Zoeken in deze blog

Translate

Posts tonen met het label levend archief. Alle posts tonen
Posts tonen met het label levend archief. Alle posts tonen

donderdag 6 februari 2014

Van wie zijn de joodse archieven uit Irak?

Van wie zijn archieven eigenlijk? Van organisaties, gemeenschappen, landen of mensen? Die vraag valt niet altijd eenduidig te beantwoorden.

Summary
There is an increasing demand from the Jewish community not to return the  so-called 'Iraqi Jewish Archive', which is scheduled for summer 2014, to the country of Iraq itself.


Invasie Irak


Op 6 mei 2003 vonden Amerikaanse troepen tijdens de tweede invasie van Irak op zoek naar massavernietingswapens in een kelder van een gebouw in Bagdad een grote hoeveelheid voorwerpen en documenten m.b.t. de joodse gemeenschap van dat land. Het gebouw bleek van de inlichtingendienst of geheime politie Mukhabarat te zijn; de kelder stond ruim een meter onder water.

Iraqi Jewish Archive


Het archief, dat inmiddels beter bekend staat als de 'Iraqi Jewish Archive' (maar dat niet is), werd voor conservatie teruggebracht naar de Verenigde Staten. Het duurde twee weken om de ruim 2.700 boeken en tienduizenden documenten voor transport gereed te maken.
Van Amerikaans belastinggeld werd vervolgens in een hulpdepot in Texas voor 3 miljoen dollar aan selecte documenten gerestaureerd plus tevens gecatalogiseerd, gefotografeerd en gedigitaliseerd. In het najaar van  2013 (tot begin 2014) werd een aantal belangrijke stukken tentoon gesteld in de National Archives te Washington onder de titel 'Discovery and Recovery'.


Voor het NARA was de tentoonstelling vooral een gelegenheid om de eigen expertise in conservatie eens te benadrukken. De tijdelijke tentoonstelling trok 16.000 bezoekers: een record. Vanaf 5 februari is zij ook te zien in New York in het Museum of Jewish Heritage.

Levend archief


Een deel van het archief dat niet kon worden gerestaureerd is tussentijds in een aparte ceremonie begraven. Volgens joodse wetten dienen heilige objecten, zoals een thora (of tora(h)), die niet meer gebruikt kunnen worden wegens schade te worden begraven.

De beschadigde thorarollen alvorens de begraving. Foto: AP

De begrafenisceremonie te New York. Foto: AP.

Teruggave


Volgens afspraak op regeringsniveau zullen de archieven in de loop van 2014 worden teruggegeven aan Irak (de Nationale Bibliotheek en Archief) als de digitalisering te College Park, Maryland voltooid is. Maar daar begint nu steeds breder verzet tegen te ontstaan. Inmiddels kan men ook een online petitie tekenen om dit te stoppen.
Hoewel er meerdere archieven uit Irak zijn meegenomen, is dit het enige archief dat de regering voorlopig echt terug wil. De Huffington Post spreekt daarom van 'a test case':

To return the archive to Iraq would be like 'returning stolen property to the Nazis'.

Iraqi Jewish Archive


De in 2003 aangetroffen collectie was bij elkaar geplunderd van joodse organisaties en synagogen te Bagdad. De joodse gemeenschap werd onder het bewind van dictator Saddam Hussein actief vervolgd.
Irak had de oudste joodse diaspora ter wereld, een overblijfsel van het Babylonische rijk, en telde kort na de Tweede Wereldoorlog in Bagdad nog 150.000 mensen (dat was ongeveer 40 procent van de bevolking).
In de nadagen van Saddam's bewind waren dat er nog minder dan honderd; nu zijn ze op de vingers van één hand te tellen.


Moraal


Uit overwegend morele overwegingen ('Irak verdient dit archief niet terug') wordt er inmiddels bezwaar gemaakt tegen deze teruggave. Dit gebeurt met name vanuit joodse organisaties die, i.s.m. congresleden, al een resolutie hebben ingebracht in de senaat om opnieuw over de kwestie te onderhandelen. Teruggave aan 'a Jewish-free Iraq' zien zij als anathema.
Onder meer wordt gesteld dat er in Irak bijna niemand meer is die de documenten op hun waarde kan schatten. Intussen is buiten Irak, in Israel, een bloeiende Iraaks-joodse gemeenschap ontstaan die dat beter zou kunnen en ook meer affiniteit heeft met de archieven van hun voorouders. En geen Israeliër zou Bagdad veilig kunnen bezoeken (dit geldt overigens voor nog wel meer mensen): de situatie is er nog altijd erg instabiel.
Kort samengevat: er zijn (vrijwel) geen joden meer in Irak; er is geen brede interesse in erfgoed; en het land is ontoegankelijk en onveilig. Dat de collectie uit oogpunt van zowel preservatie als toegankelijkheid elders beter gehuisvest kan worden staat buiten kijf, maar is dit als argument toereikend om de afgesproken teruggave alsnog te blokkeren?

Eigenaar?


Er is in feite niemand in het land zelf om de collectie aan terug te geven, behalve een regering die de joodse gemeenschap heeft uitgemoord. Op haar beurt heeft de overheid de stukken gestolen van derden en is dus onrechtmatig in het bezit ervan gekomen. Het feit dat dit waarschijnlijk niet bekend was ten tijde van de overeenkomst uit 2003 biedt alsnog een mogelijke juridische uitweg.
Teruggave aan de rechtmatige eigenaars (of archiefvormers) is ten dele mogelijk, ook al gaat de collectie terug tot de 16e eeuw. Edwin Shuker (58), die in 1971 naar Groot-Brittannië vluchtte, herkende op de tentoonstelling zijn eigen schooldiploma.

Het schooldiploma van Edwin Shuker.

Het merendeel van de stukken is niet uitzonderlijk van aard: het gaat meest om 'communal documents' als diploma's, foto's, kalenders etc. Veel stukken zijn in die zin - los van de context - het bewaren niet eens waard. Er zijn ook weinig religieuze stukken.
Hoewel Irak in de huidige situatie waarschijnlijk niet goed voor de archieven kan zorgen, is de suggestie als zouden ze delen kunnen gaan verkopen dan ook strijdig met de opvatting dat het archief in cultureel opzicht weinig bijzonder waardevolle objecten bevat.

Digitalisering


Opvallend is tevens wat de pers in dat opzicht vindt van wereldwijde toegankelijkheid als gevolg van digitalisering van archiefmateriaal:

Even if the archive is digitized and accessible online, Iraq's Jews and their descendants, 90 percent of whom are in Israel, will be debarred from access to the original documents.

Digitalisering mag dus niet ten koste gaan van toegang tot originele stukken, iets dat bijvoorbeeld in Nederland wel steeds vaker het geval is en waarmee (archief)wetenschappelijk onderzoek wordt bemoeilijkt.


Slot


Als 'Iraqi Jewish Archive' heeft deze collectie van joodse documenten, kortom, een nieuwe identiteit gekregen met als gevolg een extra toegevoegde betekenislaag. De betreffende archiefstukken zijn nu ongewild 'historical witness' van een voorbije periode en representeren inmiddels een heel ander verhaal.
Deze willekeurig ontstane collectie is daarmee nu zelf het archief geworden over de gestolen joodse identiteit van een land (Irak). En de Amerikaanse overheid zit, zo lijkt het, onderhand opgescheept met het zoveelste hoofdpijndossier als gevolg van de bezetting van Irak.


Bronnen:
http://www.tabletmag.com/scroll/161233/dont-return-the-iraqi-jewish-archive
http://iraqijewisharchives.org/
http://www.ija.archives.gov/exhibit/exhibit
http://www.nytimes.com/2013/11/11/arts/design/iraqi-jewish-documents-at-the-national-archives.html?_r=0
http://articles.latimes.com/2013/dec/02/world/la-fg-iraq-artifacts-20131202
http://www.reuters.com/article/2013/11/26/us-iraq-jews-idUSBRE9AP0VR20131126
http://www.huffingtonpost.com/lyn-julius/post_6656_b_4602861.html
http://www.archives.gov/press/press-releases/2014/nr14-07.html
http://www.timesofisrael.com/damaged-iraqi-torah-scrolls-buried-in-long-island/
http://www.bbc.co.uk/news/magazine-24830078
http://www.washingtonpost.com/local/archives-readies-a-schoolgirls-records-and-a-trove-of-jewish-treasures-for-return-to-iraq/2013/08/13/8b23c7a0-f9ec-11e2-8752-b41d7ed1f685_story.html
http://www.shadowinbaghdad.com/trailer.html


Inzet: de archieven liggen in de zon te drogen.

maandag 23 september 2013

Gelezen: Caroline Elkins, Imperial Reckoning

Caroline Elkins, Imperial Reckoning. The untold story of Britain's Gulag in Kenya [New York 2005]; 475 blz; isbn 0-8050-8001-5

Dit is het waargebeurde verhaal hoe de Britse regering probeerde de bewijzen voor een grote koloniale opstand uit de archieven te verwijderen en zo de geschiedenis te herschrijven.

Mau Mau


Tussen 1952 en 1960 vond in Kenia de zogeheten Mau Mau opstand plaats. De lokale bevolking, bestaande uit Kikuyu's, zwoer een geheimzinnige eed met als doel om de blanken van hun land te weren. Zij kwamen in opstand omdat er steeds meer land van hen werd afgenomen. Daarmee werden zij in hun bestaan bedreigd.
De Mau Mau was in feite een guerillabeweging. Door brute moorden onder de 'white settlers' creëerde men veel onrust in het land. Dit wakkerde een enorme toename van racisme aan. De Mau Mau en hun methoden werden ook consequent als 'evil' omschreven, bij wijze van propaganda.

Rehabilitatie


Al snel werd de noodtoestand uitgeroepen (en nooit meer opgeheven). Tijdens deze zogeheten 'Emergency' werd echter geen 'martial law' verklaard. Dit laatste was cruciaal: zodoende konden de veiligheidstroepen, ondersteund door lokale hulptroepen, hun gang gaan zonder acht te hoeven slaan op internationale verdragen. Het gevolg hiervan was onder meer opsluiting zonder strafproces, dwangarbeid, mishandeling, marteling, verkrachting, castratie, standrechtelijke executie etc.
Tegenover de duidelijke 'local elimationist tendency' (p. 51) werd officieel een politiek van rehabilitatie afgekondigd om de opstandelingen te bestrijden. De bedoeling was om via ondervraging meelopers en volgers van leiders te onderscheiden. Het zogeheten 'screenen' van verdachten bestond daarentegen grotendeels uit brute mishandeling in detentiekampen. Dit beleid bleek aldus een rookgordijn bedoeld om critici om de tuin te leiden.

Kampen


Aanvankelijk werden de Kikuyu massaal naar hun reservaten gedeporteerd, daarmee het landprobleem verder verergerend. Eind april 1954 werd ook de hoofdstad Nairobi zoveel mogelijk van Mau Mau gezuiverd. De oorspronkelijke detentiekampen stroomden vol en voldeden niet langer: er werd dan ook een nieuw systeem bedacht ter doorstroming.


Elkins noemt dit stelsel de 'Pipeline', eind 1955 voltooid, bestaande uit zo'n honderd kampen verspreid over het land met verschillende functies. Aldus ontstond er een uitgebreid stelsel van concentratiekampen in deze Britse kolonie waarin bijna anderhalf miljoen mensen zijn opgesloten. Het vermoedelijke slachtoffertal ligt op enige honderdduizenden personen. Dit is daarmee instant de zwartste bladzijde geworden uit de Britse koloniale geschiedenis, die zich anders zo graag voor laat staan op haar beschavingsmissie overzee.

Oral history


Elkins heeft haar bekroonde boek (Pullitzer prijs 2006) grotendeels op basis van oral history moeten schrijven. Dit komt omdat de Britse overheid de koloniale archieven op dit punt zoveel mogelijk heeft gezuiverd; ze spreekt dan ook herhaaldelijk van 'archival purging'. De enige documenten die zij vond betroffen vaak kopieën van stukken aan andere departementen.
Gevangenen wisten wel herhaaldelijk brieven te smokkelen uit de kampen die op hun beurt ook hun weg vonden naar Londen. Onder meer de Britse Labour-politica Barbara Castle ('Red Barbara') bepleitte hun zaak. Onderzoeken werden ingesteld naar enkele specifieke incidenten, maar de resultaten vakkundig door de minister onder het tapijt geveegd. De totale omvang van het kampstelsel en de moorden bleef daarmee in die jaren verborgen voor de buitenwacht.

Vernietigingsbeleid

Het boek is al met al vanwege de vele geweldpleging die erin voorkomt niet het meest plezierige om te lezen. Ook achteraf is het desondanks een baanbrekend werk gebleken.
In welke mate de archieven zijn gezuiverd, is pas goed duidelijk geworden in 2012 (ruim na voltooiing dus van haar boek). Een officieel onderzoek door professor Tony Badger stelde toen vast dat gevoelige documenten in opdracht ter plekke werden vernietigd, opdat deze niet in verkeerde handen zouden vallen na de onafhankelijkheid.
Tussen 1958-1963 is er ca. 3.500 ton aan materiaal verbrand. Nog recenter is vast komen te staan dat er zelfs hele archieven in zee zijn gedumpt in kratten (deze 'begraving' lijkt mij dan typisch een voorbeeld van levend archief, maar dat terzijde).


Wat overbleef aan archieven werd mee teruggenomen naar Groot-Brittannië en vervolgens weggestopt in een geheim archief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken te Hanslope Park. Daar hadden ze allang aan het publieke domein moeten worden prijsgegeven. Tot 2011 werd zelfs het bestaan ervan ontkend.
Naast bewuste vernietiging van archieven dus tevens officiële geheimhouding, en dit allemaal om koloniale misdaden te verbergen. De alsnog vrijgegeven archieven omvatten in totaal 200 meter aan materiaal met gegevens over dekolonisatie in 36 voormalige koloniën.

Compensatie


Een en ander is alsnog aan het licht gekomen omdat vier Kenianen (voormalige gedetineerden) door een rechter werd toegestaan in 2011 een rechtszaak te beginnen tegen de Britse overheid wegens compensatie: Mutua and others versus The Foreign and Commonwealth Office. Dit nadat de Britse overheid gedurende drie jaar de bekende technische vertragingstactieken had opgevoerd (niet ontvankelijk verklaring, verjaring van feiten etc.).
Na de onafhankelijkheid in 1963 bleven de Mau Mau in Kenia onder het mom van verzoening verboden tot 2003. Sindsdien is hun casus bepleit door Human Rights Watch Kenya en een eigen veteranenorganisatie.


De rechtszaak, waar Elkins' boek aan de basis van ligt (inmiddels is zij professor te Harvard), hebben zij in zoverre gewonnen, dat uiteindelijk een schikking is getroffen. Op 6 juni 2013 beleed minister van Buitenlandse Zaken William Hague zijn excuses in het parlement en er is een schadefonds van 20 miljoen pond opgezet, met uitkeringen van drieduizend pond (3.500 euro) per individu (voor een geschatte 5.200 personen).

Nederland


De paralellen met de Nederlandse dekolonisatie dringen zich al gauw op. Hoewel de excessen hier eerder aan het licht kwamen, met de Excessennota in 1969, is het laatste woord hierover nog immer niet gezegd. Recent zijn er publicaties geweest in de NRC over onbekende executies en in de Trouw over toenmalige kennisname van de misdaden door hoge Nederlandse politieke figuren.
Ook is bepaald dat alle Indische weduwen van mannen die tussen 1945 en 1949 zijn geëxecuteerd voor compensatie à 20.000 euro in aanmerking komen, nadat dit in 2011 voor het eerst was gebeurd in het geval Rawagedeh. Door de Nederlandse ambassadeur in Indonesië zijn onlangs op 12 september 2013 excuses gemaakt voor de standrechtelijke executies uit deze periode.


Gerelateerde blogs:
De koloniale erfenis in beelden, woorden of verhalen?


Eerder verschenen in deze reeks:
Gelezen: Samuel D. Kassow, Wie schrijft onze geschiedenis
Gelezen: David Priestland, De rode vlag
Gelezen: Adam Zamoyski, Rites of Peace