Zoeken in deze blog

Translate

Posts tonen met het label erfgoed. Alle posts tonen
Posts tonen met het label erfgoed. Alle posts tonen

donderdag 6 februari 2014

Van wie zijn de joodse archieven uit Irak?

Van wie zijn archieven eigenlijk? Van organisaties, gemeenschappen, landen of mensen? Die vraag valt niet altijd eenduidig te beantwoorden.

Summary
There is an increasing demand from the Jewish community not to return the  so-called 'Iraqi Jewish Archive', which is scheduled for summer 2014, to the country of Iraq itself.


Invasie Irak


Op 6 mei 2003 vonden Amerikaanse troepen tijdens de tweede invasie van Irak op zoek naar massavernietingswapens in een kelder van een gebouw in Bagdad een grote hoeveelheid voorwerpen en documenten m.b.t. de joodse gemeenschap van dat land. Het gebouw bleek van de inlichtingendienst of geheime politie Mukhabarat te zijn; de kelder stond ruim een meter onder water.

Iraqi Jewish Archive


Het archief, dat inmiddels beter bekend staat als de 'Iraqi Jewish Archive' (maar dat niet is), werd voor conservatie teruggebracht naar de Verenigde Staten. Het duurde twee weken om de ruim 2.700 boeken en tienduizenden documenten voor transport gereed te maken.
Van Amerikaans belastinggeld werd vervolgens in een hulpdepot in Texas voor 3 miljoen dollar aan selecte documenten gerestaureerd plus tevens gecatalogiseerd, gefotografeerd en gedigitaliseerd. In het najaar van  2013 (tot begin 2014) werd een aantal belangrijke stukken tentoon gesteld in de National Archives te Washington onder de titel 'Discovery and Recovery'.


Voor het NARA was de tentoonstelling vooral een gelegenheid om de eigen expertise in conservatie eens te benadrukken. De tijdelijke tentoonstelling trok 16.000 bezoekers: een record. Vanaf 5 februari is zij ook te zien in New York in het Museum of Jewish Heritage.

Levend archief


Een deel van het archief dat niet kon worden gerestaureerd is tussentijds in een aparte ceremonie begraven. Volgens joodse wetten dienen heilige objecten, zoals een thora (of tora(h)), die niet meer gebruikt kunnen worden wegens schade te worden begraven.

De beschadigde thorarollen alvorens de begraving. Foto: AP

De begrafenisceremonie te New York. Foto: AP.

Teruggave


Volgens afspraak op regeringsniveau zullen de archieven in de loop van 2014 worden teruggegeven aan Irak (de Nationale Bibliotheek en Archief) als de digitalisering te College Park, Maryland voltooid is. Maar daar begint nu steeds breder verzet tegen te ontstaan. Inmiddels kan men ook een online petitie tekenen om dit te stoppen.
Hoewel er meerdere archieven uit Irak zijn meegenomen, is dit het enige archief dat de regering voorlopig echt terug wil. De Huffington Post spreekt daarom van 'a test case':

To return the archive to Iraq would be like 'returning stolen property to the Nazis'.

Iraqi Jewish Archive


De in 2003 aangetroffen collectie was bij elkaar geplunderd van joodse organisaties en synagogen te Bagdad. De joodse gemeenschap werd onder het bewind van dictator Saddam Hussein actief vervolgd.
Irak had de oudste joodse diaspora ter wereld, een overblijfsel van het Babylonische rijk, en telde kort na de Tweede Wereldoorlog in Bagdad nog 150.000 mensen (dat was ongeveer 40 procent van de bevolking).
In de nadagen van Saddam's bewind waren dat er nog minder dan honderd; nu zijn ze op de vingers van één hand te tellen.


Moraal


Uit overwegend morele overwegingen ('Irak verdient dit archief niet terug') wordt er inmiddels bezwaar gemaakt tegen deze teruggave. Dit gebeurt met name vanuit joodse organisaties die, i.s.m. congresleden, al een resolutie hebben ingebracht in de senaat om opnieuw over de kwestie te onderhandelen. Teruggave aan 'a Jewish-free Iraq' zien zij als anathema.
Onder meer wordt gesteld dat er in Irak bijna niemand meer is die de documenten op hun waarde kan schatten. Intussen is buiten Irak, in Israel, een bloeiende Iraaks-joodse gemeenschap ontstaan die dat beter zou kunnen en ook meer affiniteit heeft met de archieven van hun voorouders. En geen Israeliër zou Bagdad veilig kunnen bezoeken (dit geldt overigens voor nog wel meer mensen): de situatie is er nog altijd erg instabiel.
Kort samengevat: er zijn (vrijwel) geen joden meer in Irak; er is geen brede interesse in erfgoed; en het land is ontoegankelijk en onveilig. Dat de collectie uit oogpunt van zowel preservatie als toegankelijkheid elders beter gehuisvest kan worden staat buiten kijf, maar is dit als argument toereikend om de afgesproken teruggave alsnog te blokkeren?

Eigenaar?


Er is in feite niemand in het land zelf om de collectie aan terug te geven, behalve een regering die de joodse gemeenschap heeft uitgemoord. Op haar beurt heeft de overheid de stukken gestolen van derden en is dus onrechtmatig in het bezit ervan gekomen. Het feit dat dit waarschijnlijk niet bekend was ten tijde van de overeenkomst uit 2003 biedt alsnog een mogelijke juridische uitweg.
Teruggave aan de rechtmatige eigenaars (of archiefvormers) is ten dele mogelijk, ook al gaat de collectie terug tot de 16e eeuw. Edwin Shuker (58), die in 1971 naar Groot-Brittannië vluchtte, herkende op de tentoonstelling zijn eigen schooldiploma.

Het schooldiploma van Edwin Shuker.

Het merendeel van de stukken is niet uitzonderlijk van aard: het gaat meest om 'communal documents' als diploma's, foto's, kalenders etc. Veel stukken zijn in die zin - los van de context - het bewaren niet eens waard. Er zijn ook weinig religieuze stukken.
Hoewel Irak in de huidige situatie waarschijnlijk niet goed voor de archieven kan zorgen, is de suggestie als zouden ze delen kunnen gaan verkopen dan ook strijdig met de opvatting dat het archief in cultureel opzicht weinig bijzonder waardevolle objecten bevat.

Digitalisering


Opvallend is tevens wat de pers in dat opzicht vindt van wereldwijde toegankelijkheid als gevolg van digitalisering van archiefmateriaal:

Even if the archive is digitized and accessible online, Iraq's Jews and their descendants, 90 percent of whom are in Israel, will be debarred from access to the original documents.

Digitalisering mag dus niet ten koste gaan van toegang tot originele stukken, iets dat bijvoorbeeld in Nederland wel steeds vaker het geval is en waarmee (archief)wetenschappelijk onderzoek wordt bemoeilijkt.


Slot


Als 'Iraqi Jewish Archive' heeft deze collectie van joodse documenten, kortom, een nieuwe identiteit gekregen met als gevolg een extra toegevoegde betekenislaag. De betreffende archiefstukken zijn nu ongewild 'historical witness' van een voorbije periode en representeren inmiddels een heel ander verhaal.
Deze willekeurig ontstane collectie is daarmee nu zelf het archief geworden over de gestolen joodse identiteit van een land (Irak). En de Amerikaanse overheid zit, zo lijkt het, onderhand opgescheept met het zoveelste hoofdpijndossier als gevolg van de bezetting van Irak.


Bronnen:
http://www.tabletmag.com/scroll/161233/dont-return-the-iraqi-jewish-archive
http://iraqijewisharchives.org/
http://www.ija.archives.gov/exhibit/exhibit
http://www.nytimes.com/2013/11/11/arts/design/iraqi-jewish-documents-at-the-national-archives.html?_r=0
http://articles.latimes.com/2013/dec/02/world/la-fg-iraq-artifacts-20131202
http://www.reuters.com/article/2013/11/26/us-iraq-jews-idUSBRE9AP0VR20131126
http://www.huffingtonpost.com/lyn-julius/post_6656_b_4602861.html
http://www.archives.gov/press/press-releases/2014/nr14-07.html
http://www.timesofisrael.com/damaged-iraqi-torah-scrolls-buried-in-long-island/
http://www.bbc.co.uk/news/magazine-24830078
http://www.washingtonpost.com/local/archives-readies-a-schoolgirls-records-and-a-trove-of-jewish-treasures-for-return-to-iraq/2013/08/13/8b23c7a0-f9ec-11e2-8752-b41d7ed1f685_story.html
http://www.shadowinbaghdad.com/trailer.html


Inzet: de archieven liggen in de zon te drogen.

vrijdag 3 januari 2014

Facebook 1914 of de Eerste Wereldoorlog herdacht

Er bestaat kennelijk zoiets als het Eurobest reclamefestival (en dat al sinds een kwart eeuw). Op dit evenement, dat in december 2013 in Portugal werd gehouden, viel in de contentcategorie het project 'Facebook 1914' in de prijzen. Tevens werd een mediaprijs in Frankrijk gewonnen.
Uit een uitgebreide analyse van Mediaforta blijkt dat men wel degelijk met echte content binnen een puur historische context kan scoren onder de sociale media. Behalve voor musea, hopelijk ook een goede les voor archieven en bibliotheken: met digitalisering van de collectie alleen kom je er niet.

Museum


Het Franse oorlogsmuseum Musée de la Grande Guerre du Pays de Meaux bestaat pas sinds 2011. Het is een klein en jong museum. Het museum bedacht om een campagne op te zetten op Facebook 'om met systematische content productie en goede storytelling awareness te genereren bij een niet zo makkelijke doelgroep.'
Centrale uitgangspunt is: beeld je in dat Facebook een eeuw geleden zou hebben bestaan; een omkering van de werkelijkheid dus. Tevens richt de campagne zich qua doelgroep duidelijk op jongeren. Die zijn vooral op sociaal media aanwezig maar komen veel minder in musea.

Léon Vivien


In samenwerking met marketingpartner DDB Parijs kwam men tot het creatieve idee om over de schouders van iemand mee te kijken naar de gebeurtenissen van de Eerste Wereldoorlog. Men bedacht het fictieve personage Léon Vivien, ook al baseerde men zijn verhaal op waargebeurde historische feiten.
Hierbij concentreerde men zich op één medium (monomediaal). Dit is tegen de trend in, want meestal worden meerdere (sociale) media tegelijk gebruikt.

Bureau en opdrachtgever kozen voor een aanpak die toont hoe de technieken van content marketing hun weg kunnen vinden naar een Facebook campagne die op awareness mikt. Ze creëerden de Fransman Léon Vivien die zijn gezin moet achterlaten om eerst opgeleid te worden tot soldaat en vervolgens naar het front te vertrekken.
Zijn verhaal deelt hij met zijn vele volgers op Facebook en het sterke van de uitvoering van het idee zit hem in de ritmiek en de storytelling. Elke dag laat Léon weten hoe zijn leven in de oorlog eruitziet. Dat levert honderden posts op, met een trouw publiek, maar ook met een uitgedachte plot. 
Tien personages staan centraal in de storytelling en alles spitst zich toe op de vraag of Léon ooit zijn gezin zal terugzien. Maar in de marge van het grotere verhaal, krijgt de lezer ook pakken informatie mee over het leven van gewone mensen in oorlogstijd. Knap is dat het verder gaat dan een verhaal bedenken. Het museum integreerde ook doordacht haar ‘eigen’ content door de Facebook van Léon Vivien ruim te spekken met materiaal uit het museum.

Resultaten


De Facebook campagne begon op 10 april 2013 en duurde tot 23 mei. Zoals van een reclamebureau mag worden verwacht, werd ook een fraaie promofilm gemaakt. Maar eveneens, om de professionele aanpak van de campagne te onderstrepen, werden de resultaten achteraf gemeten met enkele verbluffende resultaten.




De geschatte mediawaarde aan free publicity bedraagt 3 miljoen euro, tegenover een investering van nauwelijks 250 euro (voor de 400 uitnodigingen van de persconferentie bij de start) volgens het promofilmpje.
Ook qua pure bereikresultaten scoorde Facebook 1914, met al meteen 50.000 likes vanaf de eerste twee weken dat Léon aan het posten ging en met daaraan gekoppeld 7.500 shares.

De grote hoeveelheid likes dankt de pagina in belangrijke mate aan de persconferentie en media-aandacht waarmee het de campagne op gang schoot. Anne-Marie Gibert, die bij DDB Parijs de PR-strategie bedacht, liet weten dat de 50.000 likes er zonder enige media-aankoop kwamen. “Wij hebben niet ingekocht op Facebook, de likes komen op het conto van de originele persuitnodiging die een oproepbrief uit de oorlog van 14-18 herneemt”, aldus Gibert.

Content


In totaal hoorden 9 miljoen Fransen van het bestaan van Léon af. De commentaren en vragen op de Facebookpagina kregen overigens netjes een antwoord van het museum (nog een, weliswaar broodnodige, investering in tijd en content). 'De kosten voor content productie brengt het bureau hier niet in kaart (elke dag een post schrijven, materiaal uploaden, de site onderhouden, enz.), al zal de som van deze kosten ook onder het verdiende earned mediabedrag blijven.'

Like-cultuur


Culturele instellingen gebruiken hun sociale media nog altijd overwegend als eenrichtingsverkeer voor het verspreiden van louter de eigen boodschap, in plaats van bijvoorbeeld serieus op vragen van het publiek in te gaan (dan wordt al gauw doorverwezen naar de afdeling Communicatie/Voorlichting).
Dit leidt overwegend tot nodeloze retweets ('wat een geweldige tentoonstelling; we hebben genoten') of eindeloze likes van afbeeldingen zonder enige context die maar zelden tot een inhoudelijke toevoeging of verrijking van de collectie leiden. De like-cultuur, waarvan de essentie nou juist is dat het geen enkele uitleg behoeft, is hoewel niet per se betekenisloos wel vrij inhoudsloos. En enige betekenis wordt ook zelden of nooit toegelicht of vastgelegd: waarom vind je iets mooi? welke herinneringen roept het op? Etc.

'Sales' 


Facebook 1914 laat goed zien dat investeren in (lees creeeren van) echte content in plaats van alleen een digitale reproductie van de collectie meer dan de moeite waard is. Inmiddels geldt zij als een mooi voorbeeld van hoe content tot meer 'sales' leidt. Het digitale project zorgde namelijk, aan de hand van deze 'awareness' campagne, voor een stijging van het aantal bezoekers aan het museum met 45%, en dat in het jaar voorafgaand aan de eeuwviering van de Grote Oorlog. En uiteraard is er - alsnog - ook een boek over deze virtuele ervaring van een fictief personage verschenen.


maandag 5 november 2012

Verdwijnen de (gemeente)archieven?

Hoewel er volgens sommigen zeer weinig staat over archieven in directe zin in het nieuwe regeerakkoord, zal tenminste één besluit verregaande consequenties kunnen hebben voor de inrichting van het Nederlandse archiefbestel: de vorming van grote gemeenten. Dit kan op den duur zelfs het einde gaan betekenen van heel veel gemeentearchieven, streekarchivariaten en mogelijk zelfs RHC's.

Omvang


Gemeenten moeten in de toekomst tenminste 100.000 inwoners hebben, zo staat het in de (concept)plannen van het regeerakkoord (zie blz. 40 e.v.). Daarnaast - of daarmee - krijgen gemeenten meer verantwoordelijkheden oftewel een grotere rol in het oplossen van maatschappelijke problemen. Laten we archivering hier als onderwerp gemakshalve ook maar toe rekenen.

Fusie


Slechts 25 (!) van de 415 gemeenten in Nederland voldoet nu aan de gestelde norm van 100.000 inwoners. Veel gemeenten zullen aldus moeten gaan fuseren met omliggende gemeenten en plaatsen. De nieuwe regering hoopt hiermee onder andere 'lagere apparaatkosten voor gemeenten' voor elkaar te krijgen. Een en ander gaat ongetwijfeld gevolgen krijgen voor de organisatie van het informatiebeheer op gemeenteniveau. Het samenvoegen van gemeenten betekent tenslotte ook het samenvoegen van de verschillende diensten met hun verschillende onderkomens, bedrijfsculturen, applicaties etc.

Stadsarchief of gemeentearchief?


Gemeentelijke herindelingen zijn met name vanaf de jaren zeventig een permanente factor in het land waarbij de norm stapsgewijs is opgeschroefd: van 5.000 naar 25.000, en nu dus 100.000.
Het 'verdwijnen' van gemeentearchieven is in wezen al begonnen. Eerder dit jaar verdween bijvoorbeeld het Gemeentearchief van Rotterdam, door van naam te veranderen in Stadsarchief Rotterdam. Deze toevoeging is overigens wel noodzakelijk omdat er reeds andere stadsarchieven in het land zijn: bijvoorbeeld te Breda en Amsterdam, waar men al in de jaren negentig van naam veranderde.

Informatiebeheer of erfgoed?


Maar het betreft meer dan een naamswijziging alleen. Met deze stap wil men in Rotterdam vooral benadrukken dat het informatiebeheer binnen het concern Rotterdam bij de gemeentelijke archiefdienst voorop komt te staan. De overheid zelf als grootverbruiker dus.
Recordsmanagement (de informatisering van het heden) en erfgoed (de bewaring van het verleden) gaan daar voortaan samen onder één dak verder. Met dit moderniseringsproces is men mogelijk trendsettend bezig. In Breda vindt men dit daarentegen te ver gaan. Heeft de aandacht voor erfgoed daarmee desalniettemin zijn langste tijd gehad?

Papier of digitaal?


Het is in dat opzicht ook niet ondenkbaar dat gemeentelijke archiefdiensten zich eerder in tweëen gaan splitsen naar periode. Dat wil zeggen dat er een afdeling Oud Archief komt voor alle papieren archieven (tot 2000?) inclusief boeken (bibliotheek), kaarten (atlas) etc., en een afdeling Informatiebeheer voor de digitale huishouding. De in de afgelopen eeuw gegroeide afstand tot de gemeentelijke secretarie lijkt daarmee in zekere zin weer te worden overbrugd.
De hoofdvraag is natuurlijk, daar waar dit samengaat, waar achtereenvolgens de concentratie komt te liggen: op het heden -  logischerwijze - of het verleden? De meeste gemeenten wacht tenslotte eerst nog een uitdagende taak in de vorm van het digitaal depot. Tot nog toe leek het erop alsof men hiermee wilde wachten en het voortouw liever overliet aan de provincies.

Samenvoeging provincies


De plannen van het kabinet reiken nog verder. Men wil uiteindelijk naar 'vijf landsdelen met een gesloten huishouding', waarbij ook de waterschappen worden samengevoegd. 'Waterschappen verdwijnen uit de Grondwet.' Dit betekent alvast dat er een hele archieflaag gaat verdwijnen.
De eerdere plannen van het vorige kabinet tot samenvoeging van provincies (Noord-Holland, Utrecht en Flevoland) wordt weer opgepakt. 'Met de overige provincies bespreken we initiatieven gericht op vergroting van de provinciale schaal (blz. 41).'
Wat gaat dit onder meer betekenen voor de diverse RHC's? Worden dit centrale depots, waar in toenemende mate ook gemeentearchieven zullen worden ondergebracht mede i.v.m. de komst van e-depots? Of komt er ergens in het land een nieuw, centraal depot in private handen voor meerdere archiefdiensten tegelijk (inclusief het Rijk) waar bezoekers alleen op afspraak langs kunnen komen?

Het Rijk


Bij bovenstaande veranderingen voert een doelmatiger bestuur de hoofdtoon: een en ander 'maakt meer maatwerk mogelijk en vergroot de betrokkenheid van burgers. Gemeenten kunnen de uitvoering van de taken beter op elkaar afstemmen en zo meer doen voor minder geld.'
Bij het Rijk ('project compacte rijksdienst') gaat het vooral om besparingen. 'De bezuiniging richt zich op vastgoed en huisvesting, basisregistratie en keteninformatie'. Me dunkt dat de laatste twee punten heel veel met archivering te maken hebben. Onduidelijk is vooralsnog of men daarmee nou juist meer of minder bedoelt, al gok ik op minder basisregistratie en meer keteninformatie. Maar het kan zomaar andersom zijn of geen van beide, want hoe bezuinig je anders?

Ander archiefbestel


Nederland kent waarschijnlijk het meest fijnmazige archiefstelsel ter wereld. Dit is, behalve algemeen nuttig en met duidelijke organische verbanden (gemeente/provincie/waterschap), een groot goed dat historisch zo is gegroeid. De oude regionale verbanden werken vaak ook door in de archiveringswijze; deze oude ordening of context werd in eerste instantie nog enigszins behoed door bijvoorbeeld streekarchivariaten.
Vanwege dit lopende en toekomstige fusieproces worden juist deze historische banden tussen archieven onderling of de context ervan uit elkaar gehaald. Het Regionaal Archief Rivierenland neemt bijvoorbeeld momenteel veel bestanden over van het Gelders Archief omdat die nu 'tot het werkgebied van het RAR behoren'. Iets soortgelijks is er in het afgelopen decennium in de provincie Noord-Brabant gebeurd, waar je nu soms van de ene kant van de provincie naar de andere moet om stukken in te kijken.
De afgelopen jaren is tevens gebleken hoe er op de dienstverlening wordt beknibbeld door een vermindering van de openingstijden her en der in het land; het Noord-Hollands Archief is in dat opzicht slechts de laatste die zich in de rij aansluit, al is men hier nog wel zo aardig dat de bezoekers d.m.v. een enquete er enige invloed op kunnen uitoefenen.

Archiefvisie (?)


In de Archiefvisie wordt, onder punt 3, versterking van het bestel aangekondigd en, onder punt 2, toegankelijkheid en representativiteit van de Archiefcollectie NL (wat dat laatste ook precies moge zijn; in elk geval niet de website archieven.nl). Voor dit en andere zaken is extra geld toegezegd. En dan is er ook nog eens de Innovatieagenda.
Ondertussen vinden er ingrijpende wijzigingen plaats, terwijl volstrekt onduidelijk is wat daar in de toekomst precies tegenover wordt gesteld aan structuren en verbanden. Afschaffing van het provinciaal archieftoezicht is bijvoorbeeld al een feit (per 1 oktober) en het toekomstig toezicht van de Erfgoedinspectie is hangende een ronde van publieke inspraak (en wie neemt eigenlijk daartoe de moeite?), met als uitkomst ongetwijfeld meer zelfregulering.

Doelstellingen


De overheid spreekt in het algemeen steeds meer in termen van vergezichten zonder concrete, tussentijdse doelen: eigenlijk zijn we dus gezamenlijk onderweg naar een onbekende bestemming zonder routeplanner. Tevens wordt alles (dus ook binnen het archiefwezen) daarbij tegenwoordig projectmatig benaderd zonder de grotere samenhang tussen de verschillende delen nog goed in de gaten te houden.
Onder de noemer erfgoed worden er bijvoorbeeld projecten als Oneindig Noord-Holland (een virtueel platform over verborgen verhalen) gefinancierd, maar is het publiek qua toekomstige toegankelijkheid daar wel bij gebaat? Als het geld op is, verdwijnt vaak ook het project en of de website. Of het project mislukt en dan hoor je er helemaal niets meer over ...
Het lijkt er onderhand op alsof er steeds meer overhoop wordt gehaald zonder dat er nog overeenstemming is over de grote som der delen. Met andere woorden: waar staat het Nederlandse archiefwezen eigenlijk nog voor en aan wie moet zij dienstbaar zijn; de politiek of het publiek? Beide natuurlijk, maar in welke volgorde dan en hoe precies?
Er zijn verder nogal wat gremia (BRAIN, KVAN, IPO, VNG, en ik vergeet er vast nog een paar te noemen) waarin erg veel wordt overlegd over dit soort zaken en andere aangelegenheden. Op visies zonder haalbare doelstellingen zit het archiefwezen echter niet te wachten, evenmin als op projectmatige ontsluiting van plukjes verleden: minder woorden, meer daadkracht en regie plus een betere expertiserol van de geboden instellingen is wat nodig is.

Archivarissen


Van archivarissen wordt tot slot steeds meer gevraagd - zij moeten zich opnieuw positioneren of 'herbronnen' in het digitale krachtenveld - maar er is òf geen werk òf alleen tegen zeer lage MBO-inschaling, waarvoor zij niet eens in aanmerking komen (hoezo investeren in de toekomst?). Ook hier is er dus sprake van een groeiende kloof met de gangbare (DIV-)praktijk.
Het Nederlandse archiefwezen krijgt de komende jaren wettelijk en anderszins een reeks van veranderingen over zich heen gestort, maar lijkt dat niet of onvoldoende te beseffen. Tijd voor actie dus (of duidelijker kiezen, het thema van de KVAN-dagen in 2013) in plaats van nog meer woorden. Waar blijft, kortom, de actiegroep "Occupy Archieven"? Of om een oude slogan (tot 2004) van het elektronicaconcern Philips te lenen: 'Let's make things better!'




Gerelateerde blogs:
Gaan de studiezalen van Nederlandse archieven dicht?
Requiem voor een studiezaal: (1979)1992-2012