Zoeken in deze blog

Translate

vrijdag 19 november 2010

Doodssprong (2) : springers of duikers te Rotterdam?


De essentie van torenspringers (zie mijn eerdere blog) was vliegen zonder mechanische hulpmiddelen maar met een of andere vorm van vleugels, hoe kort van duur ook. 'Spiderman' of vogelmens is waarschijnlijk een iets betere benaming voor deze mensen, want in eerste instantie dacht ik toch aan een aparte categorie van zelfmoordenaars. Lees meer over de menselijke origine van vlucht.

Summary

In the early decades of the 20th century human beings tried to fly by several means. May be as a sign of a new sporting age or youthful prowess, some daredevils tried to jump or dive from bridges and other urban objects. In the city of Rotterdam in the early 1930s this turned into a real craze causing the deaths of several people as well.


Aad van Welzenes: 'de Maasbrugduiker'

Van springen naar duiken bleek slechts een kleine stap. 'Er is eens een man geweest, die groot opzien baarde, doordat hij van de Willemsbrug te Rotterdam pardoes in de Maas sprong, om daar wat rond te zwemmen.' Een persoonsnaam is helaas niet verbonden aan dit incident.
Aad van Welzenes, een internationale topscheidsrechter, begon in Rotterdam een wedloop met zijn vrijwel onvoorbereide sprong op Koninginnedag 1932 (31 augustus) van de boog van de spoorbrug (Maasbrug), gekleed in smetteloos wit. Hiervoor had hij zelfs het Polygoon-journaal ingelicht - er moeten dus beelden van bewaard zijn! - om later te kunnen bekijken of de sprong wel perfect was uitgevoerd. De beelden waren medio september o.a. te zien in de bioscoop van het Scala theater. Lees een interview met hem.



Van Welsenes stond in ieder geval bekend als een goed zwemmer. Desondanks kwam hij er niet geheel zonder kleerscheuren vanaf, ook al is de aard van zijn verwonding onbekend. Over de sprong zelf is merkwaardig geen berichtgeving.

Jac. van Holst: 'de kolentipspringer'

Jeugdige duikers smeedden in de eerste week van september al gauw plannen om het record van 26 meter te breken. 'Wij leven nu eenmaal in een recordtijd', zo werd er geschreven. Het interbellum zag inderdaad een grote opkomst van allerlei recordpogingen: allerlei snelheidsrecords over land, door de lucht etc. Volgens een andere krant, Het Vaderland, was er sprake van een heuse rage onder de noemer 'hoog-duiker' en werd er van bruggen en kolentippen gesprongen. De krant vroeg zich daarbij tevens af of de term 'diep-duiken' eigenlijk niet beter was.
De 19-jarige werkloze arbeider Jac. van Holst liet zijn oog inderdaad vallen op een 33 meter hoge kolentip aan de Eerste Katendrechtse dam. De kraanmachinist wilde echter niet meewerken aan de recordpoging, waarna Van Holst na werktijd alsnog de kraan beklom op 7 september 1932. Eenmaal bovenop bleek er geen geschikte plaats om vanaf te springen, waarna zijn vrienden een plank naar boven brachten waar zij op het ene uiteind van gingen staan als tegenwicht.
Na een korte aanloop dook Van Holst naar beneden. De wind leek nog even roet in het eten te gooien. In het water zwommen reeds vrienden van hem rond maar hij kwam snel weer boven en zwom met krachtige slagen naar de wal en, eenmaal aan de kant, werd hij gefeliciteerd door Van Welsenes. In plaats van 33 meter moest hij echter zelf bekennen, na enige narekening met vrienden, dat hij slechts 26 1/2 m had gesprongen.
Dit nu bracht een kleine discussie op gang wie nu eigenlijk het record hield: Van Welzenes of Van Holst. Nauwkeurige opmetingen kwamen op 22,25 meter voor de eerste en 27,10 meter voor de tweede man.

Lou Vlasblom: 'de Rotterdamsche torenspringer'

Begin 1933 sprong er iemand anders van grote hoogte in het water: van de Noordelijke heftoren over de spoorbrug van de Koningshaven (de Hefbrug). Nader onderzoek leert dat het hier gaat om de toen 19-jarige F.L.C. of Lou Vlasblom. De jongen werkte in de fabriek van de Neda op het Abattoir en woonde in de Frederikstraat 115. Zijn waaghalzerij was een reactie op de diverse verbeteringen van het Rotterdamse duikrecord in de zomer van 1932.
Vlasbloms klauterpartij naar de top van de brug op 14 januari 1933 was voor de omstanders (en hemzelf) al spannend genoeg. Eenmaal boven bleef hij ongeveer een half uur staan om wat af te koelen van de geleverde inspanning; hij wilde naar eigen zeggen niet kouvatten door meteen in het ijskoude water te duiken. Eventjes deed hij ook zijn jas uit maar deze ging snel weer aan, waardoor een van de journalisten zich afvroeg of er hier geen sprake was van een tweede Tijl Uylenspiegel.
Tijdens de sprong (aangekleed en al) maakte hij tevens nog twee salto´s, dit om de snelheid te vertragen en de vrije val te breken. Nog net op tijd wist hij zich te rechten alvorens contact te maken met het water. Hoewel hij niet werd gearresteerd na weer te zijn opgedoken, ging hij wel naar het politiebureau voor droge kleren. Toch kreeg hij nog twee processen-verbaal: één voor het lopen op de spoordijk en één voor het zwemmen in verboden water. Volgens hemzelf had hij het uit eigen beweging gedaan en was hij geenszins 'gesard'.



Huldiging 'wereldrecord snoek-keizer-duik-salto kampioen'

Op vrijdagavond 20 januari 1933 om half tien werd hij gehuldigd in een stampvol Grand-Théatre (Grand Thalia Olympia Royal) wegens zijn verbetering van het 'wereld-duikrecord' [?] (van 57 naar 65 meter) met zijn sprong van de heftoren. Chef de réception Alexander de Haas prees zijn heldenmoed, zag in hem het verleden van Michiel de Ruyter en voorspelde dan ook een grote toekomst voor de jongen.
Vervolgens kreeg hij namens de Tuschinsky-directie een bloemstuk overhandigd bestemd voor zijn moeder, die hij ongetwijfeld de schrik van haar leven had bezorgd. Van de firma Gebrs. Gerzon, waar zijn vader werkte, was een couvert ingekomen; fotohandel Walch aan de Coolsingel had een vergroting van 30 x 40 van de held en de Rotterd. Aeroclub zegde een gratis vliegtochtje toe.
Daarna was het woord aan een andere (sport)held: zwemmer Piet Ooms. Deze deed de suggestie aan de wereldkampioen duiker om te gaan Kanaalzwemmen onder zijn begeleiding en gaf hem notabene een medaille uit eigen prijzenkast! De volgende spreker was de Rotterdamse ballonvaarder Willem Pottum die eens een vrije val vanuit een ballon van 65 meter had gemaakt. Aad van Welsenes op zijn beurt vond dat hij in het niet stond bij Vlasbloms prestatie en verwees naar diverse (mislukte) duiken vanaf de Brooklyn Bridge te New York. 'Tenslotte duwde de aanvoerder der supportersclub "Vlasblom's duik" een mand bloemen naar den zeer bewonderden kameraad.'
Vlasblom zelf sprak tot slot nog een kort dankwoord, waarvan het commentaar in de krant kortweg luidde dat 'die sloome duikelaar springt beter dan hij speecht.' Ook verscheen er nog een ode aan hem in de krant van de hand van J.H. Speenhoff:



Jan Tabbernee

De volgende dag, zatermiddag 21 januari, sprong Jan Tabbernee van een punt zes meter hoger maar hij overleefde de val niet. Eenmaal boven op de schijf rond tien voor vijf zwaaide hij nog even, alvorens zijn noodlottige sprong te maken. Evenals Vlasblom had hij een rode zakdoek voor de mond gebonden om te voorkomen dat de adem werd afgesnoerd; daarentegen had hij zich tot op het onderhemd uitgekleed. Bij zijn poging een salto te maken ging het reeds mis: hij begon te draaien en klapte vervolgens tegen het water.
De 20-jarige zeeman was als gevolg van eigen opschepperij tot zijn roekeloze daad mogelijk opgejut door zijn vrienden. Volgens zijn moeder, die café hield, kon hij wel goed zwemmen maar van duiken wist zij niets. Met rooddoorlopen ogen stond zij de pers de volgende maandag te woord in de deuropening van het huis van haar zuster.
De jongen was haar enigst kind, zo vertelde ze, en was de avond tevoren tevens bij de huldiging voor Vlasblom geweest. Wellicht was het hem hierdoor in de bol geslagen. Vlak voor zijn sprong was hij op zaterdagmiddag nog bloemen wezen brengen bij zijn vader die in het ziekenhuis aan de Coolsingel lag.

Ter verdere ontmoediging aan het adres van de jeugd plaatste het Rotterdams Nieuwsblad enige harde cijfers. Volgens de vrije-val formule smakte hij tegen het water met 134 km/h, even snel als een raceauto. 'Tabbernee heeft zich in zijn roekeloosheid laten martelen door een vernielingsvermogen van 34 paarden', zo luidde een andere weinig zachtzinnige berekening.
Het lichaam werd pas na enige uren dreggen gevonden tussen de pijlers van de spoorbrug. Vermoedelijk overleed hij aan de gevolgen van een zware hersenschudding. Tevens had hij zijn rechtersleutelbeen gebroken, zo bleek uit de gerechtelijke sectie op het lichaam. Zijn moeder zag in het ziekenhuis verder geen uiterlijke sporen.

Repercussies: 'roekelooze springerij'

Een ingezonden brief van een moeder de volgende dag vroeg zich af of de huldiging voor de 'hoogvlieger' (Vlasblom) wel gerechtvaardigd was geweest. 'Wedt met je makkers maar nooit ten koste van je leven.', was haar welgemeende advies. Voor de politie hoe dan ook reden genoeg om er een einde aan te maken.
Merkwaardig genoeg zag Vlasblom zelf zich genoodzaakt in een ingezonden brief medio februari enige geruchten over nadelige gevolgen van de sprong te ontkennen. Later dat jaar moest hij als milicien naar Venlo. Aldaar kon hij geen geschikte hoogten vinden om van te duiken. Om in training te blijven sprong hij van de 20 meter hoge Maasbrug af.

In mei 1934 sprong Vlasblom van het hoogste punt van de eigenlijke hefbrug te Rotterdam. Hoewel de politie bij zijn tweede poging werd gewaarschuwd toen hij eenmaal op de ronding van het bovengedeelte van de brug was gesignaleerd, ondernam hij toch zijn 'koenen sprong' van ca. 30 meter.
Na de sprong kon men hem niet vinden; zelfs werd er enige tijd gedregd vanuit een roeibootje. 'Zonder dat men het had gemerkt was V. een heel eind verder pas weer boven gekomen en rustig was hij naar den wal gezwommen, waar een auto op hem stond te wachten. Met dien auto is hij verdwenen.'
In april 1935 belandde hij overigens alsnog in het ziekenhuis. 's Avonds laat raakte thuis een kunsttand met plaatje van zijn onderkaak los en schoot in zijn keel. Koelbloedig als hij was, pakte hij de fiets naar het ziekenhuis aan de Bergweg. De tand met plaat zat reeds in zijn slokdarm en kon slechts met moeite worden verwijderd.

Classificaties

Zoals uit de diverse gebruikte termen mag blijken, heerste er enige verwarring over de preciese aard van bovengenoemde bezigheden. Vlasblom was in technische zin eigenlijk eerder een brugspringer (weer een aparte categorie overigens) dan een torenspringer. Toch ging hij voortaan door het leven als 'de heftorenspringer' of ook wel hoogste duiker. Lees meer over zijn latere sprongen.
Tegenwoordig zou hij onder de term 'urban exploration' of urban free solo worden geschaard, met als bekendste vertegenwoordiger waarschijnlijk de Franse Spiderman Alain Robert die over de hele wereld blootsvoets allerlei hoge gebouwen beklimt - en daarmee in wezen weer het tegenovergestelde van een torenspringer is (namelijk een torenbeklimmer, maar dan dus zonder hulpmiddelen).



De sprong van Jan van Schaffelaar

En met terugwerkende kracht is tevens Jan van Schaffelaar tot torenspringer bevorderd! Hij sprong op 16 juli 1482 van de belegerde kerktoren van Barneveld bij wijze van zelfopoffering. In het kader van de Hoekse en Kabeljauwse twisten zat hij daar opgesloten en was de keuze: overgave van hem als leider of de dood van hem en zijn metgezellen. Hij overleefde trouwens de val, maar werd op de grond alsnog door de Hoeken gedood.
Diens actie is daarmee, hoewel niet qua uitvoering, in essentie zeer gelijkwaardig aan die van Jan van Speijk uit 1831 toen die zichzelf en de bemanning van zijn kanonneerboot, tezamen met de Belgische vijand opblies onder weigering van overgave.

Bronnen:
- Het Vaderland
- Rijnbode 9 mei 1934.
- Rotterdams Jaarboekje 1933.
- Rotterdamsch Nieuwsblad.

5 opmerkingen:

Albert zei

Wow, een gedicht van Speenhof als beloning!

Albert zei

Ik pak ook meteen de fiets richting de Hef, op weg naar eeuwige roem!

Oldhand zei

In "Het vaderland" van 2 sep 1932 staat de sprong van Van Welzenes uitgebreid beschreven:

http://kranten.kb.nl/view/article/id/ddd:010014312:mpeg21:p006:a0197
Zie rechtsboven onder het kopje "Gemengd nieuws"

Ook in de "Sumatra Post" van 24 sep 1932 wordt een ongeveer identieke beschrijving gegeven. Uit dit artikel blijkt dat de heer Welzenes ook de "Willemsbrug-springer was...!

http://kranten.kb.nl/view/article/id/ddd:010361718:mpeg21:p010:a0165
Zie rechtsboven onder het kopje:
"Spring als je durft"

Historicus zei

J.H. Speenhoff zei mij eerlijk gezegd niets, evenmin als de andere (Rotterdamse) celebrities van hun tijd waaronder Pottum en Poot. Maar als ik Wikipedia erop nalees was Speenhoff zo'n beetje de Jules Deelder van toen. Een hele eer dus, inderdaad.

Bedankt voor de andere krantenverwijzingen; kennelijk had ik het arsenaal nog niet volledig uitgeput. Dat Van Wezenes tevens de Willemsbrug-springer was, is zonder meer een openbaring.

Albert zei

En ook Cornelis Vaandrager, een andere Rotterdamse grootheid, schreef over de Hef. Zie volgend filmpje over de Hef (sinds 2000 een rijksmonument), waarin hij daaruit voordraagt: http://www.geschiedenis24.nl/speler.program.7040733.html