Zoeken in deze blog

Translate

Posts tonen met het label archiefterminologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label archiefterminologie. Alle posts tonen

dinsdag 28 augustus 2012

(On)bekende archiefbegrippen (2): feudiste

Heeft archivistiek iets van doen met het communisme? Wellicht meer dan je denkt, zo leert een episode uit de Franse geschiedenis. In het 18e-eeuwse Frankrijk leefde de zogeheten feudiste zelfs van het bestuderen van oude archieven en was in feite de voorloper van archivarissen!

Summary

The existence of records on land holdings became more or less the undoing of the French aristocracy. Professional researchers or 'feudiste', who looked for seugneurial rights and thus income, contributed substantially to the makings of the French Revolution. They were also forerunners of the profession of archivists.

Edme de La Poix de Fréminville (1683-1773)


Edme was afkomstig uit een geslacht van kooplieden en kleine ambtenaren. In 1713 vestigde hij zich als notaris in Marcigny.

Très rapidement, notre homme se tailla une belle réputation dans les opérations de rénovations des terriers (cadastres seigneuriaux) et dans la défense des causes féodales (devenant du coup spécialiste de ces questions = feudiste).

Een feudiste was dus een specialist in het feodaal of heerlijk recht d.w.z. in de opdeling van het land in heerlijkheden of territoriale kadasters.
Later zou Edme baljuw worden van het markiezaat van La Palisse en ook diverse traktaten schrijven over het feodaal recht: hij was een van de bekendste juristen van zijn tijd, ook wel 'de prins der feudisten' genoemd. In 1773 stierf hij te Lyons.

Feudiste


Fréminville is daarmee min of meer de aartsvader der feudisten. Het woord feudiste komt als zodanig al in de 16e eeuw in het Frans voor en is afgeleid van het latijn: feudum.
De feudiste was als rechtspersoon een notaris of jurist (m.a.w. een gespecialiseerd advocaat) die feodale archieven doorspitte (speciaal de zogeheten terriers) en probeerde het inkomen van edelen te vergroten door oude heerlijke rechten te gelde te maken. Kortom, 'an expert on seigneurial administration'.
In standaardcontracten wordt bepaald dat eenderde van de opbrengsten voor henzelf zijn. Feudisten profiteerden dus net zo hard van het feodalisme als hun meesters. Zo mogelijk had elke, zichzelf respecterende adellijke (groot)grondbezitter een dergelijk rechtspersoon in dienst.

Terriers


De terriers bestaan uit zogeheten 'reconaissances' of akten waarin twee rechtspartijen een afspraak laten optekenen omtrent landbezit of geld. De terriers, opgesteld door een commissaire, bevatten tevens genealogische informatie en zijn dus in het algemeen een nuttige bron.

Foto: John W. McCoy

Francois-Noël Babeuf (1760-1797)


Francois-Noël Babeuf geldt als een van de intelligentste sympathisanten van de sansculotten, de middenstanders die de basis vormden voor de Franse revolutie. Later, vanaf juni 1792, werden zij synoniem voor de radicale republikeinen. Babeuf was voor zijn revolutionaire periode werkzaam geweest als feudiste; tegenwoordig geldt hij als de eerste socialist en tevens als een van de voorlopers van het communisme (de utopische variant).
Babeuf was al voor de revolutie van 1789 gedesillusioneerd geraakt omtrent de sociale toestand in Frankrijk. De ellende van de arme boeren liet hem niet onberoerd, want zij zaten klem tussen feodale heffingen en intense concurrentie door rijkere boeren, die profiteerden van het opkomende kapitalisme. Het betalen van belasting werd in Frankrijk nog veel meer gezien als een collectieve verantwoordelijkheid van gemeenschappen i.p.v. een individuele eigendomsheffing. Later legde hij het zelf zo uit:

Onder het oude regime ben ik feudiste geweest, en misschien wel daarom ben ik onder het nieuwe zo'n vurig tegenstander geworden van het feodalisme. In het stof van de archieven van baronnen en graven heb ik de gruwelijke geheimen ontdekt van de hebzucht van de adel.

'Gracchus Babeuf'


Babeuf was geboren in Saint-Quintin. Op zijn zeventiende wordt hij leerling op een notariskantoor, meer speciaal bij un notaire feudiste. In 1781 begint hij zelfstandig te Roye in Picardië als commissaire à terrier (landopmeter). Door de Franse revolutie zou hij politiek actief geraken. Later zal hij zijn eigen verleden ontkennen en zeggen dat hij géomètre was geweest.
Hij meet zich de naam Gracchus aan, naar de Romeinse broers die als volkstribuun land verdeelden onder de armen. In 1790 publiceert hij op dit gebied zijn Cadastre perpétuel; zijn theorie van landverdeling en collectieve boerderijen zou later babouvisme gaan heten.



Hij hielp mee bij het organiseren van het boerenverzet tegen de belastingheffing, en na 1791 steunde hij het herverdelen van land. Babeuf sloot zich aan bij de jakobijnen en werd Secretaris van het Comité des subsitances, dat zich binnen de Commune van Parijs met voedselhulp bezighield. Hij moest voedsel vinden, zorgen dat prijsmaatregelen van de jakobijnen werden uitgevoerd en speculanten bestraffen. Zijn droom was een maatschappij waarin iedereen te eten had en de immorele rijken aan strenge regels zouden worden onderworpen.

Administratieve verbeteringen


Gedurende zijn verblijf in Roye (bij Arras) ontwikkelt hij, n.a.v. de publicatie van een boek in 1785 van Charles-Louis Aubry de Saint Vibert getiteld Les Terriers rendus perpetuels een eigen, vereenvoudigd administratief stelsel inzake het grondbezit.
Aubry's methode hield het bijhouden van tien cahiers of boekdelen in. De documenten werden daarnaast ingedeeld in vier categorieën: de territoriale eenheid of het domein, de parochie, de heerlijkheid en de chapitres of 'feudal acts' (heerlijke rechten).

Portret van Babeuf.

Babeuf op zijn beurt simplificeert dit stelsel door de heerlijkheid als basiseenheid te nemen, hier volledige overzichten van samen te stellen en het bijhouden van nog slechts vier cahiers. In een klein pamflet uit 1786 getiteld Mémoire pour les propriétaires etc. werkt hij dit idee uit.
Ondanks zijn pogingen tot zelfpromotie, òf wellicht dankzij, gaat het snel bergafwaarts met de administratieve carrière van Babeuf. Hij ligt continue overhoop met zijn superieuren en kiest mede daarom waarschijnlijk de kant van de boeren tijdens de revolutie. In de jaren daarna zal hij voornamelijk als journalist en propagandist werkzaam zijn. Op 28 mei 1797 wordt hij geguillotineerd wegens betrokkenheid bij een complot ruim een jaar eerder.

Wolff en Deken


Gedurende deze periode (sinds 1788) verbleven ook de Nederlandse schrijfsters Betje Wolf en Aagje Deken in Frankrijk vanwege hun patriottische sympathieën. Babeuf zou zich notabene enige tijd bekommeren om het Bataafs Legioen (gevluchte leden van patriottische vrijkorpsen).

'Tot de ontwikkelde vrienden van het eerste uur behoorde ook het echtpaar Michallet. Hij is 'commissaire feudiste' (rentmeester) en verklaard tegenstander van de heerlijke rechten der aristocratie. In 1791 publiceert hij op eigen kosten te Trévoux zijn brochure Le mystère des droits féodaux déviolé

Aldus P.J. Buijnsters in zijn boek over dit schrijversduo uit 1984. De vertaling van rentmeester door hem gegeven, die tenslotte vooral het domein beheerde en de heerlijke rechten inde, is in dit verband overigens wellicht wat te breed gesteld.
Opvallend is verder de overeenkomst met Babeuf: de professionele bestudeerders van het feodale stelsel - de feudisten - walgden kennelijk steeds meer van dit systeem. Of was deze latere bekering een vorm van revolutionaire zelfrechtvaardiging?
Dat bestudering van documenten desondanks in wezen de aanzet gaf tot ontmaskering van de adel en dus mede gestalte gaf aan de Franse revolutie, lijkt mij een interessante these voor nader onderzoek.

Heerlijke rechten


Ook Nederland was ten tijde van het ancien regime een lappendeken van kleine of grote heerlijkheden: rechtsgebiedjes met elk hun eigen heer en heerlijke rechten. Die rechten waren vaak aan de grond of de persoon gebonden, zoals chijnsen, die pachters moesten betalen. Andere heerlijke rechten waren een afgeleide daarvan zoals bijvoorbeeld het recht op de wind.
Onderzoek naar heerlijkheden is helaas een marginale bezigheid. Dit najaar hoop ik op een dergelijk onderzoek over de stad Breda als bestuurlijke eenheid te promoveren.
Zo af en toe wordt ook Nederland nog wel eens opgeschrikt door al eeuwenlang sluimerende feodale rechten, zoals enkele weken geleden nog een dertigtal bewoners in Kamerik namens de Stichting van het kasteel Renswoude.



Inmiddels lijkt binnen de Utrechtse regio ook Woerden te worden aangeslagen en het nieuwsitem steeds groter te worden.

De eerste archivaris?!

De feudiste leefde aldus van het bestuderen van (oude) archieven. Daarmee zijn zij in wezen ook als grondleggers van de beroepsgroep der archivarissen te beschouwen. Dit blijkt eveneens uit de titel van het volgende boek: Du feudiste à l'archiviste (Parijs 1955) van Pierre Piétresson de Saint-Aubin.
Ook Babeuf was in 1792 enige tijd archivaris van de Somme regio te Amiens en daarna van 1792-3 administrateur van Montdidier, waar hij overigens beschuldigd werd van valsheid in geschrifte. In de loop van 1786 werkt hij aan een nadere uitwerking van zijn Mémoire: dit boek - L'Archiviste terriste etc. - zal nooit verschijnen.
Van feudisten naar archivarissen en van socialisten naar communisten blijkt zodoende in de geschiedenis maar een kleine stap te zijn geweest. In Frankrijk is Babeuf al langer een icoon; archivarissen moeten voortaan zijn naam tenminste ook weten.


Gerelateerde blogs
(On)bekende archiefbegrippen (1): de camminatore


Bronnen en literatuur (algemeen)

F.C.J. Ketelaar, Oude zakelijke rechten vroeger, nu en in de toekomst (Zwolle 1978).
R.B. Rose, Gracchus Babeuf: The First Revolutionary Communist (Londen 1978); speciaal hoofdstuk 2.
David Priestland, De rode vlag. De wereldgeschiedenis van het communisme (Amsterdam 2009), speciaal hoofdstuk 1.
Hilton L. Root, Peasants and King in Burgundy: Agrarian Foundations of French Absolutism (Berkeley, CA 1987).
http://nl.wikipedia.org/wiki/Gracchus_Babeuf
http://www.archivesdefrance.culture.gouv.fr/action-culturelle/celebrations-nationales/brochure-2010/vie-politique/gracchus-babeuf/
http://nl.wikipedia.org/wiki/Zakelijk_recht



donderdag 26 juli 2012

(On)bekende archiefbegrippen (1): de camminatore

Gisteren of eergisteren (sinds de invoering van de dubbele verschijningsdatum van de NRC sinds deze week zijn dit soort begrippen rekkelijk geworden) stond er een opmerkelijk bericht in de krant.

Camminatore

Het is een bijzonder soort ambtenaar: de camminatore, letterlijk vertaald de wandelaar. Hij of zij heeft als belangrijkste taak om documenten van het ene naar het andere kantoor te brengen, vaak in hetzelfde gebouw. De regio Sicilië heeft er in april nog eens dertig aangenomen.

Cliëntelisme


Aldus correspondent Marc Leijendekker over de, soms lichtelijk absurde vormen van bureaucratische uitdijing van de Italiaanse overheid (speciaal de lagere overheden). Deze hulpjes en assistenten worden, behalve als geldverspilling, tevens gezien als een vorm van cliëntelisme. In de ambtenarij vallen op deze wijze in de zuidelijke landen vele baantjes te vergeven.

Archiefwandelaar?


Wie 'camminatore' intikt in Google, komt inderdaad vrijwel uitsluitend plaatjes van wandelaars tegen plus allerlei hulpmiddelen als looprekken en lopende banden (of andere fitnessapparatuur om te lopen).
Ik kon de origine van dit bericht herleiden tot een stuk uit La Stampa van 17 mei 2012 waarbij gelukkig ook bovenstaande foto staat. Hier volgt de ietwat rammelende Google-vertaling:
In minder jargon kanselarij, de griffiers van het plan zijn de wandelaars. Deze heren krijgen een adequate compensatie in ruil voor volledige werk van hun benen conduranno ze van kamer naar kamer van Palazzo d'Orleans (het hoofdkwartier van de regio) om bestanden, mappen, papieren, mappen, bestanden, documenten en dossiers over te dragen van zender naar ontvanger YX, omdat de afzender en de ontvanger XY hebben hun handen vol. Zeker een taak van verantwoordelijkheid, maar ook heel indrukwekkend in tijden van crisis en het internet.
In het Italiaans gaat het meer specifiek om 'documenti, cartellette, incartamenti, faldoni, pratiche, fascioli e dossier'. Ik zal niet afzonderlijk elk begrip vertalen of behandelen (al mis ik hier wel het begrip 'busta' of bundel; die ontstaan waarschijnlijk pas in de semi-statische of statische fase), maar het digitaal werken lijkt hoe dan ook nog geen brede ingang te hebben gevonden in Italië.

Stukkenhaler


Het begrip 'camminatore' laat zich in het Nederlands het best vertalen als stukkenhaler. Binnen een strikt archivistische context verbinden wij dat begrip specifiek aan de stukkenhalers bij archiefdiensten oftewel mensen die stukken van en naar het depot brengen of halen. De stukkenhaler in dienst van de overheid zal, in bredere zin, eerder als bode worden betiteld.

Attributen


De stukkenhaler wordt over het algemeen getypeerd door zijn stofjas, meestal blauw (of soms wit) van kleur. Of deze stofjas aan bepaalde wettelijke eisen moet voldoen, is mij niet bekend.


Aan de kleren herkent men over het algemeen vrij goed het soort archiefambtenaar. Naast de depotmedewerker (met stofjas), zijn er nog de hoger archiefambtenaar (meestal met colbertje) en de middelbaar archiefambtenaar (met trui).
Naast de stofjas heeft de stukkenhaler nog een ander noodzakelijk attribuut: het karretje of postwagen. In het archiefwezen is dit meestal een karretje met vlakke bovenkant, en dus zeker geen postwagen met allerlei invulvakken. Het karretje zal ongetwijfeld (?) aan bepaalde technische eisen moeten voldoen; de nieuwste generatie is bv. in hoogte voorstelbaar. Toch meen ik op dit vlak een gebrek aan standaardisatie waar te nemen binnen het Nederlandse archiefwezen. Ik ken een archivaris die zeer gehecht was aan haar oude, blauwe karretje (feitelijk een hoop schroot).

Films

Het bericht over de 'camminatore' deed mij onmiddellijk denken aan de film The Secret of my Success (1987). Hoofdrolspeler Michael J. Fox speelt hierin als Brantley Foster in de postkamer van het bedrijf van zijn oom en loopt daarbij achter zo'n postwagentje rond. In zijn vrije tijd schrijft hij tevens rapporten voor het MT onder het pseudoniem Carlton Whitfield, en wordt als zodanig ook in dienst genomen.



The Secret of My Success (1987) HQ Trailer at Listal


De stukkenhaler, hoewel laag in de bedrijfshiërarchie, kan dus geen ambitie worden ontzegd.

Porter

De beste Engelse vertaling van stukkenhaler is waarschijnlijk porter (hoewel achter deze term ook meerdere betekenissen schuilgaan), al weet ik niet of dat in dit preciese geval (mannetje met postwagen) ook geldt. In de film Boomerang (1992), met Eddie Murphy als geslaagde zakenman in de hoofdrol, is een van de 'running gags' dat hij met regelmaat wordt lastiggevallen door een bevriende stukkenhaler die promotie wil. Door middel van dit soort kleine hommages verwijst Hollywood altijd graag naar zichzelf.


Nawoord Peter Horsman d.d. 7 augustus 2012

De Google-vertaling rammelt inderdaad van alle kanten. Ik zou camminatore niet vertalen met stukkenhaler; het zijn eerder een soort interne postbodes. Je conclusie over de geringe mate van digtalisering in de Italiaanse administratie is overhaast. Ongetwijfeld loopt het plateland niet voorop, maar bv bij de Presidenza del consiglio dei ministri is een zeer geavanceerd systeem in gebruik. Het aantal camminatores is dan ook zeer gering.

Gerelateerde blogs:
(On)bekende archiefbegrippen (2): feudiste

dinsdag 8 november 2011

Zoek (1): Engelse wantoestanden

Behalve als methode voor opslag van gegevens, moet je in een archief ook iets kunnen (terug)vinden.

Maar wat als een archief daar niet aan voldoet? En, bovenal, wat als het daarbij om mensen gaat?

UK Border Agency

Vorige week werd bekend dat in Groot-Brittannië maar liefst ruim 100.000 mensen zoek zijn: de bevolking kortom van een flinke stad als Cambridge bijvoorbeeld. In een rapport van de Home Affairs Select Committee worden de werkzaamheden van de UK Border Agency (de Britse Immigratie-en Naturalisatiedienst) op diverse punten kritisch tegen het licht gehouden.
De dienst heeft het sowieso niet gemakkelijk de laatste tijd en kwam, ook sinds de bekendmaking van het rapport, anderszins negatief in het nieuws. Het was vergeten, zo bleek gisteren nog, de minister te vertellen dat sinds de zomer de grenscontroles aanzienlijk zijn verslapt.


Legacy-bestanden

In 2006 maakte de toenmalig minister bekend dat er een grote achterstand was ontstaan bij de dienst; tevens beloofde hij dat die over een periode van vijf jaar zou worden weggewerkt. De achterstand werd geschat op 400-450.000 aanvragen tot immgratie, being "electronic and paper records, which ... are riddled with duplication and errors, and include cases of individuals who have since died or left the country, or are now EU citizens."
Aan het eind van deze periode is gebleken dat het om 500.500 aanvragen ging, waarvan overigens nu het overgrote deel (455.00) is verwerkt. Uiteindelijk werd 36% van de aanvragen gehonoreerd; daarentegen is 8% van de mensen gedeporteerd. In 18.000 gevallen is een beslissing nog ophanden.

Restcategorie

Deze cijfers vertellen echter nog maar het halve verhaal (of zelfs iets minder), mede dankzij een puur administratieve oplossing. De categorie 'other' - dat wil zeggen duplicaten, fouten of 'controlled archive' - telt namelijk inmiddels 268.000 gevallen, oftewel 56 % van het totaal van de legacy-bestanden.
Binnen deze groep groeide met name het aantal achterstallige asielaanvragen in het zogeheten 'controlled archive' gedeelte sinds november 2010 spectaculair: van 18.000 naar 98.000 gevallen in september 2011. Behalve om een grote groep asielaanvragen, gaat het tevens om nog eens ca. 40.000 gevallen van andere vormen van immigratie (die in 2009 alsnog door de dienst werden toegevoegd).

Steekproef

Binnen deze groep van 40.000 is een nadere steekproef genomen.

23. The UK Border Agency had also assessed a sample of 800 files. Of these, 65% pre-dated 2003, with some going back to 1983. They related to family claims (dependant spouses or other relatives seeking leave to remain), students and other types of migrant who were seeking to extend some kind of temporary leave to visit the UK.
For 85% of them, nothing further was known: there were no further applications to which they could be linked, nor had any representations been made about their application.
Of the remaining 15%, most had had their initial applications refused but had subsequently submitted more information or another application. We were told: "It is quite likely that a number of those people will have gone on to resolve their case in some way. They may well have made another application that was successful. They may well have left the country. My suspicion is that we will find, as we did with the general legacy cases, many of these cases are resolved".

Aan de hand hiervan zijn er 26.000 gevallen alsnog toegevoegd aan het archief. Dat telt nu 124.000 dossiers, oftewel een kwart van het totaal.

"Controlled archive"

In het 'controlled archive' belandden uiteindelijk die gevallen of dossiers 'which are placed in the archive when every effort to track an applicant has been exhausted' - het bovenstaande getal van 124.000 dus. 'The cases are checked against watchlists for a period of six months before they are considered to have been 'concluded'. Als iemand, na plaatsing binnen dit archief, niet binnen zes maanden alsnog opduikt wordt zijn dossier afgesloten. De overgang van semi-statisch naar statisch is dan een feit.
Met andere woorden: deze mensen zijn binnen de samenleving zoek, leven al dan niet ondergedoken of zijn weer uit het land vertrokken. Enig zicht op hen ontbreekt echter hoe dan ook. De facto betekent dit een amnestieregeling via de achterdeur, zo werd in sommige delen van de pers al geconstateerd aan de hand van het vorige verschenen rapport.

'Lost applicants'

25. Whilst we appreciate the difficulties involved in tracing people with whom the Agency have lost contact, usually for a period of several years, it is clear that the controlled archive has become a dumping ground for cases on which the Agency has given up. The controlled archive has increased significantly as the deadlines for the legacy backlog and the migration case review have approached. From 18,000 files in November 2010, the archive now contains 124,000 files, roughly equivalent to the population of Cambridge. With the end of the legacy backlog and review of the outstanding migration cases, we see no reason why the size of the controlled archive should increase further. We recommend that the Agency produce clear and specific guidance on the controlled archive which covers:

- how often the files will be reassessed;
- how many staff will work on reassessing files in the controlled archive;
- and, when, if ever, files will be closed without the applicant being located.
Het archief als eufemisme

'The Committee has recommended that guidance be produced on the management of the controlled archive and has stated with conviction that any further rise in the number of files transferred to the archive will be considered a failing on the part of the Agency.'
Onder het kopje 'Language and terminology' in zijn persbericht geeft het HASC tevens nog een andere aanbeveling: 'The Committee objects to the Agency’s use of the euphemistic term “controlled archive” to describe the applicants with whom it has lost contact.

26. We also object to the term 'controlled archive'. It is another instance of a bureaucratic term which hides the true nature of a government department's activity and is designed to deflect attention away from it. The controlled archive would be more appropriately referred to as an archive of lost applicants.

Bronnen

Rapport inzake UKBA:
http://www.publications.parliament.uk/pa/cm201012/cmselect/cmhaff/1497/149703.htm#a4"