Zoeken in deze blog

Translate

Posts tonen met het label openbaarheid van bestuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label openbaarheid van bestuur. Alle posts tonen

donderdag 18 oktober 2012

De politieke neutraliteit van prins Charles

De Engelse krant The Guardian heeft tevergeefs geprobeerd brieven van prins Charles uit 2004-5 geopenbaard te krijgen. De Britse kroonprins is uit hoofde van zijn functie als kroonprins vooralsnog politiek immuun verklaard.

Summary

The strenuous efforts of the Guardian newspaper to release confidential letters by Prince Charles written to several ministers, although earlier upheld by the Information Tribunal, has been blocked by the Attorney-General. He believes this would damage the "political neutrality" of The Prince of Wales and potentially hamper his role as future king. 

Kroonprinsenleed



De term kroonprinsenleed wordt in Nederland over het algemeen gereserveerd voor de (mislukte) opvolging als leider binnen de fracties van politieke partijen. Machtswisselingen in de politiek gaan vaak gepaard met het vastklampen aan de macht door zittende leiders, die maar geen afscheid willen of kunnen nemen. Ed van Thijn schreef er in 2008 een boek over.



Het echte leed van kroonprinsen zit hem vooral in het lange wachten. Dat geldt in het bijzonder voor de Britse kroonprins Charles.

'Till death do us part'


Charles, inmiddels al weer 64, is de directe troonopvolger in het geval van het overlijden van koningin Elizabeth II. Zijn moeder is inmiddels koningin sinds het jaar 1952; een eeuwigheid dus. Een imposante lijst op wikipedia leert overigens dat zij daarmee nog niet eens de top-50 aller tijden haalt! Wel staat zij voorlopig op plaats twee van nog levende monarchen.
In Groot-Brittannië heerst de absolute traditie dat de monarch door blijft gaan tot de dood er op volgt. Nog mooier in dat opzicht is het verhaal (feit) dat het overlijden van koning George VI in 1936 met een injectie ietwat werd versneld om de eerste ochtendeditie van The Times te halen i.p.v. in de avondpers!

Populariteit


De populariteit van Charles heeft pieken en dalen gekend. Al vaker is gesuggereerd dat Charles direct plaats dient te maken voor zijn oudste zoon, de veel populairdere prins William, maar dat zou onconstitutioneel zijn.
Met name in de jaren negentig ging de kroonprins door een moeilijke fase mede vanwege de overweldigende aandacht in de media voor zijn vrouw.
Sinds zijn tweede huwelijk in 2005 is de algemene opinie dat hij evenwichtiger is geworden. Critici beweren desondanks dat een van de redenen voor het lange aanblijven van diens moeder zijn eigen ongeschiktheid is.

Interesses


De prins heeft enkele 'pet projects', dat wil zeggen dat hij op sommige terreinen als het milieu, tuinieren en architectuur er sterke opinies op nahoudt. Biologisch en duurzaam zijn onder meer enkele van zijn steekwoorden. Veel van zijn ideëen probeert hij ook in de praktijk te brengen in het graafschap Cornwall, dat deels zijn eigendom is. In sommige kringen wordt hij daarom ook wel de radicale prins genoemd.



De prins is tevens een sociaal innemend en gevoelig mens met onder meer zijn succesvolle The Prince's Trust (1976) ter aanmoediging van de jeugd: op jaarbasis worden tienduizenden van hen financieel ondersteund bv. met een opleiding.

'Meddling prince'


De krant The Guardian probeert al jaren inzage te krijgen in een reeks van 27 brieven geschreven aan zeven verschillende ministeries (Handel, Volksgezondheid, Onderwijs, Milieu, Cultuur, Noord-Ierland en het kabinet van de premier) gedurende een periode van zeven maanden in 2004-5.
Volgens deze krant zijn er steeds meer aanwijzingen dat de prins achter de schermen invloed op het regeringsbeleid probeert uit te oefenen: hij schrijft ongevraagd memo's, nodigt ministers thuis uit, schakelt zijn netwerk in om bouwplannen te laten wijzigen of wordt zelf geconsulteerd bij infrastructurele projecten van de regering.
Een van de ministers, Tessa Jowell (Cultuur), heeft inmiddels toegegevn uitgebreide contacten met de prins te hebben gehad. Ook in zijn memoires wijdt Tony Blair over de (landbouw)interesses van de prins en zijn verzet tegen het jachtverbod.

Freedom of Information Act

Het Koninklijk Huis in Groot-Brittannië is in principe vrijgesteld van de openbaarheidsregeling zoals die geldt sinds 2001: die geldt namelijk alleen voor de overheid. Daarmee doet zich een vergelijkbare discussie voor als in Nederland enkele jaren geleden omtrent een beroep op de openbaarheid van bestuur door de historicus Lambert Gielen m.b.t. de koninklijke familie: zijn zij overheid of zijn zij particulier?
Volgens de Information Commissioner vielen de brieven van Charles onder de huidige regeling. Sinds 2010 is het openbaarheidsregiem rondom het Brits Koninklijk Huis overigens nog strakker geworden. Tot die tijd gold er een zogeheten 'public interest' test, waardoor eventuele uitzonderingen konden worden gemaakt; nu geldt een absoluut verbod.
Dit betekent dat informatie inzake de betrekkingen tussen de overheid en het Britse Koninklijk Huis in principe 20 jaar geheim blijft of tot vijf jaar na de dood van de betrokken persoon.

Upper Tribunal


Maar het Upper Tribunal, waar beroep tegen beslissingen inzake de FoI kan worden aangetekend, vond desondanks dat de brieven toch moesten worden geopenbaard. Het deed dat in een vonnis van 67 pagina's, waar hier de hoofdlijn van volgt.

"Those who seek to influence government policy must understand that the public has a legitimate interest in knowing what they have been doing and what government has been doing in response, and thus being in a position to hold government to account. That public interest is, in our view, a very strong one, and in relation to the activities of charities established or supported by Prince Charles it is particularly strong."
"...none of the Departments' contentions persuades us that, in the absence of special circumstances, as regards advocacy correspondence it is appropriate to give correspondence between ministers and Prince Charles greater protection from disclosure than would be afforded to correspondence with others who have dealings with government in a context where those others are seeking to advance the work of charities or to promote views."
"...They lead us to conclude that in general terms the balance is likely to be not only clearly but also strongly, and sometimes very strongly, in favour of disclosure."

'Political neutrality'


De 'attorney-general' (de hoogste juridisch adviseur van de regering) Dominic Grieve heeft openbaring nu alsnog geblokkeerd - voor de eerste keer dat zij tegen een besluit van het tribunaal ingaat - en daarbij het volgende commentaar gegeven:

"Much of the correspondence does indeed reflect the Prince of Wales's most deeply held personal views and beliefs. The letters in this case are in many cases particularly frank.
"They also contain remarks about public affairs which would in my view, if revealed, have had a material effect upon the willingness of the government to engage in correspondence with the Prince of Wales, and would potentially have undermined his position of political neutrality."
"In summary, my decision is based on my view that the correspondence was undertaken as part of the Prince of Wales's preparation for becoming king. The Prince of Wales engaged in this correspondence with ministers with the expectation that it would be confidential. Disclosure of the correspondence could damage the Prince of Wales's ability to perform his duties when he becomes king.
"It is a matter of the highest importance within our constitutional framework that the monarch is a politically neutral figure able to engage in confidence with the government of the day, whatever its political colour."

In zijn rol als kroonprins moet Charles dus de vrijheid hebben om zich privaat te kunnen uiten. Openbaring van de brieven schaadt hem daarnaast in zijn rol van toekomstige koning. Beroep is mogelijk bij de High Court.

Antwoorden?


Interessant is natuurlijk ook de vervolgvraag of en hoe de ministers/ministeries antwoordden. Op deze wijze zou bijvoorbeeld de inhoud van Charles' brieven op zijn minst deels kunnen worden herleid. En in dat geval geldt tevens een ander openbaarheidsregiem namelijk die m.b.t. de overheid. Dan naderen we mogelijk ook het terrein van de blauwe brieven: wel of geen gebruik van ministerieel briefpapier etc.
Het tribunaal vond overigens tevens (punt 247) dat het verzoek om openbaring breder kon worden opgevat: leidraad dient de inhoud van de brieven te zijn, en minder de vorm. Ook een brief verzonden namens de prins (door zijn secretaris) valt hier dus onder.

Koninklijke lobbyisten


The Guardian zelf vermoedt dat in de briefwisseling de prins vooral lobbywerk verricht. Zijn jongere broer Andrew was van 2001 tot 2011 officieel 'United Kingdom's Special Representative for International Trade and Investment' namens de overheid. In die hoedanigheid kwam hij steeds vaker in opspraak door dubieuze persoonlijke contacten en corruptie en werd diens rol daarom ook beëindigd.
Koninklijke hoogwaardigheidsbekleders worden vaak als ideale personen gezien door het bedrijfsleven om deuren in het buitenland geopend te krijgen. De politiek volgt hen daarin blindelings, ondanks dat de geschiedenis onderhand wel beter heeft geleerd. Vanaf 1949 werd prins Bernhard op vergelijkbare wijze door de Nederlandse regering ingezet, met alle gevolgen vandien.
Nu is Charles in dat opzicht als persoon wel integer maar hoe ver reikt zijn invloed inmiddels buiten zijn constitutionele positie om? Hoe langer Charles kroonprins is, hoe meer hij probeert een eigen politieke agenda na te streven zo lijkt het.

Nawoord d.d. 9 juli 2013


Drie raadsheren van de Britse Hoge Raad hebben vandaag het verbod op publicatie van de brieven van prins Charles bevestigd. Daarmee is een zeldzaam veto van het kabinet, weliswaar 'a constitutional aberration' volgens de lord chief justice, verder bekrachtigd.

Een brief uit 2000 van de Lord Chancellor (Lord Irivine) met commentaren van prins Charles.
De brieven worden ook wel 'black spider memos' genoemd vanwege het zeer onregelmatige (tot bijna onleesbare) handschrift van de Britse kroonprins.

Uitsnede bovenstaande brief.

maandag 6 augustus 2012

Geschiedenis verjongt alsmaar (1): heden

De Britse regering heeft onlangs definitief besloten de overbrengingstermijn van archieven terug te brengen tot 20 jaar i.p.v. nu nog 30 jaar. De geschiedenis van het land komt daarmee zogezegd tien jaar dichterbij.

Transitie


Vanaf volgend jaar zal, gedurende een periode van tien jaar, telkens twee jaar worden overgebracht naar de diverse instanties om aldus een gefaseerde overgang mogelijk te maken. Vanaf 2023 zal men op jaarbasis achtereenvolgens de archieven van twintig jaar eerder overbrengen. De regeling wordt vooral gezien als een belangrijke stap richting democratische transparantie.

Transparantie


De Britse coalitie heeft sinds 2010 sterk ingezet op transparantie van de overheid; dit vormt, samen met open data (o.a. gegevens over de prestaties van scholen of ziekenhuizen of bv. misdaadcijfers etc.) een sleutelwoord van het regeringsbeleid.
Dit was mede een reactie op het grote schandaal in de voorgaande jaren (bekijk een timeline) rondom de vele aftrekposten van parlementariërs als bijvoorbeeld een duur vogelverblijf, waardoor het vertrouwen in de politiek en de democratie zeer was geschaad.

Het dure eendenverblijf van Sir Peter Viggers à 1.645 pond.

Review 2009


In 2009 werd een herziening (Review of the 30 Year Rule) van de bestaande Britse regelgeving (daterend van 1968) gepleegd, met als belangrijkste aanbeveling een verkorting in overbrenging naar 15 jaar. Voor digitale archieven zou een vorm van duurzame opslag moeten gelden binnen een periode van maximaal tien jaar.
Met name de introductie van het internet als informatiebron en de inwerkingtreding van de Freedom of Information Act (2005) maakte het bestaande gat met de officiële documentaire weergave van de geschiedenis van het land tot 30 jaar inmiddels onhoudbaar groot.

Memoires


Behalve grote maatschappelijke veranderingen, was er nog een andere reden voor herziening: de vele politieke memoires die door ex-ministers e.d. worden uitgebracht met hun louter 'self-serving interest'. Hier zou vervolgens de onafhankelijkheid van overheidsdocumenten tegenover dienen te staan maar wet-en regelgeving verhindert dit (openbaring) dus. Ondanks een verbod op publicatie, blijkt er in de praktijk geen effectieve manier om de regelgeving op dit punt af te dwingen.
In Nederland voelen voormalig ministers, politici of ambtenaren veel minder de noodzaak op deze wijze hun gelijk te halen. Niet alleen dat: ook hun persoonlijke archivering laat over het algemeen sterk te wensen over. Openbaar bestuurders beschouwen zich in Nederland niet langer als maatschappelijk leidinggevend, gelet ook op hun korte carrières.

Selectie


Een ander opvallend gegeven is dat van het ministerie van Buitenlandse Zaken ongeveer 50 % van het materiaal wordt bewaard, tegen slechts 5 % van de overige ministeries (dit laatste ligt in lijn met Nederlandse ministeries). Ondanks een eeuw van 'managed decline', ziet G-B zichzelf duidelijk nog altijd als internationale grootmacht.

Openbaarheid


Het kabinet kondigde hierop in 2010, bij wijze van compromis, een overbrengingstermijn van 20 jaar aan. Hoewel er bezwaar bestond tegen het (vervroegd) vrijgeven van bepaalde regeringsstukken, vond men het principe van openbaarheid toch belangrijker. Freedom of Information ('openbaar, tenzij') geldt sinds het jaar 2005 als een belangrijk principe voor de overheid. Stukken m.b.t. belangrijke leden van het koninklijk huis vallen noch onder de regelgeving, noch zijn zij opvraagbaar via een FoI.
Of de overheid er ook daadwerkelijk beter door is gaan functioneren is overigens nog maar zeer de vraag, zo blijkt in G-B volgens een rapport van het ministerie van Justitie.

Openbaarheidsdag


Openbaarheidsdag was in G-B een al langer bestaande traditie. Hierbij worden aan het einde van het jaar 'the choicest items' inzake voormalige geheime regeringsstukken van 30 jaar geleden aan de media ter beschikking gesteld. Hierdoor valt er op 1 januari steevast in het nieuws iets interessants te vertellen over het eigen, recente verleden.
Het Nationaal Archief volgt vanaf 2010 dit voorbeeld met een eigen openbaarheidsdag of eigenlijk beter openbaarheidsdinsdag, want het evenement wordt daar gekoppeld aan de eerste dinsdag van het nieuwe jaar dat het archief geopend is.
In G-B is men inmiddels al weer een stap verder en worden vele 'releases' tussentijds c.q. maandelijks gedaan, afhankelijk van wanneer archieven worden overgebracht en of gereed zijn. Men wacht dus niet langer een vol jaar, behalve dan voor de zogeheten 'cabinet papers'.

Nederland


In Nederland geldt deze verkorte overbrengingstermijn van 20 jaar al langer: sinds de Archiefwet van 1995. Maar door enorme achterstanden in de verwerking c.q. overbrenging van de (overheids)archieven - honderden kilometers - zijn feitelijk gezien nog maar weinig archieven van na 1975 ook daadwerkelijk raadpleegbaar op de studiezalen. Vrijwel geen enkel ministeriearchief is bijvoorbeeld bij tot en met 1991 (de Ministerraad bv. tot 1989), en voor zover dit wel het geval is geldt dat dan vaak kleinere commissie-of deelarchieven.
Deze ongefaseerde overgang heeft in de praktijk tot nog toe dus vrij beperkt resultaat gehad. Het Lopai hield in 2004 een enquete over de verkorte overbrengingstermijn, waarbij de provincies en gemeenten er op dit punt gunstiger uitsprongen dan de centrale overheid (deels wegens een gebrek aan instrumentarium).

Actieve openbaarmaking?



Door de huidig Algemeen Rijksarchivaris zijn er sindsdien suggesties gedaan voor een nog kortere overbrengingstermijn, gelijklopend met de politieke overbrengingstermijn (per kabinet dus). Dit zijn vooralsnog woorden voor de politieke bühne gebleken, zo lijkt het, bedoeld om het gezag van archieven meer aanzien te geven.
Het gat tussen geschiedenis en openbaarheid van bestuur werd door hem eerder aangestipt in een bijdrage voor een KVAN-symposium in juni 2008 en later uitgewerkt in zijn lezing 'Het archief als open source'. De nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer wil(de) bij gelegenheid nog verder gaan, met een grondwettelijk recht op toegang tot overheidsdocumenten (interview NRC Handelsblad 18-12-2010).

Gerelateerde blogs over dit thema:

1 januari: openbaarheidsdag
Onthullingen 2: Peter Mandelson