen de menschen hier, die van zijn kleverige Joden-drukte niets moesten hebben.
In Nederland ziet men den domoor voor vol aan, in Nederland heeft men den onwetenden blaaskaak zoowaar opgenomen onder de medewerkers van het ,,standaard'' (!) werk Nederlandsch-Indie, onder de auspiciën van Minister Colijn uitgegeven.'

Jan de Groot

Begin oktober 1912 was Jan de Groot klaar voor zijn wereldreis te voet. Deze Amsterdammer had in zijn leven al van alles bij de hand gehad: als visser, in de kolenmijnen, op grote (oceaan?)stomers, als gids aan de Gare du Nord te Parijs. Ook had hij de Transvaalse Oorlog (Boerenoorlog) meegemaakt en in Egypte had hij aan een karavaan deelgenomen. Behalve zeer avontuurlijk ingesteld, kenmerkte hij zich 'als een guitig en prettig verteller.'
Daarnaast was hij lid van de loge Broedergetrouw van de I.O.G.T (International Order of the Good Templars), die de geheelonthouding voorstond. Geheelonthouding was eind 19e-begin 20e eeuw een grote maatschappelijke beweging. Dit was dan ook tevens het maatschappelijke doel van zijn wereldreis.
Daarmee vond De Groot het wereldwandelen in zekere zin opnieuw uit. Het maatschappelijke aspect ervan, als doel op zich, zou pas later in de 20e eeuw worden onderkend. 'Op de ansichten, door hem te koop aangeboden, wordt het lidmaatschap van I.O.G.T. aangeduid.'

De Groot reisde bovendien in Marker kostuum vanwege de excentriciteit, zoals hij zelf ook toegaf, afgekleed met een sjerp in de nationale kleuren.


[Man in Marker kostuum: Coll. Zuiderzee Museum]

Nadat hij op 21 augustus in Marken was begonnen, was hij de volgende dag te Edam en de dag daarna in Purmerend. Op 3 oktober arriveerde hij te Tilburg via Eindhoven. Vandaar ging het in de namiddag van 4 oktober verder naar Breda en België.
De beoogde route leidde door België, Frankrijk en naar Engeland. Vervolgens via Spanje, Italië, Duitsland, Zwitserland, Tirol, Oostenrijk-Hongarije, Afrika, Perzië, Australië en Noord-en Zuid-Amerika. De reis zou maar liefst 10 jaar gaan duren.

'Uit het reglement blijkt, dat de geheele aarde te voet moet worden afgelegd en dat geen gebruik mag gemaakt worden van spoor, tram, rijtuig of welk voertuig dan ook. Boot of schip mogen alleen dienen om er een zee mede over te steken.
Zonder cent op zak is de reis aangevangen en met den verkoop van ansichtkaarten zal hij in z'n onderhoud mogen voorzien. Alcoholhoudende dranken mag hij noch drinken, schenken noch aanbieden. Tabak mag hij gebruiken.
Het laatste artikel zegt: Slechts in Amerika moet hij klompen dragen.'

woensdag 30 maart 2011

Wereldwandelen (7): Nederlandse globetrotters

Na de eerste hausse van met name Franse wereldwandelaars (zie vorige blog), raakte ook Nederland in het eerste decennium van de 20e eeuw steeds meer in de ban van dit nieuwe fenomeen.

A. Saeys: 'een Haerlemsch wereldwandelaar'

In de New York Herald verscheen halverwege juni 1909 een bericht over een Nederlandse wereldwandelaar genaamd Saeys, die was geïnterviewd in Aden, dat vervolgens werd overgenomen in de Nederlandse pers. Het bleek bij nader inzien te gaan om de uit Haarlem afkomstige zoon van J.B.A. Saeys, het hoofd van een plaatselijke school.
De jonge Saeys - hij was 26 in 1910 - was niet om een weddenschap aan zijn grote voetreis begonnen 'maar uit lust om de wereld te zien'. In november 1906 was hij uit Amsterdam vertrokken samen met dr. Belink, op wiens voorstel de reis was aangevangen. Te Parijs aangekomen, werd deze zo ernstig ziek dat hij terug moest keren naar Amsterdam. Er werd een contract afgesloten voor 50.000 gulden om de reis te voltooien binnen 6 jaar en volgens een vastgestelde route (dit klinkt overigens verdacht veel als een weddenschap).

Een tijdlang had hij de tocht samen met een broer en nog iemand anders gedaan; het gezelschap was in Syrië of Egypte echter weer van elkaar gescheiden. 'De Haarlemsche wereldwandelaar' arriveerde medio november 1909 in Penang na een gedeelte van Europa, Amerika en Afrika te hebben 'afgewerkt'. 'Engels-Indië' was ook al achter de rug, en nu was Java aan de beurt.

'Hij neemt nergens een gids mee, met kaarten en kompas vindt hij zijn weg. Hij legt gemiddeld 40 a 60 K.M. per dag af. Hij is zonder een cent op zak vertrokken uit Nederland en moet de kost vinden door het houden van lezingen en den verkoop van photographieën, waarop hij zelf is afgebeeld. Hij laat zijn passage door plaatsen, waar een of ander officieel persoon te vinden is, door dezen in zijn reisboek door een bewijs afteekenen met de verklaring, dat hij werkelijk te voet gepasseerd is.'

In maart 1910 stond aangekondigd dat hij in de Bierhal te Soerabaja een lezing zou geven over zijn lotgevallen. Saeys werd ruim twee jaar later in april 1912 als behoeftige vanuit Nederlands-Indië naar Nederland teruggestuurd. Dit was extra vermeldenswaardig omdat de categorie behoeftigen - 'zij die op kosten van den lande geëxpedieerd worden' - almaar aan het toenemen was. Was zijn reis (en daarmee de kans op de hoofdprijs) wellicht definitief ten einde gekomen?

Joh. Duynstee: 'de Rotterdamsche globetrotter'

Joh. Duynstee was verslaggever van het weekblad De Sport en Rotterdammer. In 1907 wilde hij in vier jaar een voetreis door Europa afleggen. Zijn plan was om eerst in Nederland in 50 dagen 1.500 km af te leggen bij wijze van oefening. Naast alle provinciale hoofdsteden, wilde hij tevens 250 gemeenten bezoeken. Indien hij in deze opzet slaagde, was hij van plan een voetreis door Europa te ondernemen van 30.000 km 'ten einde alle landen van Europa te bezoeken'.
Hij vertrok op 8 augustus uit Rotterdam. Onderweg werd van elke doortocht aantekening gemaakt 'in een daarvoor bij hem bevindend boekje, bevattende de namen der plaatsen, de afdrukken der stempels en onderteekening van den burgemeester of diens plaatsvervanger.'

'Zijn doel met deze reis is om zonder eenig geld en uitsluitend levende van den verkoop van ansichtkaarten gegevens te verzamelen om deze in een boek samen te vatten voor eenige sportbladen in Nederland.'

Volgens de Vlissingse Courant vertrokken op 24 augustus 1907 twee ongenoemde personen uit Den Haag 'die zich voorstellen een voetreis rond de wereld te maken.' De week daarvoor was volgens de krant te Leeuwarden ook al een wereldwandelaar gearriveerd. 'Deze loopt 30 K.M. daags en denkt in vier jaar zijn reis te kunnen volbrengen.' Dit betrof ongetwijfeld Joh. Duynstee.

J. Blitz e.a.

Op 4 oktober 1907 vertrok dhr. J. Blitz uit Amsterdam samen met Fred. Gedeking, J. v.d. Abeele en A. van Oostrum voor een voetreis van acht jaar. De reisgenoten hadden geen geld bij zich: met de verkoop van prentbriefkaarten moesten ze in hun onderhoud voorzien.
Blitz arriveerde op 25 april 1908 te Vlissingen nadat hij reeds Duitsland en Rusland had bezocht; te Warschau was hij echter ziek geworden en moest hij terug naar Amsterdam. De andere drie vervolgden hun reis door Oostenrijk en Zwitserland en waren tegelijkertijd te Brugge, waar het gezelschap weer herenigd zou gaan worden.

Kledingmagazijn Bervoets


In 1908 vertrokken er drie wereldwandelaars vanuit Rotterdam. Bij wijze van reclamestunt werden zij gesponsord door 'Kleedermagazijn Gebrs. Bervoets'. Deze firma had reeds winkels in Zwolle, Sneek, Apeldoorn en Kampen toen in 1906 het vijfde filiaal in Rotterdam werd geopend.

'In de Heerenstraat tegenover de Jonker Fransstraat hebben zij voor hunne inrichtingen voor Heeren- en Jongeheerenkleeding en Mode-Artikelen naar Amerikaanschen grondslag een gebouw opgetrokken, een waar paleis, hetwelk een sieraad voor dit stadsgedeelte mag genoemd worden.'

De drie mannen waren R. Bergman, Leo Riedje en Jan Nieuwkoop en één van hen had een houten been. 'Zij dragen een blauwen bandelier met op de borst in witte letters bij no. 1 Wereldreis, no.2 met, en no.3 Bervoets-kleederen. Als nationaal herkenningsteken droegen zij nog een rood, wit en blauw lint om de arm en om de pet.'
De beoogde route was: Kleef, Mainz, München, Wenen, Boedapest, Boekarest, Yokohama en San Francisco. Door een sportliefhebber was een premie van 6.000 gulden uitgeloofd bij volbrenging van de tocht.

Op maandag 1 juni 1908 's ochtends om 10 uur vertrokken zij bij het magazijn. 'Bij hun vertrek hedenmorgen uit Rotterdam was zoo'n groote menigte tegenwoordig, dat de politie het terrein moest afzetten.' De volgende ochtend rond 12 uur arriveerden zij in de gemeente Alphen, alwaar zij hun pas door de burgemeester lieten tekenen. Vervolgens trokken zij weer verder in de richting van Bodegraven.
'Zij zijn zonder geld vertrokken, en zullen trachten den kost te verdienen met den verkoop van prentbriefkaarten, 't maken van muziek, kunsten, enz. De reis zal, naar men schat, 4 à 5 jaar duren.' Evenals met zovele wereldwandelaars, verdwijnen zij daarna in het niet.

Stunt of weddenschap?

Dit idee van een reclamestunt was mogelijk ontleend aan het volgende vreemde voorval. Op Nieuwjaarsdag 1908 begon in Londen ook iemand aan een wereldreis. Zijn naam was geheim, maar met een Amerikaanse miljonair had hij afgesproken om met een ijzeren helm op en een kinderwagen voortduwend de wereld om te wandelen. Onderweg zou hij zijn geld moeten verdienen met de verkoop van prenten en geschriften. Te Londen wekte de vreemde verschijning in ieder geval veel bekijks, maar vermoedelijk ging het om een bijzondere weddenschap of stunt.

"Roode Karel"

Op 16 februari 1910 heeft het Leidsch Dagblad het volgende item over de wereldwandelaar "Roode Karel" die met een blok aan zijn been van 25 pond bij wijze van een weddenschap van Amsterdam naar Parijs en vice versa loopt:



Berichten als zou hij te Dordrecht reeds zijn blijven steken, bleken bij nader inzien onjuist. Op 21 april 1910 kwam het bericht dat hij 'in goeden welstand' Brussel had bereikt en van plan was door te gaan naar Parijs.

C.K. Aben en J. Holstein: 'Twee Hollandsche globetrotters'

De Vlissingse Courant ontving eind januari 1910 een prentbriefkaart uit Hansweert met daarop het portret van twee wereldwandelaars: de Nederlanders C.K. Aben en J. Holstein 'die een voetreis om de wereld gaan maken, alleen levende van den verkoop van prentbriefkaarten.' Dit was de klassieke methode, weten we inmiddels.
Aben en Holstein waren op maandag 24 januari uit Breda vertrokken, vermoedelijk hun woonplaats. Zij waren herkenbaar aan een band rond hun arm met de kleuren rood, wit en blauw. Vanuit Vlissingen zouden zij naar Engeland oversteken.

Holzapfel

Op 21 april 1910 arriveerde in Amsterdam ene Holzapfel die een half jaar eerder op 19 oktober uit Frankfort a/Main was vertrokken. In drie jaar tijd wilde hij een voetreis maken, waarvoor hij 60.000 mark zou ontvangen door verschillende Duitse clubs bijeengebracht. Hij voorzag in zijn levensonderhoud door de verkoop van prentbriefkaarten.
Holzapfel was van beroep kelner en had twee jaar bij de Duitse infanterie gediend. Hij had een marsboek bij zich dat in Nederland door verscheidene politiebureau's was gestempeld. Tevens had hij 62 pond bagage mee. De gehele route bedroeg 42.000 km; daarvan had hij er in 172 dagen inmiddels 7.300 verslonden.

Bronnen
Regionaal Archief Leiden, Krantenbank
Krantenbank Zeeland
Groene Hart Archieven, Krantenbank
Koninklijke Bibliotheek, Historische Kranten

Nawoord
Dit blog is met Pasen 2011 (en op 27 april) aanzienlijk herzien op de onderdelen A. Saeys, Joh. Duynstee, Aben en Holstein en Kledingmagazijn Bervoets.

dinsdag 29 maart 2011

Wereldwandelen (6): globetrotters of klaplopers?

Eenmaal eind 19e eeuw begonnen, werd het wereldwandelen al snel een rage in het eerste decennium van een nieuwe eeuw. Prijzengeld, vermoedelijk uitgeloofd door kranten (evenals bij andere ontdekkingsreizen), lijkt daarbij aanvankelijk het voornaamste motief te zijn geweest.

J.H. Escalle

Onder de weinig vleiende kop 'Alweer twee Fransche wereldwandelaars' (met vermoedelijk de nadruk op de laatste twee woorden), arriveerden op 19 januari 1904 te Amsterdam F. Censigny en J.H. Escalle.
Zij waren twee van maar liefst 24 (of 28) personen die in februari 1899 Parijs hadden verlaten om te voet een reis rond de wereld te maken. Dit was de inzet van een wedstrijd waarbij de eerste prijs 29.000 frs. bedroeg, de tweede 15.000, de derde 12.000 en de vierde 10.000.
Ze hadden boeken bij zich met verklaringen van personen waaruit bleek dat zij reeds naar Afrika waren geweest en een deel van Azië (China) en verscheidene landen van Midden-Europa. Ter goedmaking van hun reiskosten verkochten zij briefkaarten met hun portretten. Dit zou voortaan de standaardmethode van wereldwandelaars worden om te overleven. In sommige landen gaven zij ook voordrachten over hun reisontmoetingen.

Twee dagen later kwam Escalle alleen te Utrecht aan. Hij was van plan om via Arnhem naar Hamburg te gaan en aldaar in te schepen voor Amerika. Inmiddels had hij echter een oogziekte opgelopen, hetgeen hem belette 'conférences' te houden. Hij was namelijk zonder een cent op zak op reis gegaan 'en dat maakt de zaak niet gemakkelijk voor hem.' Censigny beoefende op zijn beurt de glasschilderkunst.

Raoul de Gruard en Laurent Revel

Deze twee wereldwandelaars bezochten medio maart 1904 Vlissingen. Gruard verbleef in hotel Britannia. In een geplande bijeenkomst zou hij mededelingen doen over zijn meest interessante lotgevallen tot nog toe.
Revel zou daarentegen alvast naar Oostende vertrekken en daar zijn vriend ontmoeten. Vandaar zouden zij gezamenlijk naar Antwerpen lopen en dan met een der boten van de Red Star Line naar Amerika vertrekken, met als eerste bestemming New York.

Echtpaar De Gruard

Gruard was op 17 mei 1896 uit Parijs vertrokken met tien stuiver op zak. Samen met zijn vrouw ging hij een weddenschap van een reis om de wereld aan. Tien jaar lang trokken ze van land tot land levende van de opbrengst van geschilderde porseleinen bordjes of op verschillende plaatsen van hun visvangst. In Marokko werden ze tijdens de jaarwisseling van 1904/5 een aantal dagen gevangen gehouden door de pretendent te Oesjda.
Medio juli 1906 arriveerden ze vanuit Nouzon in België. Te Bonan moesten ze een nacht in het bos doorbrengen. Begin september zouden ze naar Parijs gaan om een lezing te houden.

'Van de vele globetrotters, die zich voornemen een reis om de wereld te doen, zijn er zoo weinig die slagen, dat het geval van het echtpaar De Gruard wel de vermelding waard is.'

Louis Regal

Begin 1904 was volgens Het Nieuws van den dag de franse 'schilder-wereldwandelaar' Louis Regal te Amsterdam aan het werk. In de bar Orpheus (Ferd. Bolstraat 52) was hij de zaal aan het beschilderen. Vermoedelijk maakte hij ook deel uit van het gezelschap dat in 1899 was vertrokken.

Chr. Koer

Dat jaar zag ook nog Chr. Koer in actie. Hij kon 5.000 gulden winnen met een voetreis in 9 maanden tijd heen en terug naar Braïla aan de Zwarte Zee, mits hij alleen in zijn onderhoud voorzag door de verkoop van prentbriefkaarten.

'Zijn reis was tot heden niet zeer voorspoedig, vlotte althans niet erg. Maar 't is den >globe-trotter" misschien er om te doen, juiste indrukken mee te nemen en te verwerken en dan moet men niet te vluchtig wezen op zijn reis.'

Via Arnhem vertrok hij naar Zutphen om dan over Rheine en Hannover zijn weg naar Berlijn te vervolgen.

Alexander Kaufmann

Op 1 januari 1906 vertrok Alexander Kaufmann vanuit Keulen. Er was een prijs uitgeloofd van 80.000 mark voor een reis om de wereld te voet te voltooien binnen acht jaar tijd.
Hij voorzag in zijn behoefte door prentbriefkaarten te verkopen. Anderhalf jaar later, eind juli 1907, had hij het vasteland van Europa afgekuierd en zat inmiddels te Londen.

G. en W. van der Hoeven en F. Miga

Op donderdagochtend 11 januari 1906 zouden vanuit Den Haag G. van der Hoeven, W. van der Hoeven (waarschijnlijk broers) en F. Miga (alledrie Hagenaars) vertrekken voor een voetreis om de wereld. De methode van het verkopen van prentbriefkaarten met hun portret om in hun levensonderhoud te voorzien, gold ook voor deze Hagenezen.
'Reeds velen hebben we zien gaan, nog nooit een zien terugkeeren na volbrachte taak', aldus Het Nieuws van den dag. Dit gold waarschijnlijk voor de meeste wereldwandelaars.

J.H.A. Andriessen en P. Kramer

Meer serieus was de deelname later dat jaar van de heren Andriessen en Kramer die beide lid waren van A.S.C. Olympia te Amsterdam. Het aanvankelijke plan was om naar Athene te lopen, alwaar Andriessen aan de Olympische Spelen deel zou gaan nemen. Tussentijds werd het plan opgevat na afloop van de spelen, waarvan Kramer een verslag zou schrijven, een wereldreis te voet te maken.
Hun vertrek stond gepland voor zondag 25 februari 's morgens om tien uur uit Hotel Novum in de Kalverstraat; zij hoopten over acht jaar weer terug te zijn. 'De marsch is van hier over Utrecht, Nijmegen naar Duitschland en dan verder.' Olympianen werd opgeroepen allen present te zijn om hen toe te juichen. Als nadere bijzonderheid werd nog vermeld dat Andriessen 56 km in 5 1/4 uur wist af te leggen en zijn kompaan 85 km per dag.

Die zondag zag het zwart van de mensen in het zaaltje van lunchroom [sic] Novum. 'Beiden zagen er flink uit in hun Manchester pakken.' Verder hadden zij een ransel op de rug en een stevige stok in de hand. Secretaris Henri Th.R. Overduin van Olympia deed 'de jeugdige leden' uitgeleidde. Buiten sneeuwde het hard, maar dit kon de stemming niet drukken: op straat zag het zwart van de mensen. Een aantal vrienden en bekenden begeleidde 'de globe-trotters' tot buiten de gemeente.

Op 15 maart 1906 schreven zij vanuit Mühlhausen aan secretaris Overduin dat de reis voorspoedig verliep en zij nog steeds vol goede moed waren. Wel hadden zij onderweg met slecht weer te kampen gehad. Die dag zouden zij vertrekken naar Leipzig.
Begin mei wist een krant te melden dat Andriessen een ongeluk was overkomen nabij Presburg te Hongarije, ten gevolge waarvan hij in het ziekenhuis lag. Piet Kramer wandelde intussen verder; Andriessen zou hem na zijn herstel per spoor of boot proberen in te halen.

Jampiceni en Loth

Op 24 oktober 1906 arriveerden in de middag op het kantoor van de Nieuwe Tilburgsche Courant twee bijzondere uitgedoste personen die daarom veel bekijks trokken. Het ging om Ettore Jampiceni uit Venetië (Camp[i]one Italiane Pedestre) en Raul Gatti Loth uit Montreuil (champion pedestre).
'Om het lijf hadden zij sjerpen in de Italiaansche en Fransche driekleur, hun borst was versierd met een zeer groot aantal medailles enz. terwijl zij geschoeid waren als voetballers.' In 1903 hadden zij een weddenschap aangenomen om in 7 jaar tijd een voetreis om de wereld te maken.

Bronnen
Regionaal Archief Leiden, Krantenbank
Krantenbank Zeeland
Groene Hart Archieven, Krantenbank
Koninklijke Bibliotheek, Historische Kranten

maandag 28 maart 2011

Wereldwandelen (5): globetrotters of klaplopers?

Volgens de richtlijnen neergelegd in het Guinness Book of Records in maart 2007 is er nog altijd geen officieel erkende wereldwandelaar, ondanks vele manmoedige pogingen daartoe sinds eind 19e eeuw (zie deze en volgende blogs). De wereldwandelaar dient minimaal 36.787, 559 kilometer te hebben afgelegd (de doorsnede van de Kreeftskeerkring) plus aan enkele technische voorwaarden inzake het wandelen zelf te voldoen.

De wereldreis

Het maken van een wereldreis was lange tijd exclusief verbonden aan ontdekkingsreizen over zee. De eerste geslaagde poging was die van Fernando Magelhaes van 1519-1522. Francis Drake (1577-80) en Olivier van Noort (1598-1601) waren slechts de eersten die in Magelhaes' voetsporen volgden.

Jules Verne

Het boek van Jules Verne Reis rond de wereld in 80 dagen uit 1873 maakte de wereldreis tot het uitgangspunt van een spannende race. Verne's fictieve record werd overigens al in 1890 verslagen door een vrouwelijke verslaggeefster: 72 dagen en een beetje. Nadien zouden technische verbeteringen de reistijd sterk doen reduceren (zie de volgende grafiek).



Wereldreis te voet

Een rondreis om de wereld kwam in de tweede helft van de 19e eeuw steeds dichterbij door enerzijds betere vervoersmiddelen en anderzijds door de ontwikkeling van het toerisme (door mensen als Thomas Cook, bedenker van de 'packaged holiday'). Delen van de wereld waren inmiddels continentsgewijs ook al te voet verkend, al dan niet door echte ontdekkingsreizigers. Het maken van een wereldreis was natuurlijk wel iets voor louter gefortuneerde mensen zoals Dudok de Wit.
Nu was het nog slechts een kwestie van tijd voordat iemand op het idee kwam een wereldreis te voet te maken. In de komende blogs zullen een aantal wereldwandelaars de revue passeren, naar wier verdere handel en wandel (nog) geen onderzoek is gedaan.

De eersten?

In 1898 arriveerden drie niet nader genoemde wereldwandelaars in Leiden. Zij gingen naar het postkantoor om daar brieven af te halen, welke er - poste restante - voor hen uit Parijs gereed lagen.

Otto Giers en A. Muddist

Op 31 juli (of 1 augustus 1899) vertrokken twee mannen vanuit Amsterdam. De beide ,,wereld-wandelaars'', Otto Giers en A. Muddist, arriveerden de volgende zondag te Keulen. De 224 km afstand hadden zij in ruim vijf dagen afgelegd. Het gemiddelde van 44 km per dag werd vanwege de warmte als een hele prestatie gezien.
Op dinsdag 12 september kwamen zij reeds te Venetië aan. In 44 dagen en precies volgens route, hadden zij de reis afgelegd: door Nederland, Duitsland (langs de Rijn), het Badische Schwarzwald en via Zwitserland 'over eenige van de hoogste bergreuzen'. Op 14 november arriveerden zij in Belgrado. Vanuit Brod in Hongarije stuurden zij een mooie briefkaart aan Het nieuws van den dag (Amsterdam).

Philogène Viardin: de 'walking poet'

Volgens de Rijnbode van 13 november 1901 nam het aantal wereldwandelaars toe 'en allen doen de reis zonder geld, dus door vragen van giften.' Op zaterdagmiddag arriveerde Philogène Viardin per trein in Arnhem vanuit Zutphen. De kop van het krantenbericht luidde daarom licht ironisch: 'Een voetreiziger .... per trein'.
Hij werd omschreven als 'een vrij schunnig gekleed man'. Op zijn rug droeg hij een plakkaart, met daarop geschreven 'Durch die Welt zu Fuss'. Bij de registratie op het politiebureau vertelde hij dat hij op 14 oktober vanuit Hyères in Zuid-Frankrijk was vertrokken om zoveel mogelijk te voet een reis om de wereld te maken. In de middag vertrok hij met de trein van 16.34 naar Rotterdam en vandaar naar New York.
Op woensdagavond 27 november arriveerde deze 'Parijse wandelaar' op de burelen van het Utrechts Nieuwsblad. Met een inmiddels te Parijs wonende Amerikaan had hij gewed binnen vijf jaar zonder een cent op zak een reis om de wereld te maken. De inzet van de Amerikaan was 20.000 frs; die van hemzelf niets: hij had in die zin dus ook niets te verliezen. Hij was ditmaal (!) vanuit Engeland aangekomen. 'Over de behandeling in het perfide Albion had hij wel reden tot klagen', een opmerking overigens die zeer past in het (toenmalige) wederzijdse culturele beeld.
Behalve de goede behandeling in Nederland, was er een speciaal woord van dank wegens de ontvangst van 'onzen eersten sport-man' (Dudok de Wit). In een register liet hij alle uitgevers van bladen, sportmannen, consuls enz. tekenen als bewijs voor zijn verblijven. In Utrecht nam hij zijn intrek in het hotel de l'Europe als gast van de directie. De reis zou, wederom, worden voortgezet naar Amerika.

Viardin komt eerder voor in een nummer van The Catholic World. In 1900 bezocht hij het zogeheten Hospitalité de Nuit (nachtopvang voor zwervers e.d.) te Parijs in de Rue de Tocqueville. Hij wordt omschreven als de 'walking poet', wiens ambitie het was de wereld rond te wandelen in 2 jaar tijd.

Charles Millot

In 1902 vertrok ene Charles Millot vanuit Parijs zonder een cent op zak. Medio juni was hij gevorderd tot Amsterdam op zijn weg naar Indië, China enz. Op 18 juni maakte hij zijn opwachting op het bureel van het ,,Hbl". 'Het nut dezer voetreizen is nog niet vastgesteld', zo eindigt het krantenbericht.
Maar misschien hadden dergelijke reizen ook wel helemaal geen nut en was dit het begin van een nieuw fenomeen, een uiting ook van de onrustige tijdgeest (de wandervögel). 'Globetrotters zijn wereldreizigers, die er op uit trekken om voor een langere periode de wereld te verkennen' aldus de huidige definitie van een website voor reisverzekeringen.

Hanz Holzer: van beroep wereldwandelaar

Vanwege het verblijf van de Zuid-Afrikaanse president Paul Kruger in ons land in 1902 besloot Hans Holzer die zomer vanuit Wenen naar Utrecht te lopen. De reis werd samen met een andere wandelaar, Hanz Leder, aangevangen maar die was te Linz reeds achtergebleven omdat hij niet verder kon.
Holzer was daarna 'onvermoeid en met taaie volharding' doorgelopen via Passau, Regensburg, Neurenberg, Wurtemberg, Frankfort a/Main, Coblenz, Keulen, Dusseldorf totdat hij eindelijk na 31 dagen over Venlo, Den Bosch en Zaltbommel medio augustus de stad Utrecht bereikte. Dit kwam neer op een gemiddelde van 70 km per dag. Aangezien Holzer 'een geducht looper' was, iets dat onder meer bleek uit een schare medailles, behoefde hieraan niet te worden getwijfeld.
De president kreeg hij in eerste instantie niet te spreken toen hij zich 20 augustus om 's middags 4 uur op 'Oranjelust' aandiende; die was te vermoeid. Wel kreeg hij later in 'Hotel de Pays-Bas' enige generaals te spreken, waaronder Louis Botha die het aangeboden album met handtekeningen in ontvangst nam. Indien hij de volgende dag de president niet te spreken zou krijgen, zou Holzer weer te voet naar Wenen terugkeren.

De eerste uitwassen: 1903

'Een Roemeniër die zich uitgaf voor wereldwandelaar, was gastvrij opgenomen in het huis van een inwoner te 's-Gravenhage. Uit dankbaarheid daarvoor stal hij uit een der zakken van zijn gastheer eenig papieren geld. Hij hervatte daarop zijn beroep en ging weder wandelen. Van den diefstal is aangifte gedaan bij de politie.'

Bronnen
Regionaal Archief Leiden, Krantenbank
Krantenbank Zeeland
Groene Hart Archieven, Krantenbank
Koninklijke Bibliotheek, Historische Kranten